HET CONCERT: Angel Olsen in De Roma, Antwerpen op 7/2.
...

Aan sterke vrouwen dezer dagen geen gebrek in de muzieksector. Julia Jacklin, Aldous Harding, Sharon Van Etten, Vera Sola, Bedouine, Jessica Pratt, Big Thief, Weyes Blood: het zijn slechts enkele van de namen die onlangs nog trots de jaarlijstjes domineerden. Ook Angel Olsen, een drieëndertigjarige zangeres uit St. Louis, Missouri, beschikt onderhand over een trouwe aanhang, al zijn we toch geneigd haar stem als een verworven smaak te omschrijven. Olsen maakte deel uit van The Cairo Gang, werkte samen met Bonnie 'Prince' Billy (onder meer op zijn lp Wolfroy Goes to Town) en was te horen aan de zijde van Wilco. Aan geloofsbrieven dus zeker geen gebrek.Op haar eigen langspelers -vier in totaal als we de rarities-compilatie Phases uit 2017 even niet meerekenen- heeft haar sound in de loop der jaren een grondige gedaanteverandering ondergaan. Ten tijde van Half Way Home uit 2012 werd de artieste nog in het lofi-psychfolkhoekje gesitueerd, maar op het in oktober verschenen All Mirrors klonken haar songs minder introvert en kwam ze bij momenten, net als op het vier jaar oude My Woman, zelfs behoorlijk poppy uit de hoek. Tegelijk vertoont haar werk een duister kantje, wellicht het gevolg van een pijnlijke relatiebreuk.Dat het Angel Olsen niet aan ambitie ontbreekt, blijkt uit de orkestrale arrangementen die het hart van haar nieuwe plaat vormen. De zangeres maakt dit keer gebruik van een veertienkoppig strijkersensemble en waar violen vaak worden aangewend om een laagje suiker op de songs te leggen, balanceren ze bij Olsen meer dan eens op de rand van de dissonantie. Dat heeft op de luisteraar een benauwend, zelfs claustrofobisch effect. De Amerikaanse grossiert in viscerale emoties, kleurt al eens buiten de lijntjes en zet je met haar bruuske stilistische zwenkingen met gemak op het verkeerde been. All Mirrors staat garant voor uneasy listening. De recensent van Rolling Stone die de plaat de quotering Goth noir drama meegaf had dus zeker een punt.Angel Olsen, die zelf afwisselend een klavier en een elektrische gitaar beroerde, liet zich in De Roma bijstaan door een zeskoppige, hoofdzakelijk uit dames bestaande band. Het aantal strijkers was voor de gelegenheid gereduceerd tot twee, maar samen met een ijle synth wisten de violiste en celliste de filmische sfeer van de plaat zonder al te veel moeite te reproduceren. Opener All Mirrors, een powerballad versierd met een twangy gitaartje, had in het repertoire van Lana del Rey zeker niet misstaan. De drummer verwees naar de Phil Spectorproducties uit de sixties, terwijl Olsen met haar theatrale uithalen meteen de souplesse van haar stem demonstreerde. Alleen hoort zingen net iets méér te zijn dan acrobatiek. Wanneer de chanteuse, zoals in Impasse of Lark de hoogste regionen van de notenbalk opzocht, klonk haar stem zo schril en over the top dat we vanzelf aan het gekras van een krijtje op het schoolbord moesten denken. Op dergelijke momenten dompelde Olsen zich iets te ongebreideld onder in melodrama en had ze iets van een tragische heldin in een cabaretproductie uit de Weimarrepubliek. De overdrijving als stijlfiguur? U zegt het. Bovendien kon de groep vaak niet aan de neiging weerstaan alle gaatjes en kieren in de songs dicht te plamuren, waardoor die last kregen van zuurstofgebrek. Was het nu echt nodig dat iedere drumtik een donderslag werd en de violen te keer gingen alsof ze ons, zoals in een Hitchcockfilm, moesten waarschuwen dat de climax van het verhaal in aantocht was? Neen, dan liever het melodieuze Spring. Of Summer, dat prima zou passen bij de eindgeneriek van een slecht aflopende spaghettiwestern. Af en toe greep Angel Olsen ook terug naar haar oudere platen. Het behoedzaam voorbijwalsende Acrobat, uit haar debuut, begon sober maar bleek uiteindelijk over een flink stel spieren te beschikken. Shut Up Kiss Me, uit My Woman, was gedreven indiepop en ook de twee uitstapjes naar Burn Your Fire For No Witness (uit 2014) klonken ons, in al hun intimisme, behoorlijk aangenaam in de oren. Het meest van al overtuigde la Olsen echter in de laatste twee nummers van de set. Het even verstilde als kwetsbare Endgame neigde naar de rokerige jazzballads van Julie London en Chance, de enige bis, verwees zowel naar Patsy Cline en Dusty Springfield als naar de oude doo-wopraditie. Ook klassieke girl groups als The Ronnettes en The Crystals waren aan Angel Olsen, zo te horen, niet ongemerkt voorbij gegaan.Wanneer de zangeres de nodige zelfbeheersing aan de dag legde, slaagde ze er moeiteloos in de toeschouwer naar de keel te grijpen. Jammer dus dat ze niet aan de verleiding kon weerstaan sommige van haar liedjes tot Bijbelse proporties op te blazen en dat haar hang naar grandeur er occasioneel het reliëf uit haalde. Soms had haar stem iets van een voetzoeker die in een lange gang tot ontploffing werd gebracht, terwijl ze net op haar meer ingehouden momenten een onuitwisbare indruk naliet. De dag dat ze erin slaagt haar emoties nog iets beter te doseren, zullen we Angel Olsen dus met veel plezier omarmen.DE SETLIST: All Mirrors / Spring / Impasse / Lark / Summer / Tonight / Acrobat / Shut Up Kiss Me / Sweet Dreams / Forgiven/Forgotten / Windows / Endgame // Chance.