DA GIG: Buffalo Tom plays Let Me Come Over in AB, Brussel op 6/6.
...

In de VS vragen sommigen zich nog steeds af waarom het door Bill Janovitz aangevoerde indie-powertrio nooit echt groot is geworden, maar in Groot-Brittannië en de Benelux genoot Buffalo Tom wel degelijk een heldenstatus. Aanvankelijk klonk de groep, ontstaan aan de universiteit van Amherst, Massachusetts, nog behoorlijk noisy en thrashy. Dat lag niet alleen aan het beperkte budget waarmee haar eerste twee platen werden ingeblikt, maar ook aan de productie van studiegenoot J. Mascis van Dinosaur Jr. Zelf waren de heren van Buffalo Tom vooral beïnvloed door de Pixies en de Lemonheads, die, ondanks hun energieke sound, altijd catchy popmelodieën in de aanbieding hadden.Een kwart eeuw geleden verscheen hun derde cd, Let me Come Over, voor veel van hun fans nog altijd de sleutelplaat uit hun carrière. Niet omdat zanger-gitarist Bill Janovitz, bassist-zanger Chris Colbourn en drummer Tom Maginnis nooit iets beters zouden hebben gemaakt, maar wél omdat ze op dat werkstuk het heldere, gelaagde geluid wisten te ontwikkelen dat uiteindelijk hun handelsmerk zou worden. De composities van het trio klonken almaar rijker en gevarieerder, straalden meer zelfvertrouwen uit, werden opgepikt door MTV en de Amerikaanse college radio's en uiteraard profiteerde Buffalo Tom mee van het succes van Nirvana en de andere grungebands die potige gitaarrock een flinke duw richting mainstream hadden gegeven.Let Me Come Over, opgenomen in een leegstaande kerk te midden van de Catskill Mountains, kwam tot stand met de hulp van Sean Slade en Paul Kolderie, de producers die later Pablo Honey van Radiohead in goede banen zouden leiden. Het werd de plaat waarmee Buffalo Tom bewees geen one trick pony te zijn. De stijl van het trio werd ruimtelijker en minder eendimensionaal, rijper en bedachtzamer. Rootsy songwriters als Bob Dylan en Van Morrison bleken óók tot het referentiekader van de groep te behoren. Dat resulteerde nu voor het eerst in bedachtzame, akoestische ballads met een tijdloos karakter. Nu die cd 25 jaar oud is, kon een jubileumtournee niet uitblijven. Een oefening in nostalgie? Zeker. Maar ook een trucje om weer de aandacht van het publiek te trekken, want in oktober brengt Buffalo Tom een nieuwe langspeler uit, waarvan in de AB alvast het nummer 'Freckles' werd vrijgegeven.Toen Let Me Come Over uitkwam, waren de muzikanten vijfentwintig, vandaag zijn ze vijftig en hechten ze meer belang aan hun gezinsleven. Dat verklaart waarom de leden allemaal een gewone baan hebben -Janovitz komt al jaren aan de bak als vastgoedmakelaar- en zich, op muzikaal vlak, tevreden stellen met kleinschalige nevenprojecten. Ze beseffen ook dat Buffalo Tom nooit meer de kip met de gouden eieren zal worden. De jongste jaren waren er, na een lange stilte, weliswaar comebackplaten als Three Easy Pieces (2007) en Skins (2011), maar de drie vrienden genieten vandaag vooral van ieder moment waarop ze samen nog eens flink van jetje kunnen geven.Het concert in Brussel bestond uit twee delen, gescheiden door een korte pauze. De integrale uitvoering van Let me Come Over werd tot het einde bewaard, daarvoor was er tijd voor classics uit de overige platen. Vanaf Treehouse, Summer en het volop meegezongen I'm Allowed (over op een feestje verzeild raken waar je niemand kent en het gevoel hebt een indringer te zijn) klonk de rauwe, krachtige sound van Buffalo Tom je meteen vertrouwd in de oren. Niet altijd even dwingendJanovitz vertelde dat hij de avond tevoren in de AB naar Paul Weller was gaan kijken en dus verwachtten we Going Underground, de cover van The Jam waarmee de groep ooit haar grootste hit scoorde. Verkeerd gegokt: in de plaats kregen we Late at Night, Rachael en Kitchen Door, één voor één gezongen door bassist Chris Colbourn, die zo meteen aangaf dat Bill Janovitz niet de enige getalenteerde liedjesschrijver in de band was. Met Tangerine, de voorlopige uitsmijter ('It's just a little haiku / To say how much I like you') toverde Buffalo Tom alvast een brede glimlach op de gezichten van de fans.Na een korte onderbreking stortte het trio zich dan op het materiaal uit Let Me Come Over. Op het scherm achter hen illustreerden allerlei foto's de bandgeschiedenis. Daarbij viel vooral op dat de roodharige Janovitz, in tegenstelling tot zijn twee medeplichtigen, in al die jaren nauwelijks fysiek was veranderd. Ook de energie en de bevlogenheid waren intact, getuige stevige rockers als Staples, het rammelende en punkachtge Mountains of Your Head en het nog steeds overweldigende Velvet Roof. Er stonden ook heel wat rustige nummers op het menu, zoals het immens populaire Taillights Fade, Mineral (begeleid door een nieuwe video, gemaakt door Janovitz' dochter Malena), Porchlight, Frozen Lake en Crutch.Tot tweemaal toe zette de frontman de verkeerde song in. 'Ik ben wellicht de enige in de zaal die de juiste volgorde niet kent', verontschuldigde hij zich. Waarop Colbourn, gevat: 'Heb je nooit de cd gekocht dan?' De bassist mocht nog even in de schijnwerpers tijdens Darl en I'm Not There, maar het concert klok ons zeker niet altijd even dwingend in de oren als we hadden verwacht. Dat kwam omdat zeker niet alle nummers even sterk waren, maar ook omdat de sound niet altijd blijk gaf van reliëf en finesse. Janovitz, die zich in vocaal opzicht soms bezondigde aan over-acting en muzikale slordigheid, had er misschien beter aan gedaan af en toe een akoestische gitaar boven te halen. Nu haalde power het vaak van subtiliteit, en daar was écht niet ieder liedje mee gediend. Begrijp ons niet verkeerd, we zijn blij dat we Buffalo Tom nog eens gezien hebben. Maar het verleden is het verleden en we zijn toch vooral nieuwsgierig naar het nieuwe werk van de groep. (D.J.M.)