Porter, een protégé van Wynton Marsalis, is een crooner die het midden houdt tussen Al Jarreau, Bill Withers, Lou Rawls en Donny Hathaway. Met zijn fluwelen bariton en platen als 'Liquid Spirit' en 'Take Me To The Alley' wist hij zelfs door te dringen tot de mainstream van de popmuziek. Zijn vorige cd leverde hem zelfs een Grammy op. Zijn radiovriendelijke repertoire houdt het midden tussen soul, jazz en gospel, verwijst regelmatig naar de seventies en doet, ondanks zijn elegante karakter, soms ook een beetje gelikt en sentimenteel aan.

Zoals Duke Ellington ons ooit leerde: "It don't mean a thing if it ain't got that swing" En laat het nu net dàt zijn waar het de set van Gregory Porter iets te vaak aan ontbrak.

Dat laatste zorgde op Cactus voor enkele oeverloos saaie momenten, zeker wanneer het tempo aan de trage kant was en de zanger zich aan het soort koffietafeljazz bezondigde waar liefhebbers van pakweg John Coltrane, Ornette Coleman of Albert Ayler in een wijde boog omheen lopen. Porters muzikanten -actief op piano, contrabas, sax en drums- waren zonder twijfel beslagen in hun vak en nummers als 'Liquid Spirit' of het traag voortschuifelende 'Consequence of Love' gingen er bij het publiek in als verse croissants op zondagochtend. Zelf werden we pas wakker tijdens het van Cannonball Adderley bekende 'Work Song' of het vingerknippende '1960 What?'.

Zoals Duke Ellington ons ooit leerde: "It don't mean a thing if it ain't got that swing". En laat het nu net dàt zijn waar het de set van Gregory Porter iets te vaak aan ontbrak. Wij zijn onverbeterlijke muggenzifters, zegt u? Nu u het zegt. Want veel gemor hebben we niet gehoord, daar bij het minnewater.

Hoogtepunt: 'Work Song'.

Dirk Steenhaut

Porter, een protégé van Wynton Marsalis, is een crooner die het midden houdt tussen Al Jarreau, Bill Withers, Lou Rawls en Donny Hathaway. Met zijn fluwelen bariton en platen als 'Liquid Spirit' en 'Take Me To The Alley' wist hij zelfs door te dringen tot de mainstream van de popmuziek. Zijn vorige cd leverde hem zelfs een Grammy op. Zijn radiovriendelijke repertoire houdt het midden tussen soul, jazz en gospel, verwijst regelmatig naar de seventies en doet, ondanks zijn elegante karakter, soms ook een beetje gelikt en sentimenteel aan.Dat laatste zorgde op Cactus voor enkele oeverloos saaie momenten, zeker wanneer het tempo aan de trage kant was en de zanger zich aan het soort koffietafeljazz bezondigde waar liefhebbers van pakweg John Coltrane, Ornette Coleman of Albert Ayler in een wijde boog omheen lopen. Porters muzikanten -actief op piano, contrabas, sax en drums- waren zonder twijfel beslagen in hun vak en nummers als 'Liquid Spirit' of het traag voortschuifelende 'Consequence of Love' gingen er bij het publiek in als verse croissants op zondagochtend. Zelf werden we pas wakker tijdens het van Cannonball Adderley bekende 'Work Song' of het vingerknippende '1960 What?'.Zoals Duke Ellington ons ooit leerde: "It don't mean a thing if it ain't got that swing". En laat het nu net dàt zijn waar het de set van Gregory Porter iets te vaak aan ontbrak. Wij zijn onverbeterlijke muggenzifters, zegt u? Nu u het zegt. Want veel gemor hebben we niet gehoord, daar bij het minnewater.Dirk Steenhaut