Hier is ze dan, de nieuwe zomerplaat van Kali Uchis. In november, dat wel. Allemaal de schuld van het kungfuvirus, zoals ene Donald T. zou zeggen. Want de release van Sin miedo ('zonder angst') stond wel degelijk gepland dit voorjaar, iets wat een artiest logischerwijs doet met een plaat vol wulpse r&b, tropische reggaeton en passioneel smeulende torch songs over Cupido en andere demonen. En dat integraal gezongen in het Spaans of in het Spanglish, het bij Amerik...

Hier is ze dan, de nieuwe zomerplaat van Kali Uchis. In november, dat wel. Allemaal de schuld van het kungfuvirus, zoals ene Donald T. zou zeggen. Want de release van Sin miedo ('zonder angst') stond wel degelijk gepland dit voorjaar, iets wat een artiest logischerwijs doet met een plaat vol wulpse r&b, tropische reggaeton en passioneel smeulende torch songs over Cupido en andere demonen. En dat integraal gezongen in het Spaans of in het Spanglish, het bij Amerikaanse latino's ingeburgerde, sappige bastaardtaaltje dat de half-Colombiaanse met de paplepel kreeg ingegeven. Maar wie maalt er nog om seizoenen wanneer de planeet ophoudt met draaien? Een halfuurtje hete herfst, reden te meer om te blijven ventileren! Op haar debuut Isolation (2018) stoeide Uchis vrijelijk met languit luierende funk, antieke soul, bossanova én synthpop, deskundig aan elkaar geknoopt door een parade luxehuurlingen onder wie Thundercat, Damon Albarn, Kevin Parker van Tame Impala en Tyler, The Creator. Een plaat die haar verzekerde van een popsterrenstatus, mét achterpoortjes. Catchy én eigenzinnig. Dit keer vormen haar Zuid-Amerikaanse roots het voornaamste bindmiddel, maar zomaar op de latinpoptrein van Rosalía, J Balvin en aanverwanten springen, dat was al te makkelijk geweest. 'Schattige Kali', zoals papa haar doopte, blijft haar eigen eilandje, waar doowop kan versmelten met flamenco (opener La luna), de passie voor nineties-r&b en zanglijsters als Mariah Carey diep ingebed zit (Q uiero sentirme bien en Aguardiente y limón) en waar oude jazz- en souldiva's als Billie Holiday en Irma Thomas hoog op een pedestal staan. Héérlijk, die gezapige blazers die kwaken boven slaapdronken percussie en dat zwoele stemgeluid tijdens de smachtende sleper Que te pedí. Indrukwekkend, die bij Portishead geleende James Bond-grandeur van Vaya con Dios. Haar voormalige tourvriendin Lana Del Rey zal er wel oren naar hebben. Dat er ook trapbeats (Aquí yo mando), droompop (Telepatía) en onversneden reggaeton (Te pongo mal) de revue passeren, lijkt uiteindelijk bijna voor de hand te liggen. Het gemak waarmee Kali Uchis vooral zélf het meest doorschemert achter deze waaier aan invloeden en stijlen verdient een pluimpje. Una pluma, por favor!