Fundament: genoeg energie voor een tweede 'big bang'
...

Fundament: genoeg energie voor een tweede 'big bang'Opvallend veel volk daagde op voor de muzikale speleologie van Peter Jacquemyn en Fundament. Dit opmerkelijke project verenigt twaalf extra large-basinstrumenten in een rituele dans. Oorspronkelijk is het opgevat als een kijk- en luisterspel dat de akoestische kwaliteiten van ruimtes als steenkoolmijnen, kerken en kapellen uitbuit voor optimaal effect. Het moet dus een hele uitdaging geweest zijn om dit ook naar een groot festivalpodium te vertalen. Maar het was een gok die zich uitbetaalde.Het is een opmerkelijk zicht: twaalf muzikanten die over de hele breedte van het podium staan opgesteld, als een statige bomenrij met in het midden de unieke tubax (een kruising tussen een tuba en een saxofoon), in de handen van Eric Sleichim. Fundament is evenzeer een muzikale en visuele performance als een fysieke belevenis. Het stuk wordt in in verschillende actes gepresenteerd, waarbij de muzikanten, naargelang de instrumentale combinaties, traag over het podium bewegen. Hoogtepunten waren er genoeg: het keelzangerskoor dat zich vooraan op het podium rond één microfoon nestelde, het duel tussen een eenzame trombone en de kolossale ritmische dreun van het orkest. Met op de grote videoschermen visuals van schriftkunstenaar Brody Neuenschwander (de man achter The Pillow Book van Peter Greenaway) te zien. Fundament dondert, davert, duwt en dramt een goed uur door en genereert daarbij genoeg energie voor een tweede 'big bang'.Jason Moran and the Bandwagon: onvoorspelbaar, intelligent en supersnel'De Lukaku van de jazz', glimlachte jazzkenner Marc van den Hoof net voor het begin van het concert van Jason Moran and the Bandwagon. Laconiek en spitvondig, zoals we gewoon zijn van Marc, en lang niet zo'n misse vergelijking.He's one cool dude, die Jason: onvoorspelbaar, intelligent en supersnel. Hij heeft de hele geschiedenis van de jazzpiano in zijn binnenzak en kan op erg korte tijd van ragtime, over bebop naar modernisme dribbelen. Knipper onderweg vooral niet met je ogen, of je hebt het gemist. Dat hij steeds garant staat voor een paar headtricks, daar kan je van op aan. Maar een superspits is niks zonder zijn team. De Bandwagon bestaat ondertussen al meer dan twintig jaar, met de koppige Tarus Mateen op elektro-akoestische basgitaar en de weergaloze Nasheet Waits op drums als ideale assists. Samen speelden ze gisteren een match die een aaneenschakeling was van topmomenten: 'Blessing The Boats', bijvoorbeeld, een compositie van Jasons echgenote Alicia Hall Moran, geïnspireerd op een gedicht over de slavernij van Lucille Clifton, meanderde tussen verschillende schakeringen van intensiteit en klankkleur. Een pakkende tribute aan de te vroeg overleden Geri Allen, een van Morans mentoren, vergleed niet in tranerigerheid, maar was een energieke hulde aan Allens M-Base's verleden. Of die dwarse versie van 'Monks Thelonious'? Een woord: magnifiek. Je had het gevoel dat dit trio nog rustig een uurtje had kunnen doorgaan voor een tweede helft, plus verlengingen.Vijay Iyer Sextet: mokerslagen incasserenVijay Iyer is een Amerikaanse pianist met Indische roots, en een wonderboy van de hedendaagse New Yorkse scène: dat betekentclean,sharpencutting edge.Met zijn sextet hadden we voor het eerst kennis gemaakt op Jazz middelheim in 2014. We waren verrukt over de hedendaagse versie van hardbop die ze presenteerden opFar From Over, het meest recente album van deze band en een must in elk eindejaarslijstje vorig jaar. Maar niks bereidde ons voor op de mokerslag die we gisteren op Gent Jazz incasseerden. Het concert begon rustig, met Iyer, ruminerend, alleen op vleugel, tot hij 'Far From Over' inzette, een complexe compositie in een strak arrangement vol staccatoritmes en een Indisch aandoende melodie. Van dan af werd je geen seconde rust meer gegund. Tenorist Mark Shim speelde met de potige uitbundigheid van een jonge John Coltrane, terwijl altist Steve Lehman zijn tanden nog het meest in het ritmisch gemillimeterde concept van Iyerzette met een funky, bijtende tonaliteit die wat deed denken aan Kenny Garrett.Trompettist Graham Haynes, de zoon van legendarische drummer Roy Haynes, maakte gebruik van een palet van elektronische vibrato en wahwah effecten, waardoor je onwillekeurig aan de gebroken lyriek van Miles Davis in de jaren zeventig moest denken. Op de achtergrond speelde de jonge drummer Jeremy Dutton één langgerekte solo. Dit sextet, dat invloeden van wereldmuziek, progrock en hiphop samenbalt tot een frisse, nieuwe jazzsound, behoort tot de hedendaagse super league. Verpletterend.Pharaoh Sanders: de éminence grise van de avant-garde Twee jaar geleden passeerde Pharoah Sanders nog op het Jazz Middelheim festival. Toen viel al op dat de flukse zeventiger, toortsdrager van het heilige vuur van Saint John Coltrane, het dezer dagen graag wat rustiger aandoet. Hij blijft een opmerkelijke podiumverschijning, met zijn omgekeerde baseballpetje en lange geitensik, maar voor de muzikale avonturiers in het publiek zijn er steeds minder excentrieke vondsten te rapen. Er passeerde wat spiritual jazz, en een soulvolle ballad, waarbij die unieke saxklank van Sanders je weer meteen naar de keel wist te grijpen. Ook trompettist Nicholas Payton was een fameuze aanwinst, met zijn prachtige koperen toon die grolt,kraakt en kreunt dat het een aard heeft. Het werd al helemaal een feestje met een lang uitgerekte blues, waarbij Sanders, op voorzet van een van de dames op de eerste rij, de stramme benen uitstrekte voor een danspasje. Daarna ging de éminence grise van de avant-garde het publiek zelfs voor in een singalong 'The Power of Love'. Tja, ook Picasso moest op gevorderde leeftijd af en toe bewijzen of hij nog wel kon tekenen.