Meer dan een halve eeuw geleden werd het al duidelijk dat technologische ontwikkelingen voorgoed het aangezicht van jazz zouden veranderen. Toen beperkte het zich nog tot een nieuwe synthesizer of een effectpedaal voor een elektrische gitaar of piano. Maar wie had toen kunnen vermoeden dat de echte technologische revolutie zich pas een generatie later zou voltrekken, en met verstrekkende gevolgen? Geen zichzelf respecterende muzikant die zich vandaag niet bedient van loopstation of laptop, maar de échte revolutie voltrekt zich vooral naast het podium, in de manier waarop muziek wordt geconcipieerd, opgenomen, gepromoot, verdeeld en beluisterd.
...

Meer dan een halve eeuw geleden werd het al duidelijk dat technologische ontwikkelingen voorgoed het aangezicht van jazz zouden veranderen. Toen beperkte het zich nog tot een nieuwe synthesizer of een effectpedaal voor een elektrische gitaar of piano. Maar wie had toen kunnen vermoeden dat de echte technologische revolutie zich pas een generatie later zou voltrekken, en met verstrekkende gevolgen? Geen zichzelf respecterende muzikant die zich vandaag niet bedient van loopstation of laptop, maar de échte revolutie voltrekt zich vooral naast het podium, in de manier waarop muziek wordt geconcipieerd, opgenomen, gepromoot, verdeeld en beluisterd. Plots zijn door deze recente gezondheidscrisis de gevolgen én mogelijkheden van deze digitale revolutie wel heel erg accuut geworden. Waar het een aantal maanden geleden voor velen nog een leuke surplus was, bovenop de fysieke ervaring van de real thing, lijkt vandaag de digitale muziekbeleving voor onafzienbare tijd de enige manier te zijn waarop muzikanten en hun publiek nog met elkaar in contact zullen komen. Is dit de doodsteek van jazz, dat bij uitstek heel lichamelijke, interactieve, directe muziekgenre dat het best van al nog in levenden lijve wordt ervaren? Allerminst! Zoals steeds toont jazz zich van haar meest weerbare en veerkrachtige kant. Ondernemende Belgische jazzmuzikanten waren bij de eersten om het potentieel van sociale media te onderkennen en met beide handen aan te pakken. Jef Neve leidt de weg met dagelijkse streaming concerten vanop allerlei locaties. Ze worden druk gevolgd door een groeiende schare fans. Het Brussels Jazz Orchestra of Muziekmozaïek voegen daar online lessen, flashbacks en getuigenissen van muzikanten aan toe. Ook organisatoren als KAAP of Flagey deden al hun duit in het zakje met online mini-concerten. Wanneer duidelijk werd dat ook deze hele festivalzomer in één grote, meedogenloze stilte zou worden ondergedompeld, groeide het idee voor een online alternatief. Dat is Bel Jazz Fest geworden; een online jazzevent, waarvoor maar liefst 11 jazzfestivals (BRAND! Mechelen, Brosella, Brussels Jazz Festival, Brussels Jazz Weekend, Jazz à Liège, Gaume Jazz Festival, Gent Jazz, Jazz Brugge, Jazz Middelheim, Leuven Jazz en Tournai Jazz Festival), samen met een schare andere organisaties, de handen in elkaar slaan. Het is een uniek gebaar van solidariteit, in België misschien wel het eerste in haar soort. Het wil vooral een hart onder de riem steken van een sector die ongezien hard wordt getroffen. In één beweging wordt ook de muziekliefhebber in binnen- én buitenland uitgebreid getrakteerd. Win-win! Het aanbod omvat maar liefst 24 (soms gelijktijdige) showcase concerten die worden gespreid over twee dagen. Vanuit de studio's 1 & 4 van Flagey, met zijn uitstekende akoestiek, kan je je kortstondig vergapen aan een bonte staalkaart van de hedendaagse jazzscène uit Vlaanderen, Brussel en Wallonië. Gisteren was de eerste dag. Goed weer is erg prettig bij festivals. Maar gisteren deed het toch een beetje pijn om bij zulke stralende avondzon naar binnen achter een scherm te moeten