Ferry, geboren als mijnwerkerszoon maar geschoold in de Schone Kunsten, is altijd al een toonbeeld van verfijning en elegantie geweest. Op zijn 72ste belichaamt de man nog steeds stijl en grandeur en ook in Antwerpen had hij zich weer in een pak van onberispelijke snit gehesen. U begrijpt meteen waarom de zanger de lounge lizard of rock wordt genoemd.
...

Ferry, geboren als mijnwerkerszoon maar geschoold in de Schone Kunsten, is altijd al een toonbeeld van verfijning en elegantie geweest. Op zijn 72ste belichaamt de man nog steeds stijl en grandeur en ook in Antwerpen had hij zich weer in een pak van onberispelijke snit gehesen. U begrijpt meteen waarom de zanger de lounge lizard of rock wordt genoemd. Zoals veel artiesten van zijn generatie appelleert Bryan Ferry dezer dagen vooral aan een ouder publiek. In interviews omschrijft hij zichzelf als 'van nature conservatief' en in sommige kringen krijgt hij de wind van voren omdat hij een voorstander is van de vossenjacht. Dat imago valt echter moeilijk te rijmen met de even excentrieke als baanbrekende artrock die hij in de vroege seventies op de wereld afvuurde met Roxy Music, een gezelschap waarvan ook Brian Eno tijdelijk een lidkaart op zak had.Eerlijk gezegd hadden we Bryan Ferry liever in een theater met een goede akoestiek aan het werk gehoord. De Lotto Arena staat nu eenmaal niet bekend om zijn klanktechnische kwaliteiten. Maar goed, de artiest stond vol zelfvertrouwen op het podium en haalde vooral de verleidelijke crooner in zich naar boven. Ferry, die zich voor de gelegenheid liet bijstaan door een tienkoppige band én het Nederlandse Metropole Orkest, beschikt inmiddels over een uitgebreide catalogus die uit meer dan 25 langspelers bestaat. Toch stond zijn set geheel in het teken van de nostalgie. Van de 21 gespeelde nummers dateerden er 15 uit zijn Roxy-periode en van het handvol songs uit zijn solocarrière werd er geen enkele geschreven na 1987. Moeten we daaruit concluderen dat Bryan Ferry de jongste drie decennia niets substantieels meer heeft uitgevreten? Of neemt hij op zijn oude dag geen enkel risico meer en beperkt hij zich gemakshalve tot een give the people what they want-show?Begrijp ons niet verkeerd: Ferry heeft alle recht om op de catalogus van Roxy Music terug te vallen. Tenslotte was hij de onbetwiste leider van de groep en schreef hij ook het gros van haar nummers. Het hielp wél dat hij in Antwerpen occasioneel met verrassende keuzes op de proppen kwam. De avond begon bijvoorbeeld met The Main Thing (uit Avalon), en ook Stronger Through the Years of Bitter-Sweet zijn niet meteen de eerste titels die ons te binnen schieten wanneer iemand ons vraagt de grootste hits van Roxy Music op te sommen. Gelukkig kwam er af en toe werk voorbij uit experimentele platen zoals het titelloze debuut en het nog steeds fantastische For Your Pleasure (uit 1973). Net op die momenten was er een prominente rol weggelegd voor meestergitarist Chris Spedding (zie onder anderen John Cale, Paul McCartney en Willy DeVille), altvioliste Maina Moore en, vooral, saxofoniste Jorja Chalmers.Bryan Ferry's stem is niet meer wat ze ooit geweest is, maar de man was professioneel genoeg om dat zo weinig mogelijk te laten merken en zocht vocale ondersteuning bij twee soulvolle zwarte deernen. En sowieso blijft hij een innemende podiumpersoonlijkheid die het publiek louter met zijn charisma op sleeptouw weet te nemen. Ferry slenterde in Antwerpen haast achteloos door zijn repertoire en ondanks hun hoge beschavingsgehalte bleven Don't Stop the Dance en Slave to Love prijsbeesten waar weinig op af te dingen viel. Tijdens Windswept, met Spedding op Spaanse gitaar, werd een lading woestijnzand aangesleept, Bête Noir kreeg van de blazers een Iberisch tintje opgeschilderd. Het ribfluwelen Zamba klonk ons dan weer iets te gezapig in de oren. En daarmee leggen we meteen de vinger op hét pijnpunt van het concert. Zeker, het Metropole Orkest legde vaak fraaie accenten, al waren er net zo goed momenten waarop al dat volk op het podium nauwelijks een meerwaarde betekende en de songs met zoveel laagjes werden volgestouwd dat ze onder hun eigen gewicht dreigden te verstikken. Tijdens het eerste halfuur was het vooral de sci-fi popart van Ladytron (met lange instrumentale passages en Ferry aan het klavier) en Out of the Blue (een prima song waarin viool en sax om beurten de aandacht trokken) die ons de oren deed spitsen. Het radiovriendelijke Oh Yeah kreeg een piekfijn arrangement aangemeten. Alleen kabbelde het een eind weg en drong de conclusie zich op dat Goede Smaak soms ook gewoon saai en slaapverwekkend kan zijn. Op geen enkel moment werd er buiten de lijntjes gekleurd en de tempo's waren zo eenzijdig traag dat je zou hebben gezworen dat Bryan Ferry op zijn - ongetwijfeld dure - pantoffels stond te zingen.Mocht er wat leven in de brouwerij komen, alstublieft? Welja, in Bitter-Sweet hoorden we verwijzingen naar Brecht, Weill en het Berlijnse cabaret uit het interbellum, terwijl het sinistere maar ingehouden In Every Dreamhome a Heartache haast ondraaglijk werd door de zorgvuldig oogebouwde spanning. Tot de song, na 'I blew up your body / But you blew my mind', als vuurwerk openbarstte. More Than This en Avalon waren geraffineerd en geparfumeerd, maar het publiek was duidelijk blij toen er een versnelling hoger werd geschakeld met If There Is Something, het stuwende Re-Make Re-Model, het heerlijk hoekige Do the Strand, het aanstekelijke want funky Love is the Drug en het wervelende Virginia Plain. Enkele toeschouwers stonden zelfs op uit hun zitjes om zich, vóór het podium, aan een dansje te wagen.Met het swingende Let's Stick Together (geleend van Wilbert Harrison) en het wiegende Jealous Guy (met dank aan John Lennon) trok Bryan Ferry een sierlijke streep onder zijn anderhalf uur durende show, maar bij dat laatste viel ons op dat ook fluiten de zanger niet echt meer af ging. U vraagt een conclusie? Wel, het was bij vlagen opwindend, altijd getuigend van klasse, maar soms iets te netjes en te afgeborsteld om ons helemaal bij het nekvel te grijpen. Respect voor alles wat de man heeft verwezenlijkt. Alleen is de Eurostar tegenwoordig populairder dan de Ferry. En zoals een groot filosoof ons ooit in het oor fluisterde: wie te lang achterom kijkt, komt niet meer vooruit.