DA GIG: Beirut in Vorst Nationaal, Brussel op 2/4.
...

Zach Condon, de spilfiguur en voorman van Beirut, heeft zich altijd meer aangetrokken gevoeld tot de Europese cultuur dan tot de Amerikaanse. Hij is een fan van Brel en Gainsbourg, houdt van de films van Federico Fellini en Emir Kusturica, spreekt vlot Frans en Portugees en zoekt zijn inspiratie bij voorkeur buiten de Angelsaksische traditie. Zoals blijkt uit zijn songtitels is hij een globetrotter voor wie geografische plekken cruciale oriëntatiepunten zijn. Ieder liedje van Beirut is als een polaroid, een prentbriefkaart, verstuurd tijdens één van de vele haltes op een eindeloze reis. Dezer dagen woont Condon weliswaar in Berlijn, maar hij blijft zijn werk kruiden met indrukken die hij elders heeft opgedaan.Daartoe bedient de zanger zich van een instrumentarium dat afwijkt van wat in popmuziek doorgaans gebruikelijk is. Vooraan op het podium staat een blazerssectie, waar hij ook zelf deel van uitmaakt. Tenminste: op de momenten dat hij geen ukelele of klavier beroert. Nu eens verwijzen de toeters naar de Balkan, dan hinten ze weer naar de Mexicaanse mariachitraditie of zijn ze schatplichtig aan Siciliaanse begrafenisstoeten. Hoewel tijdens het concert in Vorst alle platen van Beirut werden aangeraakt, vormden de nummers uit Gallipoli, de onlangs verschenen vijfde langspeler van het gezelschap, de rode draad in de set. Veel verrassingen vielen op dat jongste werkstuk niet te rapen: het bandgeluid was uit duizenden herkenbaar en ook het farfisa-orgeltje, waar Zach Condon tijdens de beginperiode van Beirut veelvuldig gebruik van maakte, was weer helemaal terug. Gallipoli is, zowel in muzikaal als thematisch opzicht, een opvallend coherente plaat en een nagenoeg perfecte synthese van een carrière waarmee het sinds 2006 enkel in stijgende lijn is gegaan. Het thema van de songs is ontwrichting, ontheemd zijn tussen verleden en toekomst. Toch zijn de teksten zelden spectaculair of veelzeggend. Condon maakt er geen geheim van dat hij het liefst instrumentale muziek zou maken. Zijn nummers baden in een nostalgische sfeer, die in Vorst nog versterkt werd door de podiumbelichting. De verticale lichtstaven van variabele lengte moesten de intimiteit van kaarslicht suggereren, een manier om de grote zaal toch iets kleiner te doen lijken dan ze in werkelijkheid was.De avond werd ingezet met nieuwe songs zoals When I Die en het fraaie Varieties of Exile. Zach Condon manifesteerde zich hier als een folky crooner, wiens stem afwisselend aan Morrissey en Rufus Wainwright herinnerde. Het catchy Gallipoli, geschreven na een processie die Zach Condon meemaakte in een middeleeuws stadje in het uiterste zuiden van Italië, en Landslide waren voorzien van nerveuze percussie, meerstemmige samenzang en melodieën die zich prompt in je geheugen vastklauwden. Herkenningsapplaus was er voor oude bekenden, zoals het stuiterende No No No, het euforische The Rip Tide en het door veerkrachtige synths aangezwengelde Santa Fe, Condons ode aan zijn geboortestad. Fener klonk als een orkest van het Leger des Heils, maar ontleende zijn pit aan een huppelende groove en onverwachte tempowisselingen, terwijl het accordeonwalsje The Peacock strofe na strofe opzwepender werd.Tussendoor speelde Beirut enkele instrumentals, waaronder het dromerige Corfu en het van A Hawk and a Hacksaw geleende Serbian Cocek, dat aangaf hoe smal de grens tussen elegisch en feestelijk bij Slavische volkeren wel kan zijn. De geestdriftigste reacties noteerden we echter tijdens oude publieksfavorieten als Postcards From Italy, Elephant Gun, Nantes en het tot de bissen opgespaarde The Gulag Orkestar. Het concert werd afgerond met het melancholische We Never Lived Here, waarin Beirut het klassieke minimalisme van Philip Glass van Mexicaanse accenten voorzag en de trompetten afwisselend gedrenkt leken in sloten tequila en mezcal.Beirut tekende in Brussel voor een voortreffelijk concert dat in het teken stond van ongeveinsd speelplezier. Toch was de set niet zonder saaie momenten: de groep beriep zich iets te vaak op steeds dezelfde muzikale formules, waardoor de nummers een beetje eenvormig dreigden te worden. Soms gleden ze af naar achtergrondmuziek: het klonk nooit onaangenaam, maar ook niet altijd even dwingend. Misschien verklaart dat waarom we de toeschouwers bij bosjes de zaal zagen verlaten, toen de toegiften nog moesten beginnen? Volgende keer graag wat minder routine en wat meer verrassingen, dus. Want zoals iedere mobiliteitsspecialist volmondig zal beamen: stilstand is achteruitgang.