Throwback naar 2006: Freaky Age schopt het tot de jongste finalist ooit in Humo's Rock Rally. Een record dat vandaag nog steeds staat als een huis. Na vier albums, binnen -en buitenlandse tournees en zelfs een oversteek naar de VS houdt het viertal rond frontman Lenny Crabbe nog één keer halt in de AB. De plek waar het allemaal begon. U had er duidelijk zin in. De volksverhuizing van Ternat naar Brussel zat daar ongetwijfeld voor iets tussen.

De charismatische zanger bewees meer dan ooit dat er een eigen smoel onder 's mans Britse hoed schuilt.

'We vieren hier 15 jaar van ons leven, waarin we veel mensen zijn tegengekomen die alles veel te serieus namen.' Crabbe moedigde aan om die sérieux achterwege te laten, en dat recept bleek dan ook de perfecte rode draad doorheen een set waarbij het spelplezier van het podium spatte. Weinig franjes, veel strak georchestreerde rocksongs. De band raasde als een sneltrein door hun discografie met Belpop-klassiekers als Every Morning Breaks Out en John What's The Use. Het betere scheurwerk waar ook Arctic Monkeys en The Strokes mee groot zijn geworden.

Eigen Smoel

Dat de geest van Julian Casablancas altijd ergens rond het stemtimbre van Crabbe zal ronddwalen staat in de sterren geschreven, maar de charismatische zanger bewees meer dan ooit dat er een eigen smoel onder 's mans Britse hoed schuilt. Daar had Freaky Age dan ook de juiste songs voor meegebracht. Drink About It was smartlappenrock à la Babyshambles, Excitement in the Morning Light vuurde riffs af waar Interpol wel raad mee zou weten, en met Time Is Over schreven de vaandeldragers van de Belgische indierock een anthem dat The Vaccines maar al te graag uit hun pennen hadden zien rollen.

Dat Crabbe en co de trukendoos met publiekspelletjes helemaal leeghaalden stoorde zelfs niet.

Fout kon het al lang niet meer gaan in Brussel. Het publiek at dan ook gretig uit de handen van het viertal: na zorgvuldig opgebouwde meezingmomenten en een expliciete oproep om te crowdsurfen kreeg Freaky Age de volledige AB op z'n zitvlak. Dat Crabbe en co de trukendoos met publiekspelletjes helemaal leeghaalden stoorde zelfs niet. Integendeel: het was de ontwapenende charme van een groep die niets meer te verliezen had.

Bij momenten leverde dat zelfs een krop in de keel op: Das Popper Reinhard Vanbergen begeleidde Crabbe op viool tijdens een uitgepuurd Heart Is Gold, misschien wel het beste nummer dat de songschrijver uit z'n gitaar wist te halen. Bassist van het eerste uur Dieter Henderickx palmde het podium in tijdens een medley van hun debuutplaat en vader Luc Crabbe kwam van achter de mengtafel om Pinball Wizard van The Who onder handen te nemen.

Na de bisronde -met een uitstekend Like A Machine als een van de hoogtepunten- werd Where Do We Go Now simpelweg een tweede keer ingezet, waarna de Ancienne Belgique transformeerde in een volksfeest met meer mensen op het podium dan ervoor. Een beeld dat zal bijblijven, zeker wanneer die nostalgische Afrekening-cd uit 2008 nog eens zou worden bovengehaald. Dat is maar goed ook.