DA GIG: Arcade Fire in Sportpaleis, Antwerpen op 19/4.
...

Het podium stond dit keer opgesteld in het midden van de zaal en oogde als een boksring. Dat trof, want het uitbundige gezelschap uit Montréal deelde zoveel muzikale uppercuts uit, dat je genoeg sterretjes zag om een doorsnee werknemer van de NASA stikjaloers te maken. De bandleden moesten zich eerst een weg zien banen door het publiek voor ze aan hun show konden beginnen en als je vanaf de tribune de massa voor frontman Win Butler en de zijnen uiteen zag wijken, dacht je meteen aan een bijbels tafereel: dat van Mozes die het vermocht de Rode zee te splijten.Arcade Fire toert momenteel met zijn vorig jaar verschenen en middels een opdringerige reclamecampagne gelanceerde vijfde album. Everything Now werd niet overal even enthousiast ontvangen: de reacties varieerden van 'ongeïnspireerd' tot 'bloedeloos' en de reviews van Spin en Pitchfork waren zelfs ronduit vernietigend. Op zijn jongste plaat goochelde Arcade Fire met thema's als paranoia, claustrofobie en verveling. In haar songs had de groep het over hoe de moderne technologie het individu tot louter schietschijf voor marketeers reduceert en hoe we door de alomtegenwoordigheid van de sociale media van onszelf vervreemden. Hoe meer communicatiemiddelen we ter beschikking hebben, hoe geïsoleerder we ons voelen. Zware thema's? Zeker, maar de band stopt die vaak in een luchtige verpakking en doet zo wanhoop omslaan in euforie. De zwierige, naar ABBA lonkende concertopener Everything Now, illustreerde dat mechanisme perfect. Ook in Rebellion (Lies) en het overweldigende No Cars Go toonde voorman Win Butler zich een goedmoedige volksmenner die er, desnoods manu militari, voor zou zorgen dat zijn fans een leuke avond beleefden. En ja, er werd zo enthousiast meegezongen dat het Sportpaleis zich alras transformeerde in een karaokebar.Arcade Fire geeft je de indruk dat alles voortdurend in beweging is. De zes muzikanten, in Antwerpen aangevuld met drie extra krachten, zijn multi-instrumentalisten die om de haverklap van werktuig wisselen. Ze blaken van energie en speelplezier en storten zich op hun nummers met de appetijt van een leeuw die al veertien dagen niets meer achter de kiezen heeft gehad. De belichting en de flitsende beeldschermen boven het podium, droegen bij tot de opwindende sfeer, want zo kon je ook zien wat de bandleden die je met de rug aankeken zoal in het schild voerden. Muzikale variatie troef, trouwens: Here Comes The Night Time was door percussie aangedreven gothic calypso, Reflektor stuiterende disco, Put Your Money On Me pulserende elektropop en Rococo (ingeleid met een a-capellastukje uit Smells Like Teen Spirit) een postmoderne berçeuse.Dat Neon Bible enigszins de mist in ging, lag vooral aan de abominabele akoestiek van het Sportpaleis. Die boksring in het midden was weliswaar een goed idee, omdat je aandacht daardoor niet uitsluitend op één of twee groepsleden gericht bleef, maar de geluidsweergave kwam het zeker niet ten goede. Wie even de ogen sloot, merkte pas écht wat voor een ondoordringbare geluidsbrij uit de P.A. kwam gevloeid. Nog een geluk dat er altijd wel wat te zien was. Zodra het verzoek 'Please turn on your lights' op het scherm verscheen, lichtten bijvoorbeeld in een oogwenk duizenden smartphones op. Nooit eerder zo'n rijk gevulde sterrenhemel gezien.Bovendien zorgde het spervuur van publieksfavorieten ervoor dat je aandacht nooit verslapte. The Suburbs huppelde zorgeloos voorbij en met Neighborhood #1 (Tunnels), een explosief Ready to Start en een met strijkers, belletjes en sax versierde Neighborhood #3 (Power Out) -50 procent Motown, 50 procent spectoriaanse wall of sound- hield Arcade Fire zoveel vaart in de set dat een formule 1-piloot het zeker niet beter had gekund.Ook Régine Chassagne, die samen met echtgenoot Win Butler de kern van de groep vormt, voelde zich op het podium als een vis in het water en danste alsof ze alle dagen jarig is. Niet alleen speelde ze bas, drums, keyboards en xylofoon, ze mocht ook haar stembanden uitrollen tijdens Electric Blue en Sprawl II. Diepst in haar gedachten is de vocaliste volgens ons Minnie Mouse, en dan wel Minnie Mouse die een heliumballon heeft ingeslikt. Dat Chassagne een vals Charlie Chaplin-snorretje droeg, hoeft niet te verbazen: bij Arcade Fire is het altijd een beetje carnaval.De groep - al is het woord orkest misschien beter op zijn plaats - putte in Antwerpen uit al haar platen en kwam zo occasioneel met aangename verrassingen aanzetten, zoals het mooi gestroomlijnde, semi-akoestische Suburban War en de ballad We Don't Deserve Love, waarin la Chassagne een reeks wijnflessen bespeelde. Tijdens de finale trok Arcade Fire nog eens alle registers open met het klassieke Wake Up, waarbij de muzikanten op alles mepten en met alles rammelden dat ze binnen handbereik hadden. Ze kregen zelfs assistentie van hun toeterende support-act, The Preservation Hall Jazz Band. Bombast? Zeker, al vinden we de bigger than life sound van Arcade Fire veel beter te pruimen dan die van, pakweg, Muse of Queen. Op hun eigen frivole, dynamische en uitbundige manier eisten de Canadezen hun plek op tussen Bruce Springsteen en U2. Een concert dus dat volledig in het teken stond van joie de vivre en grenzeloos zelfvertrouwen. Moet mogen. Er is al meer dan genoeg cynisme op de wereld.