HET CONCERT: Charlotte Adigéry in Het Depot, Leuven op 16/10.
...

'Ik ben zo blij dat dit nog mág', meldde de Gentse zangeres met Caribische roots, toen ze het podium van Het Depot op stapte. Naar de enthousiaste reacties in de zaal te oordelen, stond ze zeker niet alleen met dat gevoel. Na drie ep's en enkele singles brengt Charlotte Adigéry binnenkort haar langverwachte langspeeldebuut uit. En als we mogen afgaan op de nieuwe nummers in de set, wordt dat een voltreffer van je welste. Niet dat we wat anders hadden verwacht, want sinds de artieste enkele jaren geleden de aandacht trok met The Best Thing, haar bijdrage tot de soundtrack van de film Belgica, groeide ze, als protégée van Soulwax, snel uit tot een internationale sensatie. Ze trad vaker op buiten de landsgrenzen dan in België, kreeg schouderklopjes van Iggy Pop, Jamie Cullum en Fever Ray, toerde door Europa met Young Fathers en door Australië met Neneh Cherry. Ze groeide uit tot een radiofavoriet bij de BBC en oogstte lovende recensies bij Pitchfork, The Guardian en NME. De cultuurredactie van uw lijfblad riep haar zelfs eensgezind uit tot 'de persoon van 2019'. Bij zoveel lof zou het velen beginnen te duizelen, maar de immer goedlachse Charlotte Adigéry blijft er bescheiden bij. Ze weet zeer goed wat ze wil en wat ze kan. Alleen laat ze het egotrippen met plezier aan anderen over. De jongste jaren leerden we Adigéry in twee artistieke gedaantes kennen. Met het trio WWWater maakt ze een rauwe vorm van elektropunk; onder haar eigen naam komt ze iets warmer en gepolijster voor de dag. In Leuven sloeg de zangeres een sierlijke brug tussen mainstream en underground, tussen radiovriendelijke maar soulvolle elektropop, r&b en cutting edge-dansmuziek. Ze liet zich daarbij enkel bijstaan door Boris Zeebroek, haar vaste klankleverancier, die de nummers afwisselend van breed uitwaaierende en vette, repetitieve synths voorzag en ook een drumcomputer bediende. Het resultaat klonk doorgaans minimalistisch en afgekloven, maar tegelijk aanstekelijk en trefzeker. Het contrast tussen de koele elektronica van haar muzikale gezel en Adigéry's eigen warme, wendbare stem werkte perfect. Jammer dus dat één of ander technisch mankement al na twee songs het plezier kwam verpesten en het zo'n tien minuten duurde voor het euvel opgelost raakte. Good Charlotte verloor er gelukkig haar gevoel voor humor niet bij en wist er daarna toch nog een feestelijke avond van te maken: 'Ik heb onlangs ontdekt dat je ook kunt twerken terwijl je op je stoel zit', grapte ze. 'Hou je dus niet in, alles is mogelijk. Ik beloof dat ik niet zal kijken'. De titels van de nieuwe nummers moeten we u voorlopig schuldig blijven, maar af en toe noteerden we toch een tekstflard die aangaf welke thema's de zangeres dezer dagen zoal bezighouden. 'Reappropriate your sexuality / You've got a right to femininity', klonk het in de R&B-ballad waar het concert mee werd afgetrapt. 'I'm finally hot', stelde Charlotte Adigéry in een ander nummer vast, al was daarmee de kous nog niet af. Want: 'I have to reclaim my space'. Uiteraard ontbrak het de set niet aan herkenningspunten. Het sensuele BBC, over vrouwen van middelbare leeftijd die aan sekstoerisme doen, werd gevolgd door een lekker wiebelend 1,618. In het even catchy als springerige High Lights had Adigéry het over haar voorliefde voor pruiken en gaf ze lieden die anderen kleineren omwille van hun onzekerheden een veeg uit de pan. Een ander piekmoment was het door de Berlijnse gay scene geïnspireerde en door stevige breakbeats ingeleide Cursed and Cussed. Boris Zeebroek noemde het in NME ooit een kruising tussen DJ Shadow en The Beastie Boys. Het concert eindigde met een sarcastisch nummer over de minder aangename kanten van media-aandacht: de domme vragen in interviews en de holle promopraat die in de muziekindustrie veeleer regel dan uitzondering is. Maar tegelijk was het een liefdeverklaring van Charlote Adigéry aan haar publiek: 'My inspiration comes from you', bekende ze. Uiteraard vonden de aanwezigen dat het iets méér mocht zijn, en dus kregen ze het onweerstaanbare, haast uit louter ritme opgebouwde Paténipat. 'Zandoli paténipat' is Creools voor 'de gekko heeft geen poten' en de strakke, kale beat was ingegeven door de traditionele Gwo-ka dans uit Guadeloupe, het thuisland van vader Adigéry. De laatste toegift, It Hit Me, ging, zo meldde de zangeres, 'over het moment waarop je ontdekt dat je een seksueel wezen bent'. Naar de inhoud van haar overige songs te oordelen, had ze intussen al ruim de tijd gehad om aan het idee te wennen. Mocht het aan het publiek hebben gelegen, dan had Charlotte Adigéry nog wel een poosje mogen doorgaan, maar helaas: de zaal diende te worden ontruimd, want een uurtje later stond nog een tweede optreden gepland. 'Misschien was dit wel onze laatste show van 2020?', vroeg Adigéry zich luidop af. Het zijn inderdaad onzekere tijden, maar we hopen van harte dat het virus haar genadig is.