...

Dat Michel Vandenbosch van GAIA geen fan is van iemand die door het leven gaat als Fulco Ottervanger, valt nog enigszins te begrijpen. Muzikale veelvraten komen in het keukentje van de Nederlandse Gentenaar echter gegarandeerd aan hun trekken. Met STADT speelt hij een pittige mengvorm van Kraut- en spacerock, met De Beren Gieren iets dat je zou kunnen omschrijven als 'jazz not jazz', met BeraadGeslagen 'stoepdisco' en 'rontonderumba' en onder zijn eigen naam grossiert hij in catchy Nederlandstalige (elektro)pop waarmee hij zich out als een liefhebber van Doe Maar. Enkele jaren geleden was hij nog de officiële stadscomponist van Gent en tussendoor schrijft hij regelmatig theatermuziek voor de Zonzo Compagnie. U hebt het al in de smiezen: Fulco is van vele muzikale markten thuis en weet haast instinctief hoe hij een publiek moet entertainen. Zijn songs zijn rijk aan ideeën, getuigen van speelsheid en humor, maar zitten tegelijk boordevol verrassende vaststellingen, zoals 'als je niet thuis bent kun je nergens heen' of filosofische doordenkertjes, type 'Als je zomaar ergens naartoe wil gaan / Zonder vertrekpunt / Waar kom je dan terecht?'. In de Gentse Minard, waar hij afwisselend een gitaar, synth en drumcomputer bediende, liet de zanger zich op bas bijstaan door Dries Laheye, wiens naam u gewis al hebt aangetroffen op platenhoezen van Sir Yes Sir, STUFF. en BRZZVLL. De set kwam een beetje traag op gang, omdat 1/7 miljardste werd voorafgegaan door een lange, naar jazz lonkende instrumentale intro. Maar al tijdens het openingsnummer zette Fulco de aanwezigen olijk op het verkeerde been. 'Neen, dit is geen meezinger', zong hij, terwijl eenieder die zijn oren niet onder zijn 'totevodde' (Gents voor mondmasker) had verstopt meteen doorhad dat hij schaamteloos stond te jokken. Kwajongensachtig Op zijn vorig jaar verschenen langspeeldebuut onderzocht Fulco al de grens tussen amateurisme en nonchalance, tussen diepzinnigheid en surrealisme. Toch hadden de songs, naar de live-uitvoeringen te oordelen, intussen al meer dan één metamorfose ondergaan. Ottervanger liet zijn stem alle kanten uitschieten en gaf voortdurend blijk van aanstekelijk enthousiasme en kwajongensachtig speelplezier. Af en toe zette hij een opzichtige zonnebril op, iets wat blijkbaar werd ingegeven door de inhoud van specifieke nummers. Het springerige Hangen in de waarheid deed bovengetekende denken aan de eighties-hits van New Musik, Voetje verloren klonk al net zo frivool en Grensdorp, over een plaats die zichzelf op de kaart zocht en waar de verteller, tot zijn opluchting, geen grens hoefde te verleggen, ging over het eeuwige spanningsveld tussen Hier en Ginds. Soms twijfelden de nummers van Fulco tussen hommage en pastiche. Dat was bijvoorbeeld het geval in Mama, waarin je de primal screams uit John Lennons Mother hoorde doorschemeren. Het in funk gesopte Faam, dat de zanger tien jaar geleden al eens opnam met zijn toenmalige band Marvelas Something, had dan weer een broertje van David Bowies Fame kunnen zijn. Niet dat die knipoogjes storend overkwamen. Soms leek Fulco zijn liedjes zelfs bewust te saboteren door, zoals in Mama, een deraillerend addertje onder het gras te verbergen. In Gent kwam de zanger ook met enkele verrassingen op de proppen, waaronder het gloednieuwe Cirkeldier Danielle. Knuffelvacht schreef Fulco ooit samen met An Pierlé voor de kindervoorstelling Slumberland. Voorts dolf hij in de loop van de set nog iets op dat hij lang geleden bedacht met zijn oude spitsbroeder Frederik Segers en dat voor de gelegenheid van een aanstekelijke wereldmuziekgroove werd voorzien. Taalspelletjes Ook op tekstueel gebied toonde Fulco zich van zijn creatiefste kant. Hij goochelde met paradoxen ('Ik zet niks aan, maar sluit niks uit') en dadaïstische taalspelletjes, al kwamen tegelijk enkele tegenstrijdigheden in zijn karakter bloot te liggen. Zo werd hij verteerd door de vrees niet volmaakt te zijn, bleek hij niet om te kunnen met het geluk en wilde hij, ondanks zijn zin voor avontuur, dat alles bij het oude bleef. Uiteraard werden de nummers uit zijn nieuwe ep niet vergeten. Opflakkeraar viel op door zijn barokke toetsen; het statige, aan het nageslacht de Bourgondiërs opgedragen Glinsterkinderen('Ze hebben zo hun eigenwaarde / Ze zijn nog niet verkocht aan poen') hield het midden tussen elektro en cabaret en in het van Bram Vermeulen & De Toekomst geleende Politiektekende Fulco een raak portret van de knoeiers die er na al die tijd nog steeds niet in geslaagd zijn een regering te vormen. Naar het einde toe liet de artiest zich nog even meeslepen door een vlaag van nostalgie, met het door jachtige beats en samples gedreven De sms'ende mens (vandaag zou hij het ongetwijfeld over 'de WhatsAppende mens' hebben). Tot slot veranderde het podium van de Minard voor even in een denkbeeldige dansvloer, dank zij de veerkrachtige minimal disco van Een beetje verfrommeld. Twee vaststellingen: in de wonderlijke wereld van Fulco is het leven nooit saai en geldt onzin als een ernstige zaak. Het hoeft u dus niet te verbazen dat wij er graag op vakantie gaan. Dirk Steenhaut