Kate Tempest - Let Them Eat Chaos (****)
...

Sinds Everybody Down schonk de Britse met de radde tong het leven aan een dichtbundel, Hold Your Own, en tekende ze de personages op haar debuut verder uit in de roman The Bricks That Build The Houses. En nóg is ze er niet klaar mee want Becky, Harry en Pete, op de dool door de grijze jungle van hun bestaan, figureren ook op Let Them Eat Chaos. De Zuid-Londense microkosmos waar Kate Tempest opgroeide, blijft het schouwtoneel voor een wereld waarvan de bewoners in verkeerde hoekjes speuren naar een ons geluk, warmte of voldoening. Net zoals zijn voorganger volgt dit album een narratief: het is 4.18 uur 's ochtends, zeven lichtjes branden in een flatgebouw halfweg een slapeloze nacht van zeven rusteloze zielen. Tegelijk reikt Tempests blik deze keer wijder. 'Kill what you find if it threatens you', sneert ze in Europe's Lost, een genadeloze, over een koud postpunkritme gedebiteerde filering van de huidige stand der globale zaken, de Amerikaanse auteur Kinky Friedman parafraserend. 'Find what you love and let it kill you', noteerde die. Want doodgaan doen we, waarom niet aan iets dat je graag ziet? Het schrijnende gebrek aan liefde en compassie baant zich als een bloedrood gekleurde, in een tranendal ontsproten Nijl een weg door Let Them Eat Chaos. Kleine verhalen van recidiverende junkies, voormalige breezersletjes, pr-pipo's en single moms monden uit in een grote, bleke leegte; die gigantische k(r)ater waar het kapitalisme de geschiedenis mee opzadelde. Producer Dan Carey volgt met af en toe stuiterende, meestal onheilspellend sluipende soundscapes de teneur van de plot. 'Desperate for a body who could save me/ But I never really wanted what they gave me', verzucht ene Jemma tijdens Ketamine for Breakfast. Onder een duur, schimmelend plafond, onder een doorweekt tentzeil in Calais - mensen en hun verlangens zijn overal gelijk. Aan het eind van wat alweer een straf en uitzonderlijk pienter album is, schiet Jemma, net als de zes andere slapelozen, wakker: 'The myth of the individual has left us disconnected, lost and pitiful', bliksemt Tempest. Bam! (JB)DOWNLOADTIPS: Europe Is Lost / Pictures on a Screen / GrubbyHalf werk, het is niet besteed aan Jan Swerts. Dit is het derde conceptalbum van de Limburgse leraar en voltijdse melancholicus. Artwork (inclusief poster), songtitels, muziek: geen detail staat niet op de juiste plaats. De naschokken van zijn familiale apocalyps zinderen voort in woelige strijkers, Swerts' vertrouwde pianoklavier en een voltallige band met leden uit Isbells, Illuminine en Yuko. In vier deels instrumentale bedrijven dalen ze af in een persoonlijke hel. Titels worden korter, melodieën minimaler, het licht schaarser. Maatschappelijk statement, persoonlijk relaas en muzikale krachttoer in één; de ontbrekende (zombie)film bij deze soundtrack vol leven - ironie, tja - kunt u er, op eigen risico, zelf bij bedenken, maar Swerts had hem eigenlijk niet nodig. (JB)DOWNLOADTIP: Breng me thuis, Raf. Red me. Red me.Eerst Born to Sing: No Plan B en nu, vier jaar later, Keep Me Singing. We snappen het, Van. Maar we hadden het ook wel gewoon kunnen hóren. Want de stem van dit 71-jarige Noord-Ierse, eerder dit jaar geridderde monument is nog niet aan slijtage onderhevig, de goesting blijft groot en willen leidt nogal dikwijls tot kunnen. Zo ook op dit rustig ruisende maar subtiel gearrangeerde werk, waarop nostalgie ('Across the street where Chet Baker used to play...'), verlangen en andere tussen de vingers geglipte liefdes de maat en toonsoort aangeven. Going Down to Bangor slaat op de valreep nog een vatje blues aan, Too Late swingt luchtig en door het instrumentaaltje Caledonia Swing waart wat reggae. Niet kwaad dat finale trio, maar denk dat weg en daar: een Van Morrison grand cru. (KB)DOWNLOADTIP: Out in the Cold AgainHet Gentse combo Black Flower beleeft een goed seizoen. Voor de tweede maal dit jaar staat de band rond saxofonist Nathan Daems in volle bloei, en na het geïmproviseerdeGhost Radio in maart bewijzen ze met Artifacts andermaal dat men niet van Afrikaansen bloede moet zijn om zich een muzikale erfgenaam van Mulatu Astatke, Fela Kuti, Ebo Taylor of Mahmoud Ahmed te noemen. Behalve in zijn vertrouwde koperinstrument blaast Daems ook vaak op uitheemse fluitvariëteiten als de washint (Ethiopisch), de ney (Turks/Grieks), en de kaval (Balkan). Jon Birdsong beperkt zich niet tot zijn cornet, maar neemt ook de angklung, Indonesische bamboepercussie, onder handen. Tel er hun dubinvloeden, echo's uit New Orleans en het stevige drumwerk van Simon Segers bij, en de uitkomst is swingende wereldkeuken, made in Belgium. Smakelijk! (JB)DOWNLOADTIP: Realm and Era