'Hello, I'm Johnny Cash.' Je moet Bill Callahan heten om je zoveelste plaat met die woorden te beginnen. Beste openingszin van het jaar, kunnen we dat alvast noteren?
...

'Hello, I'm Johnny Cash.' Je moet Bill Callahan heten om je zoveelste plaat met die woorden te beginnen. Beste openingszin van het jaar, kunnen we dat alvast noteren? Het zijn natuurlijk niet zijn eigen woorden, maar die waarmee the man in black in 1968 zijn fameuze livealbum At Folsom Prison op gang trapte. Callahan was twee toen, maar wordt met die kolossale bariton van hem al zijn hele artiestenleven uitentreuren vergeleken met de countrylegende. Eerste plaagstootje, en niet het laatste. Met de vorig jaar verschenen, magnifieke dubbelaar Shepherd in a Sheepskin Vest sloeg Callahan een bladzijde om. Oprecht, huiselijk geluk en de alledaagsheid der dingen kleurden het nieuwe hoofdstuk van de man met vrouw en kids, de liedjesventer met goud in de mond. Voor Gold Record - vinkje erbij! - ging hij grasduinen in zijn schetsboek, pagina's gevuld met ongewoon gewone stervelingen en vergezichten. In Pigeons: een limousinechauffeur met een pasgehuwd koppel op de achterbank. 'They seemed like a match/ So I started looking for cracks in their road', klinkt het terwijl het richting Mexico gaat. In 35: een boekenwurm, die met vermoeide ogen eindelijk in de spiegel en door het raam tuurt. In The Mackenzies: een man met autopech, die geadopteerd wordt door een eenzaam koppel. Callahan kruipt in hun huid, maakt het zich gezellig en schildert een zelfportret met spaarzame penseelstreken gitaar of mandoline, geborstelde drums, af en toe een veeg uit de synthesizer, een koperen opwelling. Sobere, lonesome Bill, zoals hij ook zichzelf sardonisch te kijk zet, tijdens Another Song en Cowboy, fluitend in het spoor van Bobbejaan Schoepen, op 'tortilla's and beans/ and buffalo meat, one time per week'. Dollen met de mythe, knipoogje erbij. Protest Song is een uitgebeende protestsong gericht tegen protestsongs, en Ry Cooder een streepje variété over Ry Cooder, 'a real straight shooter'. Postkaarten van een meestersongsmid, die ooit in wijdse, soms apocalyptische tableaus dacht. De trouwe echtgenoot die verliefd was op het verdwalen, zoals hij afzwaait in As I Wander, maar nog steeds de songschrijver met verschillende gezichten, die zinnen als 'I travel, I sing/ I notice when people notice things' bromt, zoals niemand het hem nabromt.Bill Callahan zingt Bill Callahan. Was ook een goeie titel geweest.