kruipen. Maar kom, geen lange wachtrijen voor zompige hamburgers en geen flets bier. Ook geen leuke ontmoetingen of babbels met vrienden of collega's. Hoewel, virtuele concertgangers konden zich, zo gewenst, terugtrekken in een chatroom. Een onverbeterlijk asociale introvert als ikzelf voelde zich daar nu niet meteen toe geroepen en een mens wil idealiter natuurlijk niet een godganse tijd naar schermen zitten koekeloeren, maar ik kwam voor muziek. En voor de goede zaak! De spits werd afgebeten door het Quartet van An Pierlé in de grote Flagey studio 4, die voor de gelegenheid was omgedoopt tot Toots Stage. Ze werd bijgestaan door de kerels van het elektropopjazz duo SCHNTZL en door haar man, Koen Gisen. Die laatste is de George Martin van de Vlaamse jazz. Hij leidt niet alleen de ideeën van dit jonge duo in goede banen, maar is ook de man achter de knoppen en de schermen bij Nordmann, De Beren Gieren en de vele projecten van gitarist Bert Dockx (om maar een paar bands te noemen). Technische problemen beletten me om het concert integraal en ongestoord mee te maken. Kinderziektes, hoopte ik, terwijl ik natuurlijk al het ergste voor de rest van de avond vreesde. Ik mobiliseerde terstond het hele gezin om alle apparaten die bandbreedte vreten, uit te schakelen. Ik verplichtte hen om mee te kijken (vier voor de prijs van één? Kassa!) of om een boek te lezen, desnoods. Niet eenvoudig, maar het vergt een opoffering van iedereen, zo'n crisis. Gelukkig werd ik heel vriendelijk gerustgesteld door het online Bel Jazz Fest team, die via mail wist te vertellen dat wij niet alleen waren.Wat ik tussendoor wél zag, was singer-songwriter An Pierlé die opvallend goeie moed toonde in een immens lege Flagey studio, waar verder geen leven leek te heersen. Er kwam geen applaus tussendoor, er was geen geroezemoes, geen zucht. Niks. Alsof wij voyeuristen en de muzikanten aan het repeteren waren. Het zorgde voor een onwereldse, bijna apocalyptische sfeer. Een gevoel dat nog verder in de verf werd gezet door de muziek van Pierlé, wiens zang soms balanceert tussen de vocale acrobatiek van Diamanda Galas en het sirenegeluid van Kate Bush. Een tikkeltje nerveus ondertussen, maar nog steeds vol goede moed, trok ik naar het andere virtuele podium, in de intieme studio 1 - ofte de Django Stage. Daar gaf gitarist Bert Cools acte de présence. Ik had er wel zin in. Stilstaand beeld heb ik gezien, maar geen Bert Cools. Ik ben ook voor de rest van avond niet meer in Studio Django geraakt, geef ik meteen toe. Er was te veel te beleven op het grote podium, waar de ene set de andere in sneltempo opvolgde. Bovendien, je kan sowieso achteraf nog alles opnieuw bekijken.Terug in Toots stonden saxofonist Manuel Hermia, pianist Pascal Mohy en bassist Sam Gerstmans al meteen klaar met een portie échte jazz. Dit trio grossiert in liefdesliedjes en ballades; standards uit The Great American Songbook, uitgezocht, afgestoft, opgeblonken en opnieuw gepresenteerd. Mijn vrouw schuift mee aan. Het wordt gezellig. The Nearness of You. Like Someone in Love; You Don't Know What Love Is, Soul Eyes... We zingen het allemaal in gedachten mee. Een vederlichte tenorsax, rijke pianoakkoorden plus warme bas, het moet de ideale cocktail zijn voor een zalige lenteavond. Maar echt van de grond komt het nooit. Er wordt prachtig gespeeld, maar het is ook voor deze toeschouwer nog wennen aan de nieuwe omstandigheden om me al meteen te laten meeslepen in deze virtuele setting. Het podium is tijdens de hele set ook erg duister uitgelicht (een probleem tijdens een groot deel van de avond), waardoor het meekijken toch wel onnodig moeilijk wordt gemaakt. Ik neem herkansing in uitgesteld relais, beloofd.Daarna was het de beurt aan het Mâäk Quintet, een groep 