Begrijp ons niet verkeerd: wij beschouwen onszelf als beschaafde lieden. Maar in de wondere wereld van de popmuziek kan een teveel aan beschaving de pret behoorlijk bederven. Ooit werd het Britse Cinematic Orchestra, onder leiding van Jason Swinscoe, als een voortrekker van de nu-jazzbeweging beschouwd. De groep combineerde een DJ met samples en met het type livemuzikanten dat de improvisatie niet schuwde. Van haar drie langspelers is 'Ma Fleur', uit 2007, nog steeds de recentste.

De ene met Mr Proper behandelde solo wisselde de andere af en dat leverde smaakvol geluidsbehang op. Niets minder, maar beslist ook niets méér.

Na een lange afwezigheid nam Het Orkest onlangs de draad weer op en zo wist het zelfs een stek op de Cactus-affiche in de wacht te slepen. Veel was er aan zijn, welja, orkestrale downtempomuziek in al die jaren nog niet veranderd. Naast een strijkersensemble en een turntablist bracht Cinematic Orchestra drums, percussie, toetsen, saxofoon en twee zwarte gastchanteuses in stelling. Veel verder dan sfeerschepping bleek het echter niet te komen. De ene met Mr Proper behandelde solo wisselde de andere af en dat leverde smaakvol geluidsbehang op. Niets minder, maar beslist ook niets méér.

Tijdens de kabbelende instrumentals hadden we meermaals het gevoel naar een backingtrack te luisteren waar Swinscoe en zijn vrienden vergeten waren een zangmelodie bij te verzinnen. De nummers liepen in elkaar over, waardoor je vaak niet wist waar de ene compositie eindigde en de andere begon.

Naast enkele nieuwe stukken stonden er nog altijd songs uit 'Ma Fleur op het programma: het sobere, intimistische 'To Believe, het mijmerende 'To Build a Home' en de door één van de zangeressen aangepakte, zacht voorbij schuifelende ballad 'Breathe'. Het zat allemaal keurig in elkaar, maar, als we eerlijk zijn, was het ook oeverloos saai. Tenzij u opgewonden raakt van iemand zeepbellen te zien blazen, natuurlijk.

Hoogtepunt: 'To Believe'.

Dirk Steenhaut

Begrijp ons niet verkeerd: wij beschouwen onszelf als beschaafde lieden. Maar in de wondere wereld van de popmuziek kan een teveel aan beschaving de pret behoorlijk bederven. Ooit werd het Britse Cinematic Orchestra, onder leiding van Jason Swinscoe, als een voortrekker van de nu-jazzbeweging beschouwd. De groep combineerde een DJ met samples en met het type livemuzikanten dat de improvisatie niet schuwde. Van haar drie langspelers is 'Ma Fleur', uit 2007, nog steeds de recentste.Na een lange afwezigheid nam Het Orkest onlangs de draad weer op en zo wist het zelfs een stek op de Cactus-affiche in de wacht te slepen. Veel was er aan zijn, welja, orkestrale downtempomuziek in al die jaren nog niet veranderd. Naast een strijkersensemble en een turntablist bracht Cinematic Orchestra drums, percussie, toetsen, saxofoon en twee zwarte gastchanteuses in stelling. Veel verder dan sfeerschepping bleek het echter niet te komen. De ene met Mr Proper behandelde solo wisselde de andere af en dat leverde smaakvol geluidsbehang op. Niets minder, maar beslist ook niets méér.Tijdens de kabbelende instrumentals hadden we meermaals het gevoel naar een backingtrack te luisteren waar Swinscoe en zijn vrienden vergeten waren een zangmelodie bij te verzinnen. De nummers liepen in elkaar over, waardoor je vaak niet wist waar de ene compositie eindigde en de andere begon.Naast enkele nieuwe stukken stonden er nog altijd songs uit 'Ma Fleur op het programma: het sobere, intimistische 'To Believe, het mijmerende 'To Build a Home' en de door één van de zangeressen aangepakte, zacht voorbij schuifelende ballad 'Breathe'. Het zat allemaal keurig in elkaar, maar, als we eerlijk zijn, was het ook oeverloos saai. Tenzij u opgewonden raakt van iemand zeepbellen te zien blazen, natuurlijk.Dirk Steenhaut