Elvis Costello: Roots Bloody Roots

Elvis Costello duikt andermaal naar de wortels van de Amerikaanse muziekcultuur en komt met enkele parels – en een occasionele stinker – weer boven.

Elvis Costello ***

National Ransom

Roots

Hear Music

Allebei in de herfst van hun leven en plots bien étonnés de se trouver ensemble: Elvis Costello en Robert Plant. De een begon zijn carrière als een beschaafde punker, de ander als een onbehouwen brulboei bij een hardrockband, maar anno 2010 lopen hun wegen merkwaardig gelijk. Behalve een rijkgevulde carrière en dito spaarrekening hebben de Britse heren immers een voorliefde voor Amerikaanse rootsmuziek gemeen. Robert Plant gaf uitdrukking aan die muzikale liefde op achtereenvolgens Raising Sand en Band of Joy. Elvis Costello predikte zijn passie voor all things roots al op het vorig jaar verschenen Secret, Profane & Sugarcane en gaat nu vastbesloten door op die ingeslagen weg.

National Ransom kwam net als zijn voorganger grotendeels in Nashville tot stand, en ook de pay roll zag er nagenoeg hetzelfde uit. Op Costello’s 27e langspeler doen zowel The Imposters als The Sugarcanes mee, al heeft producer T Bone Burnett ook gastmuzikanten als Vince Gill, Buddy Miller en de altijd weer geweldige Marc Ribot naar de studio genood. Toch sluit het resultaat naadloos aan bij Secret, Profane & Sugarcane: op het occasionele zeurlied na is National Ransom een weldoende wandeling door hoogbejaarde stijlen en genres als bluegrass, country, folk en honky tonk.

Eerst iets over die zeurliederen. Het zijn er een drietal, wat geweldig goed meevalt op een totaal van zestien, en hun zeurgehalte valt voornamelijk toe te schrijven aan de lijzige voordracht van Costello himself. Of het nu gaat om de smartlap Stations of the Cross, de wat lompe americana van Church Underground of de saaie kamerpop van All These Strangers: telkens is het de snik in zijn stem die zulke songs finaal de nek omwringt. ’s Mans grootste zegen is soms ook zijn vloek – en het lijkt ons twijfelachtig dat de inmiddels 56-jarige Costello op latere leeftijd alsnog van zijn permanente verkoudheid verlost zal raken.

De hoogtepunten dan maar, want die zijn nog steeds in de meerderheid. De plaat opent uitbundig met titeltrack National Ransom, een meestamper van formaat. Wie al niet gewillig meetapt op zijn aanstekelijke beat, kan halverwege nog inpikken op het orgelriedeltje van Steve Nieve of de meer dan gedenkwaardige gitaarlicks van Marc Ribot. Eveneens catchy as hell: het simpele folkdeuntje Bullets For The New-born King, het krolse samenspel van fiddle en klarinet in Jimmie Standing In The Rain en de leutige fluitsolo op het eind van A Slow Drag With Josephine.

Goede, bij momenten uitstekende plaat: jammer dat we dát niet kunnen fluiten.

Vincent Byloo

De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content