HET CONCERT: Bazart in Sportpaleis Antwerpen op 20/10.
...

Bazart wordt door de Hoeders van de Goede Smaak al een poosje verguisd. De groep is immers niet vies van marketing, denkt na over haar imago en is razendsnel zó populair geworden dat het wel verdacht moét zijn. Bandjes worden geacht eerst enkele jaren te ploeteren en in halflege cafés te spelen voor ze op enige appreciatie kunnen rekenen. Bazart wist al die stadia echter vrolijk over te slaan en mocht al op grote festivals figureren nog voor zijn eerste langspeler in de winkels lag. Zoiets wekt afgunst en jaloezie. Bovendien viel het gezelschap vooral in de smaak bij gillende tienermeisjes. De pers gewaagde van Clouseau-achtige taferelen, alsof Doe Maar niet precies hetzelfde had meegemaakt. Maar de street credibility van Bazart kwam het uiteraard niet ten goede.Niettemin deed de groep een verdienstelijke poging indiepop, elektronica en modieuze r&b te combineren met Nederlandstalige teksten. En het is maar de vraag of ze even snel zou zijn afgeserveerd mocht ze in het Engels hebben gezongen. Een feit is dat een zinsnede als 'Liever snel naar de hel dan traag naar de hemel' intussen zowat een staande uitdrukking is geworden. Zelf heeft Bazart een ambivalente houding tegenover zijn succes: je kunt nu eenmaal niet tegelijk underground en mainstream zijn. Tegelijk smeedt het combo het ijzer terwijl het heet is. 2, de onlangs verschenen opvolger van het bestsellerdebuut Echo, kwam er dus iets te snel en werd zelfs al voorafgegaan door de documentaire Het begin voorbij. Het is in ruime mate een break-up-plaat, die de sporen draagt van de breuk tussen zanger Mathieu 'Er schuilt een held heel diep in mij' Terryn en zijn ex-vriendin Justine Bourgeus (bekend als Tsar B). Concurrentie voor Dylans Blood on the Tracks of Frank Vander lindens Nachtwerk is het niet geworden. Terryn debiteert zinnen die uit een puberdagboek gelicht lijken, hanteert een soort Jerommekestaal ('Teruggekomen/Nooit echt weggegaan') en wentelt zich in zelkbeklag ('Niemand die nog vraagt hoe het met me gaat'). Maar zijn teksten, waarin de klank belangrijker is geworden dan de inhoud, zijn voor zijn doelpubliek qua directheid wel meteen herkenbaar. Voor veel tieners is naar Bazart luisteren als in de spiegel kijken.In Antwerpen merkte je al vanaf Intro, een elektronische carrosserie die moest verhullen dat de groep vergeten was er een song bij te bedenken, dat Bazart voorlopig méér gemeen heeft met Frank Boeijen dan met Frank Ocean. Mathieu Terryn maakte gebruik van een lange catwalk om zijn publiek op te zoeken, op te hitsen en tot participatie aan te zetten. 'Ik heb iedereen nodig voor een danspasje', klonk het. En: 'Ik wil dat iedereen, ook op de achterste rijen, meezingt'. De frontman had blijkbaar niet goed opgelet: meezingen deed het armenzwaaiende publiek al bij het eerste nummer en iedere beweging die hij maakte werd op luid gejoel onthaald. Tegelijk was er hier en daar sprake van verwondering. Rechts van ons hoorden we bijvoorbeeld iemand informeren of het nummer Lux écht over zeep ging.Voor de duidelijkheid: wij behoren niet tot de lieden die iedere song van Bazart meteen als rommel afdoen. Het probleem was alleen dat de band in het Sportpaleis geneigd was ieder detail dermate uit te vergroten dat er voor nuance geen ruimte meer overbleef. Lang geleden dat we nog zoveel lelijke, bombastische synthriedels hadden gehoord (zie Nodig). Bovendien werd iedere drumtik een in echo verzuipende donderslag. Terryn, die tijdens Het doet me toch iets op een onzichtbare tegenstander enkele karatemoves uitprobeerde, had het niet toevallig ergens over zijn 'drang naar overmaat'. De man stond vaak met gespreide armen op het podium als was hij de messias zelve en viel, geteisterd door smart, al zingend regelmatig op zijn knieën.Net als U2 tijdens zijn laatste doortocht speelde Bazart ook een setje op een klein podium in het midden van de zaal, wat aanleiding gaf tot een vingerknippend Vijf dagen en een vrij sober gehouden Tunnels, waarin de toeschouwers vocaal de hoofdrol opeisten. Zoals het hoort bij een concert op grote schaal, bracht de groep voor de gelegenheid enkele speciale gasten in stelling. De 'onwaarschijnlijk getalenteerde' Eefje de Visser mocht opdraven voor Onder ons. Ook al was het pas het vijfde nummer in de set, de glinsterende papiersnippers dwarrelden al prompt over de hoofden van het publiek. The Subs, die eerder op de avond het voorprogramma hadden verzorgd, werden opgevoerd met het oog op Voodoo. Of dat voor een meerwaarde zorgde, hangt af van de mate waarin u hun vorm van dansmuziek te pruimen vindt. En in Niet te dichtbij was een rolletje weggelegd voor Coely, die de afwezige rapper Baloji kwam vervangen.'SPORTPALEIS. ZIJN. JULLIE. KLAAR? Ik wil iedereen zien springen', riep Mathieu Terryn ter introductie van Goud. En daar knalde het confettikanon weer. Uiteraard was dat slechts een aanloop naar de bissen. Met Koortsdroom (sleutelzin: 'Ik loop achterwaarts, maar bots frontaal tegen iets wat ik al ken') en de courante hit Grip (omarm me) - nog méér confetti!- werden de fans tevreden naar bed gestuurd.De verleiding is groot om het optreden van Bazart te recenseren aan de hand van tekstflarden uit zijn liedjes: 'zonde van de tijd', 'het ging anders dan gepland', 'oh, dit loopt weer uit de hand', 'alles ontspoort', 'er komt geen eind aan', 'zo vervangbaar', 'het is niet waard dat ik het onthou', 'Ik kan er niet meer tegen'. Maar in die val zult u ons uiteraard nooit zien trappen. Op onze mening zit u trouwens niet te wachten. Naar schatting 19.999 mensen beleefden in Antwerpen de avond van hun leven. Op weg naar de auto bleef één tekstflard almaar door ons hoofd tollen: 'Soms zie ik dingen die er niet zijn'.