DA GIG: Aldous Harding in de Rotonde van Botanique, Brussel op 14/5.

IN EEN ZIN: Elegante loungejazz, stuiterende tropicália, minimalistische folk: Aldous Harding had het allemaal in de vingers, maar je kon je niet van de indruk ontdoen dat haar 'weirdness' een handig uitgespeelde gimmick was.

HOOGTEPUNTEN: Designer, Treasure, The Barrel, Weight of the Planets, Heaven is Empty, Pilot...

DIEPTEPUNTEN: geen, maar die piepstem in Right Down the Line was toch op het randje.

QUOTE: 'Voor zij die de aansteker in mijn hand hebben gezien: neen, ik ga mijn haar niet in de fik steken. Ik ben niet getikt, hoor. Of eigenlijk wel, dat hadden jullie wel in de gaten.'

Het is opvallend hoeveel getalenteerde vrouwelijke singer-songwriters van Down Under de jongste jaren naar uw aandacht komen hengelen. Australische dames als Courtney Barnett, Julia Jacklin en Stella Donnelly beschikken bij ons al over een trouwe aanhang en ook Nieuw-Zeeland stuurt almaar vaker zijn dochters uit. De muziek van Elizabeth Stokes van The Beths, Nadia Reid en Laura Jean is er stilaan een belangrijker exportproduct dan de kiwi, maar het is Aldous Harding die het meest in het oor springt, een 28-jarige folkchanteuse uit Christchurch die inmiddels in Cardiff, Wales een nieuwe stek heeft gevonden.

In werkelijkheid heet de zangeres Hannah Topp en heeft ze met Aldous Harding een personage gecreëerd waar ze zich comfortabel achter kan verschuilen. Een zekere theatraliteit is haar niet vreemd: ze beschikt over een imposant arsenaal aan stemmetjes en registers die ze soms in één enkele song in stelling brengt. Haar muziek steunt zowel op intimiteit als op een rijke verbeelding; is tegelijk minimalistisch en rijk aan details. Dat is meer dan ooit het geval op het eind april verschenen Designer. Harding schildert hier met een kleurrijker palet en klinkt nu iets onbezonnener dan voorheen. Op haar derde lp maakt ze gebruik van een vollere instrumentatie en experimenteert ze regelmatig met subtiele grooves.

Rookpluimen

Haar teksten, doorgaans innerlijke monologen, hebben een geheel eigen logica. Ze worden afwisselend omschreven als impressionistisch, cryptisch en surrealistisch en zijn zo vaag en ondoorgrondelijk dat er nauwelijks een touw aan vast te knopen valt. Ze vinden weliswaar hun oorsprong in alledaagse gebeurtenissen, maar wanneer Aldous Harding over haar angsten schrijft, verpakt ze haar woorden in bizarre beelden en metaforen. Haar universum suggereert zowel duisternis als onbehagen en houdt het midden tussen dat van David Lynch en Salvador Dalí. Geen wonder dat er op internetfora de meest uiteenlopende interpretaties van haar songs de ronde doen. Zelf voelt ze niet de behoefte tekst en uitleg te verschaffen. Wel vergelijkt ze haar liedjes met rookpluimen en beperkt ze zich tot de mededeling dat ze 'boringly personal' zijn.

Ook in de uitverkochte Rotonde van de Botanique balanceerde Aldous Harding weer tussen emotioneel direct en poëtisch abstract. Ze liet zich begeleiden door een vierkoppige band, waarin vooral de mellotron en haar eigen Spaanse gitaar een prominente rol opeisten. Op Fixture Picture na speelde ze alle nummers uit Designer, in precies dezelfde volgorde als op de plaat. Harding sprak niet tussen de songs, wat, in combinatie met enkele tics en rare grimassen, haar enigmatische imago nog moest versterken. Weird is voor haar zeker geen scheldwoord. Haar gekte is harnas en lokaas tegelijkertijd, net zoals haar stem stem, die het hele spectrum tussen Kate Bush, Leslie Feist en Nico bestrijkt.

Opener Designer hield het midden tussen elegante loungejazz en zacht stuiterende tropicália, terwijl Zoo Eyes zich aandiende als een onschuldig slaapliedje dat door zijn kinderlijke timbre aanleunde bij het oeuvre van Jessica Pratt. Méér ritselende percussie hoorden we in The Barrel en het vingerknippende, naar een abrupt afgesprongen relatie verwijzende Weight of the Planets. Ook Treasure was schatplichtig aan pop uit de Laurel Canyonpop, de creatieve trekpleister waar onder anderen Frank Zappa en Joni Mitchell ooit vertoefden. Tijdens het archisobere maar intrieste Heaven is Empty, waarin ze naar Leonard Cohen knipoogde, zong la Harding dan weer alsof ze bij zichzelf naar binnen gluurde. Het publiek was een en al devotie en luisterde zo aandachtig dat je in de Rotonde een speld kon horen vallen.

Heliumstem

Tweemaal nam de zangeres plaats aan het klavier. Eerst voor het traag voortstrompelende Damn, een soort quatre-mains waarin elk detail, ieder zuchtje telde. Vervolgens voor het uiterst kwetsbare, solo gebrachte Pilot, waarin ze naar L'étranger van Albert Camus verwees. De grootste verrassing van de avond was echter Aldous Hardings coverversie van Gerry Rafferty's Right Down the Line, een zacht voortschuifelende, klassieke popsong, waarin haar heliumstem toch vooral als stoorzender dienst deed. Tijdens het nieuwe, voor haar normale doen vrij frivole Old Peel tikte ze met een drumstok de beat mee op een koffiemok, alsof ze wilde aantonen dat er in haar wereld best ook plaats was voor enige luchtigheid.

Leuk, maar na amper vijftig minuten zat de set er al op. Er volgden nog wel twee bisronden, maar liefhebbers van Party moesten zich uiteindelijk tevreden stellen met slechts twee songs uit die plaat: Blend en het mooie maar ook een beetje slaapverwekkende The World is Looking For You.

Aldous Harding wist in Brussel moeiteloos te overtuigen. Alleen kon je je vaak niet van de indruk ontdoen dat haar excentrieke trekjes doelbewust gespeeld zijn. Niets mis mee: in populaire muziek is een gimmick nooit ver weg. Maar nu Harding eenmaal onze aandacht heeft veroverd, kan ze best zonder.

DE SETLIST: Designer / Zoo Eyes / Treasure / The Barrel / Damn / Weight of the Planets / Heaven is Empty / Pilot / Blend // Right Down the Line / Old Peel // The World Is Looking For You.