'oudgedienden' met een gezamenlijke staat van dienst die meer jaren telt als de hele jazzgeschiedenis. Mâäk is een waar Belgisch instituut dat zijn plaats op dit eerste online festival allerminst gestolen heeft. En zowaar, de puzzelstukken begonnen op hun plaats te vallen. Bel Jazz Fest kwam op dreef! Onweerstaanbare grooves, echo's van Afrika en de Balkan, waarover sensuele melodieën bezwerend kronkelen en er ruimschoots plaats is voor stevig soleerwerk. De ervaring die deze bende oude rotten in de weegschaal kan leggen, zorgt ervoor dat ze topkwaliteit kunnen afleveren onder om het even welke omstandigheden, hoe ongezien of bevreemdend die ook zijn. De rots in de branding van dienst was die onweerstaanbare tuba van Michel Massot. Wat een held. En wat een band. Bravo!!!!Nu moet ik iets bekennen over De Beren Gieren. Ik volg hun parcours van het eerste uur en vind ze nog steeds een van de interessantste bands van die hele "New Wave of Belgian Jazz"-lichting. Pianist Fulco Ottervanger had zijn eigen applausmachine mee om de onwennige stiltes tussendoor te vullen en plaatste de songtitels op een pupiter voor zich op het podium. Zulke kleine theatrale dingetjes vind ik onwijs leuk. De Beren combineren intelligentie met een fijne scheut humor en een goeie podiumprésence met een niet aflatende zin voor avontuur. Zodra ik die kamerbrede glimlach op het gelaat van bassist Lieven Van Pée zag, realiseerde ik me meteen ook wat een ongelofelijk plezier het voor al deze muzikanten moet zijn om terug een podium te kunnen delen en samen muziek te maken. De Beren stelden alweer niet teleur. Er is iets spontaans en ongekunstelds aan wat ze brengen. Het is logisch, zonder onnodige omwegen, direct naar de kern: goeie melodieën, spannende ritmische figuren, hecht samenspel. Het maximalisme van Esbjörn Svensson meets de nietsigheid van Misha Mengelberg.Met Urbex van drummer Antoine Pierre (Taxiwars, Toine Thys Trio, ...) werden we terug gekatapulteerd naar 1970 en naar de broeierige sfeer van Miles Davis' fusion meesterwerk Bitches Brew. Soms zelfs heel letterlijk, met meer dan een paar vette knipogen naar de composities op die baanbrekende lp. Het resultaat is minder gevaarlijk, minder doordrongen van blues en kruidensigaretten. Er zit minder modder tussen de tenen, maar wat een bom muzikaal talent verzamelt Urbex op één podium! Jean-Paul Estiévenart in een glansrol als Prins van het Halfduister, Bert Cools met een paar rake mitraillettesalvo's die herinneren aan John McLaughlins gloriedagen en Bram De Looze die nu terecht de Belgische Keith Jarrett mag genoemd worden. Bandleider Antoine Pierre zelf heeft een opvallend licht en elegant, maar snedig toucher dat hem instant herkenbaar maakt. Stuk voor stuk muzikanten met een fascinerend, grootsteeds verhaal en de totale beheersing over hun instrument om het ook te kunnen vertellen.Mijn laatste concert van de avond werd het hippe geweld van The Brums uit Luik. Techno, electrobeat grooves, übercoole vintage synths, gul overgoten met scheurende solo's op trompet, sax en trombone. Vergelijk het met de muziek van STUFF. of Beraadgeslagen, maar dan met een toef extra testosteron. Super concert van vier jonge kerels die zich voor het volle pond smeten, maar daarbij meteen de vinger op de pijnlijke wonde leggen. Dit zou de ideale feestelijke afsluiter zijn op om het even welk festival. Een echt, bedoelen we dan, geen virtueel. Zo eentje met een publiek. Interactie. Sfeer. Licht. Volume. Véél volume! Enfin, à la prochaine fois, dans l'autre vérité (dixit Ottervanger).Het voelt wat onwennig om een dergelijk evenement te zitten recenseren, maar ik heb er wel dubbel en dik van genoten. Surf naar jazz.be en koop je ticket of doe een gift en maak het opnieuw mee. United we jazz!