21u20. Is het in het Sportpaleis al donker, dan ligt de Antwerpse concerttempel er in VR zo mogelijk nóg duisterder bij. Enkele minuten voordat Netsky het podium beklimt, weet ik niet eens waar dat podium stáát. Tot een neonrode gloed plots de grond onder mijn voeten belicht. Het komt van achter mij. Ik draai me om en zie de Edegemse drum-'n-bassprins Boris Daenen uit de verte opdoemen. Hij komt dichter en dichter, en passeert me uiteindelijk, vanop nog geen virtuele meter afstand. Door het kikkerperspectief van de camera torent Netsky drie koppen boven me uit. Best adembenemend.
...

21u20. Is het in het Sportpaleis al donker, dan ligt de Antwerpse concerttempel er in VR zo mogelijk nóg duisterder bij. Enkele minuten voordat Netsky het podium beklimt, weet ik niet eens waar dat podium stáát. Tot een neonrode gloed plots de grond onder mijn voeten belicht. Het komt van achter mij. Ik draai me om en zie de Edegemse drum-'n-bassprins Boris Daenen uit de verte opdoemen. Hij komt dichter en dichter, en passeert me uiteindelijk, vanop nog geen virtuele meter afstand. Door het kikkerperspectief van de camera torent Netsky drie koppen boven me uit. Best adembenemend. Met de lichtshow begint ook de liveshow, en eindelijk kan ik me oriënteren. Ik sta op de rand van het podium. Zo'n twee meter voor me bevindt Daenen zich. Hij staat op een platform, omringd door keyboards. Rechts van me mept drummer Michael Schack zich de pleuris. Aan de andere kant verschuilt Babl Lemmens zich achter nog meer synths. En ondertussen banjert MC Script heen en weer, het publiek hevig aanvurend. Ik gluur achter me. Honderden, nee, duizenden ogen zijn op mij gericht. Ik zie mensen brullen, van dichtbij én van veraf. Ze nemen selfies, trekken hun t-shirts uit, zwaaien met opblaashaaien, en vooral: ze dansen zichzelf een vijs uit. Het voelt een beetje fout, hoe ik hen allemaal onbeschaamd zit aan te gapen. Al ben ik bovenal blij dat zij míj niet zien, achteruit leunend in de zetel en met dat belachelijk grote, skibrilachtige VR-montuur op mijn neus. Toegegeven: de virtuele realiteit verandert de concertervaring en de aanloop ernaar. Over de autosnelweg scheuren, de file trotseren, aanschuiven op de parking en voor de zaal: het is zó 2016 geworden. Pintje? Ik neem een fris exemplaar uit de frigo. Een kort intermezzo tussen de reguliere set en de bisronde? Ik las een plaspauze in! Geduw en getrek, gehoorschade en de indringende geur van zweet, alcohol en kots? Daar is al helemaal geen sprake van. Om maar te zeggen: in je luie zetel zitten met een bokaal chips op schoot en je toch op het podium van het Sportpaleis wanen, veel beter lijkt het niet te kunnen worden. En toch: Netsky is Netsky niet zonder die 'kleerscheuren'. Waarvoor ga je naar zijn optredens? Om uitzinnig te tieren en te springen, zoals het publiek ook doet tijdens monsterhits als 'Higher' en 'Puppy'. Om de diepe bassen door je middenrif te voelen dreunen. En om die momenten van euforie met anderen te delen. Maar ik? Ik zit erbij en kijk ernaar. Bovendien word ik niet van een kater gespaard: twee uur lang zit er een schermpje tegen mijn gezicht gedrukt, en dat bezorgt me schele hoofdpijn. Gelukkig moet ik straks niet meer rijden. Ook met een VR-bril op je kop een pintje drinken, blijkt een minder lumineus idee dan gedacht, te oordelen naar de plas bier die ik enkel met een halve rol keukenrol opgekuist krijg. Nog nooit zag ik ze van zo dichtbij, de spuwende vlammenwerpers, de sambadanseressen die afsluiter 'Rio' kwamen opleuken, het strijkersensemble dat Netsky voor de gelegenheid liet opdraven, gastzangers Paije en Sara Hartman én Boris Daenen himself. Maar tegelijk heb ik me nog nooit zo ver van het livegebeuren verwijderd gevoeld. En dat is niet de schuld van Netsky, wel van de VR-technologie die toch nog behoorlijk ver van de eigenlijke realiteit af staat.