Black Mountain, uit Vancouver, vormt al tien jaar lang de speerpunt van de muziekscene bij de Canadese westkust. De sound van het gezelschap is altijd al retro geweest. Zijn core-business was harde gitaarrock, steunend op logge riffs, die niet geheel verstoken bleef van proggy neigingen. Zijn jongste cd, het onlangs verschenen 'IV', viel niet bij alle fans in even goede aarde. Op die plaat stoeide Black Mountain namelijk nogal veelvuldig met eighties elektronica en aan die ontwikkeling was het duidelijk even wennen.

We willen niet suggereren dat Black Mountain in Brugge een slechte beurt maakte. Maar het door analoge synths en potige gitaren gedomineerde retrofuturisme van de groep greep ons nooit echt bij de strot.

Het pleit voor de groep dat ze haar horizon wil verruimen, maar zoals we konden vaststellen tijdens Cactus, lijken de Canadezen niet goed te weten welke richting ze nu precies in willen slaan. Het ene moment hoorden we psychedelische acid rock à la Jefferson Airplane, het andere veel te luide stoner- of spacerock waarin de subtiliteit ver te zoeken was.

Daarmee willen we niet suggereren dat Black Mountain in Brugge een slechte beurt maakte. Maar het door analoge synths en potige gitaren gedomineerde retrofuturisme van de groep greep ons nooit echt bij de strot. Stephen McBean zette zijn voet op iets teveel effectpedaaltjes tegelijk, Jeremy Smidt had er moeite mee zijn Moog in toom te houden en Amber Webber was soms geneigd te gaan zeuren.

Dat de balans uiteindelijk toch nog in positieve richting doorsloeg, was te wijten aan prima songs zoals het ietwat dramatische 'Line Them All Up', de semi-akoestische gothpop van 'Cemetry Breeding' en het epische slotnummer 'Space to Bakersfield', dat de hoogdagen van Pink Floyd weer helemaal deed herleven.

Eén vraag bleef ons desondanks tot de allerlaatste noot achtervolgen: wil de échte Black Mountain nu eindelijk opstaan?

Hoogtepunten: 'Cemetry Breeding', 'Line Them All Up', 'Space to Bakersfield'.

Dirk Steenhaut

Black Mountain, uit Vancouver, vormt al tien jaar lang de speerpunt van de muziekscene bij de Canadese westkust. De sound van het gezelschap is altijd al retro geweest. Zijn core-business was harde gitaarrock, steunend op logge riffs, die niet geheel verstoken bleef van proggy neigingen. Zijn jongste cd, het onlangs verschenen 'IV', viel niet bij alle fans in even goede aarde. Op die plaat stoeide Black Mountain namelijk nogal veelvuldig met eighties elektronica en aan die ontwikkeling was het duidelijk even wennen.Het pleit voor de groep dat ze haar horizon wil verruimen, maar zoals we konden vaststellen tijdens Cactus, lijken de Canadezen niet goed te weten welke richting ze nu precies in willen slaan. Het ene moment hoorden we psychedelische acid rock à la Jefferson Airplane, het andere veel te luide stoner- of spacerock waarin de subtiliteit ver te zoeken was.Daarmee willen we niet suggereren dat Black Mountain in Brugge een slechte beurt maakte. Maar het door analoge synths en potige gitaren gedomineerde retrofuturisme van de groep greep ons nooit echt bij de strot. Stephen McBean zette zijn voet op iets teveel effectpedaaltjes tegelijk, Jeremy Smidt had er moeite mee zijn Moog in toom te houden en Amber Webber was soms geneigd te gaan zeuren. Dat de balans uiteindelijk toch nog in positieve richting doorsloeg, was te wijten aan prima songs zoals het ietwat dramatische 'Line Them All Up', de semi-akoestische gothpop van 'Cemetry Breeding' en het epische slotnummer 'Space to Bakersfield', dat de hoogdagen van Pink Floyd weer helemaal deed herleven. Eén vraag bleef ons desondanks tot de allerlaatste noot achtervolgen: wil de échte Black Mountain nu eindelijk opstaan?Dirk Steenhaut