Feist - Pleasure (****)
...

'One, two, three, four/ Tell me that you love me more', aldus dwong ze tien jaar geleden de Grote Doorbraak af, zich richting elke iPod-bezitter met een zwak voor soms weemoedige, dan weer frivole meisjespop zingend. Voortgestuwd door singles 1234 en My Moon My Man veroverde Leslie Feist met het album The Reminder (2007) vele harten, maar drie jaar later sloeg de Canadese haar aura van naïef zangvogeltje genadeloos aan diggelen met Metals (2011), een ongepolijste, bluesy songcyclus geïnspireerd door een twee jaar lange muzikale degout en de schuimende golven van de Grote Oceaan die tegen de rotsen van Big Sur, Californië, slaan. En nu is er Pleasure, een album met een titel die eerder als motivatie dan als conclusie is bedoeld. Wanneer Feist dat woord als een mantra herhaalt aan het eind van de titelsong, over stokkende gitaren en handgeklap, klinkt het zelfs als een noodkreet. Nooit eerder heeft de voormalige poulain van Chilly Gonzales zo als PJ Harvey geklonken, en ook de volgende tien songs vormen een zuinig omfloerste en vranke plaat over de limieten van liefde en leed. Zo is I Wish I Didn't Miss You een open brief over afscheid in mineur, inclusief de mooiste zin in dik vijftig minuten: 'We spend so many hours away/ So many ways to waste the day.' Herinneringen als bijtend zuur in een open wonde, enkel onderstreept door akoestische gitaar en kille galm. Surf nu niet meteen richting Instagramkittens als tegengif, want met die smachtende, lieflijke fluistertoon zorgt Feist zelf voor balans. Get Not High, Get Not Low is zo'n bitterzoete pil, een warm pleidooi voor koude ratio dat zich in een ander leven in de schoot van Dusty Springfield had gevlijd. De rafelige blues op Metals ontbolstert verder in Lost Dreams, I'm Not Running Away en Any Party, waarin Leslie haar innerlijke Chrissie Hynde uit de kooi laat, en tekent voor de tweede mooiste zin op het album: 'You know I'd leave any party for you/ No party so sweet as our party of two'. Cupido, gij ambetant klootzakske. 'Baby, be simple', snikt ze in het gelijknamige pleidooi voor, tja, berusting, zeker? En zo gaat het ruisende, fragiele Pleasure ook over veerkracht, en over hoe scherven geluk kunnen brengen voor wie de handschoen opneemt. 'Don't we all wanna sing along?' vraagt een koor zich af in A Man Is Not His Song. Ja, toch wel. DOWNLOADTIPS: I Wish I Didn't Miss You / Any Party / A Man Is Not His Song In spades betekent 'in overvloed'. Daar valt in de context van Greg Dulli niets tegenin te brengen. Andere platen geven je een hand, deze tweede van The Afghan Whigs sinds de reünie vliegt je beneveld om de nek, plant een natte kus ergens onder je oog, en je moet je schrap zetten om samen met wat barkrukken niet omver te vallen. Pathetisch? Die inschatting vervloeit al snel, tot er slechts een dik residu overblijft waarin men ware passie herkent. Dulli zingt, kermt en smacht begeesterend, geknepen als hij wordt door vele duivels. Lust. Spijt. Zielenpijn. Hij creëert er een kronkelige processie mee, en zowel hartstochtelijke gitaren, een empathisch blazerskwartet als een zeldzaam terughoudende piano volgen hem op de hielen. In Spades - een Afghan Whigs grand cru - laat onuitwisbare vlekken achter.DOWNLOADTIP: CopernicusU mag BNQT op twee manieren uitspreken: als banquet of als supergroep. Het gaat hier namelijk om een samenscholing van de Texaanse band Midlake met vier diverse zangers: Alex Kapranos (Franz Ferdinand), Jason Lytle (Grandaddy), Fran Healy (Travis) en Ben Bridwell (Band of Horses). Waar men in zulke situaties op hoopt, gebeurt ook: de partijen versterken elkaar. Want op Volume 1 - aha, dat belooft - excelleert Midlake in zijn gloedvolle indie-americana, waarin zowel seventiesgitaren als strijkers en blazers gedijen. De gasten verrassen dan weer door voor hun songs (die zonder uitzondering puik zijn) barokke sixtiespop, glamrock, southern boogie of orkestrale grandeur aan te vragen. U begrijpt intussen: heerlijke plaat, eentje om mee in de auto te springen en vele afritten te negeren.DOWNLOADTIP: Mind of a ManVier zomers geleden debuteerde Matthew Barnes met Engravings, op verweerde dub gebaseerde laptopcapriolen die aan analoge elementen werden blootgesteld op het Noord-Engelse schiereiland Wirral. Compassion is meer van hetzelfde, maar grandiozer, impressionanter. Barnes haalt een kinderkoor door de mangel op The Highest Flood, dropt tijdens Exalter een blazerskwartet in het midden van een slagveld vol digitale ruis, laat sjamanistische drums stuiteren over field recordings in Vandalism en organiseert een duel tussen een symfonisch orkest en Afrikaanse gezangen in Raw Language. Telkens vervaagt hij de grens tussen digitaal en analoog en versmelt hij euforie met melancholie. Het voorgeborchte van Jheronimus Bosch in een remix van Lee 'Scratch' Perry en Massive Attack? Komt in de buurt.DOWNLOADTIP: The Highest Flood