Ooit was hij het jongste, meest baldadige lid van de hiphopcrew Odd Future, die vlak voor zijn achttiende verjaardag ter bescherming tegen zichzelf en foute invloeden door moeder verscheept werd naar een internaat in Polynesië. Bij zijn terugkeer aan het thuisfront in 2012 pikte Thebe Neruda Kgositsile, zoals Sweatshirt echt heet, gewoon de draad weer op, maar de ranzigste randjes van zijn raps bleken afgevijld. Op zijn debuut Doris (2013) en opvolger I Don't ...

Ooit was hij het jongste, meest baldadige lid van de hiphopcrew Odd Future, die vlak voor zijn achttiende verjaardag ter bescherming tegen zichzelf en foute invloeden door moeder verscheept werd naar een internaat in Polynesië. Bij zijn terugkeer aan het thuisfront in 2012 pikte Thebe Neruda Kgositsile, zoals Sweatshirt echt heet, gewoon de draad weer op, maar de ranzigste randjes van zijn raps bleken afgevijld. Op zijn debuut Doris (2013) en opvolger I Don't Like Shit, I Don't Go Outside (2015) vervelde de belhamel tot een integere chroniqueur van zijn eigen wel en wee. Vervreemding, depressie, wanhoop, verlies en verdriet: dat waren demonen die Sweatshirt te lijf ging met een asymmetrische flow, stoffige samples en hortende beats. Met Some Rap Songs - een titel zo droog als de productie - is hij aan zijn grauwste werkstuk toe, ontstaan in de leemte die zijn begin januari overleden (en bijna levenslang afwezige) vader achterliet. Keorapetse Kgositsile (73) was een befaamde Zuid-Afrikaanse dichter en activist en hing als een schaduw boven zoonliefs verwezenlijkingen. 'My priorities fucked up, I know it, I'm afraid I'm gonna blow it / When them expectations raising 'cause daddy was a poet', klonk het op Doris.Dergelijke heldere analyses van een complexe vader-zoonrelatie heeft Some Rap Songs niet in de aanbieding. Refreinen of herkenbare hooks blijven achterwege. De muziek bestaat voornamelijk uit korte, repetitieve soul- en r&b-samples uit de oude doos, haaks op de associatieve, poëtische bespiegelingen waarmee Earl door de brij in zijn brein lijkt te ziften. 'Muffle my pain and muzzle my brain up', klinkt het lijzig in Cold Summers, over een verwaterd orgel. 'Mind workin' like the water when it rush/ Growin' from my father, bitter to his touch', gaat het over een haperend, antiek wiegeliedje in The Mint. Ongefilterde straatpoëzie bestaande uit losse eindjes en open wonden, trauma's van een ongeleefd verleden, onderstreept door complexe melodieën - beats zijn er nauwelijks - die bewust uit het ritme en vals zijn of richtingloos aan elkaar geplakt lijken. Earl Sweatshirt is de anti-Drake: het bloed dat uit zijn hart stroomt, is dik en donker als teer, de emoties zijn rauw, opsmuk is er nergens bij. Een bluesplaat, eigenlijk.