DA GIG: Flying Horseman plays 'Room/Ruins' in de Handelsbeurs, Gent op 2/3.
...

Flying Horseman was een poosje geleden nog 'artist in residence' in deSingel. Het Antwerpse kunstencentrum gaf het sextet de unieke gelegenheid zeven weken onafgebroken aan nieuwe muziek te werken en dank zij een handvol concerten voor een zittend publiek kunnen we van dat kakelverse materiaal al even kennis nemen. De groep wil haar songs dit keer eerst op het podium laten rijpen voor ze worden vastgelegd. Aanvankelijk werd het project aangekondigd als 'Panama', maar inmiddels is het omgedoopt in 'Rooms/Ruins'. Die titel verwijst naar de tegenstelling tussen het individu en de buitenwereld: 'Room' slaat op wat zich binnenskamers -of in je hoofd- afspeelt; 'Ruins' op de maatschappij. Eén en ander resulteert in nummers die zowel het 'ik' weerspiegelen als een universele betekenis nastreven. Dat de songs een onheilspellend randje hebben, hoeft niet te verwonderen.Een ruïne is nu eenmaal een overblijfsel van iets dat vernietigd is en refereert als beeld aan oorlog en vergankelijkheid. Maar die tweedeling (zie ook 'City Same City') is minder bedacht dan het lijkt: de muzikanten vertrouwen gewoon op hun instinct en volgen de weg die hen door hun muze wordt aangewezen. En ook al is Bert Dockx de blikvanger van het gezelschap, de overige bandleden, die we kennen van onder anderen Blackie & The Oohoos, Condor Gruppe, In-Kata en het Antwerp Gipsy Ska Orchestra, zijn op hun manier al even beslagen.SuiteFlying Horseman is altijd al een groep geweest die zichzelf uitdaagt en nooit twee keer hetzelfde doet. Nu ze over de tijd en de mogelijkheden beschikte om volop te experimenteren en bepaalde aspecten van haar muziek nog grondiger uit te diepen, werd 'Room/Ruins' meer dan ooit de vrucht van gezamenlijke inspanningen. Dit keer kregen alle muzikanten de ruimte om hun uiteenlopende invloeden aan de oppervlakte te brengen. Zo toont drummer Alfredo Bravo zich van zijn veelzijdigste kant en buigt gitarist Milan Warmoeskerken zich dit keer wat vaker over synths en elektronica, wat onvermijdelijk invloed heeft op de expressieve speelstijl van Dockx. In Gent werd 'Room/Ruins' uiteindelijk als een soort suite gepresenteerd. Flying Horseman speelde de songs in drie blokjes van elk gemiddeld twintig minuten, waarbij de thematisch gelinkte nummers aan elkaar werden gelast middels instrumentale interludia. Toch bleef de band trouw aan zichzelf en serveerde ze voornamelijk eigengereide, schaduwrijke nachtmuziek, die een strakke en dynamische uitvoering kreeg en waarin vaak verrassende details oplichtten.Wat andermaal opviel was het enorm rijke muzikale vocabulaire waar de Vliegende Ruiters over beschikten: in 'Deep Earth' combineerden ze echo's uit film noir soundtracks met de motorik beats van NEU! In 'Fever Room', waarin Bert Dockx het had over "the dream of the common man", botste ongedurige, hoekige funk tegen de ijle stemmen van de zussen Loesje en Martha Maieu, die leken weggeplukt uit een Nouvelle Vague film uit de sixties. En 'Ruins' ("writing a song about a song about a song") had de hypnotische kracht van The Velvet Underground ten tijde van 'All Tomorrow's Parties'. Maar Flying Horseman wist aan al die ingrediënten met zoveel gemak een eigen draai te geven, dat het resulterende gerecht altijd anders smaakte dan je zou hebben verwacht.WoedeTerwijl de nieuwe nummers aan ons voorbij trokken -enkel de bis 'Brother' klonk ons bekend in de oren- moesten we afwisselend denken aan beproefde jazzstandards ('Bee Keeper', gebouwd op het ritme van een druppelende kraan, was voorzien van een poëtische slide-solo), de zangstijl van Robert Wyatt ('Reverie'), het universum van Talk Talk ('Private Isle'). Maar net zo goed goochelde Bert Dockx met aan Mark Knopfler verwante riedeltjes, bluesy licks à la Ritchie Blackmore of met een aan James Blood Ulmer verwante gitaaruitbarsting ('Stars'), waardoor we ons even in de New Yorkse Knitting Factory waanden. 'Bright Light', waarin de instrumenten de geluiden van vogels in een bos suggereerden, werd door de drummer van een bevreemdende interpunctie voorzien en had, zeker naar het einde toe, iets van een rivier die met geweld buiten haar oevers trad.We hebben de songs uiteraard nog maar één keer gehoord, maar af en toe hoorden we in de teksten toch woede doorschemeren over wat er zoal fout gaat in de wereld. In 'Fever Room', 'Killer' en 'Soldier' bleek nogal wat bloed te vloeien en zoals wel vaker gebeurt bij Bert Dockx werd een verband gelegd tussen machtshonger en geldzucht ("Money is the object, power is the subject", "My new house is bigger than yours") of tussen politiek en media ("What does the tv say? What do the papers say?"). Soms bleef een zinsflard hangen die van humor getuigde ("My sweet girl is temporarily out of order"), maar meestal croonde de zanger mijmerend voor zich uit. Ook noteerden we dat de jazzinvloeen gevoelig waren toegenomen en dat veel van de nummers trage tempo's combineerden met een nerveuze ritmiek.Bij een eerste kennismaking klonken de songs al behoorlijk doorwrocht, al zullen ze zich tijdens de komende concerten ongetwijfeld nog verder ontwikkelen. Eén ding was alvast duidelijk: de volgende cd van Flying Horseman wordt beslist weer een nieuw hoogtepunt in hun oeuvre.Dirk SteenhautDE SETLIST: The Key / Deep Earth / Fever Room / Reverie // Killer / Soldier / Bee Season / Bright Light // Private Isle / Stars / Ruins // Brother.