...

Daar is hij weer, de enige vent die qua 'niet uit het nieuws weg te slaan' strevers Trump en De Wever nog een béétje het vuur aan de schenen legt. In de psychrockarena kruist keizer Ty Segall voor de tweede keer de degens met harlekijn Tim Presley. Verwacht alweer geen conventionele krachtmeting. Presley is er zo eentje die het spel genaamd popmuziek met spot en schalkse sabotageplannen instapt. Wat zowel zijn solovehikel White Fence, zijn samenwerking met de Welshe Cate Le Bon (als Drinks) als het heden door de kamer schallende Joy gemeen hebben, is dat zijn beoogde onvoorspelbaarheid en zotdoenerij evenveel gemonkel als ergernis veroorzaken. Segall van zijn kant verzorgt weer een franjeloze, hapklare mise en place met mootjes T. Rex, The Beatles, The Kinks, The Who en natuurlijk Syd Barrett. Maar uiteraard blijft die schikking niet veilig voor Presleys fratsen: onverwachte bochten, nietszeggende tussengooisels, geforceerde gekte, twee keer manifesteert zich een hond. Het valt derhalve aan te raden de zaak filosofisch te beluisteren: tegenover het tot smaakloze prak gedraaide Zoutelande of uw geelgeschroeide gazon is Joy bijvoorbeeld de fris- en weelderigheid zelf. Nu, hoe Segall en Presley in Do Your Hair, Good Boy, A Nod of My Friend melodie en harmonie een tik van de molen geven, bewijzen ze wel degelijk de meerwaarde van hun onderonsje. Helaas splitsen ze je ook het gepiel van Tommy's Place in de maag, of het futloze She Is Gold, dat er als een tiener zonder dagplanning eeuwen over doet om uit bed te rollen en zich vervolgens rechtóp verder verveelt. Als dit een Groene Michelingids was, zou u kunnen lezen: interessant, maar geen omweg waard.