Eén van de grote roergangers van de britpop is officieel een IJslander. Midden jaren negentig vond Damon Albarn een toevluchtsoord op de eilandstaat, naar eigen zeggen op zoek naar het zwarte zand dat hij als kind 's nachts in zijn dromen zag. Nu woont hij deeltijds in een villa aan de rand van Reykjavik, waar hem in januari het staatsburgerschap werd uitgereikt. En toen moest deze melancholische hommage aan het vulkanische plateau nog verschi...

Eén van de grote roergangers van de britpop is officieel een IJslander. Midden jaren negentig vond Damon Albarn een toevluchtsoord op de eilandstaat, naar eigen zeggen op zoek naar het zwarte zand dat hij als kind 's nachts in zijn dromen zag. Nu woont hij deeltijds in een villa aan de rand van Reykjavik, waar hem in januari het staatsburgerschap werd uitgereikt. En toen moest deze melancholische hommage aan het vulkanische plateau nog verschijnen. Vanuit zijn IJslandse stek kijkt Albarn uit over de zee, de baai, wuivende weides en besneeuwde en bewolkte bergtoppen aan de horizon. Die oase van ijs en lava werd een muze voor de vijftien klassieke muzikanten die hij thuis uitnodigde om te improviseren rond het gure weer en het IJslandse panorama. Toen de pandemie zijn geplande composities dwarsboomde, transformeerde hij de instrumentale impressies tot songs over vergankelijkheid en het ontdooien van de tijd. Bij Gorillaz mag hij dan de ringmeester van een uitbundig cartooncircus zijn, wanneer Damon Albarn zijn eigen naam aan een platenhoes toevertrouwt, komt de mistroostige en poëtische romanticus boven drijven.'Earth's hope to deceive/ You were the fairest and dearest/ Where many were fair, to my heart you were nearest/ The year has its winter as well as its May/ The sweetest leave us and the fairest decay'. In de titeltrack citeert Albarn het gedicht Love and Memory van John Clare, waar hij ook inspiratie voor de naam van het album haalde. In het afsluitende Particles keert die geleende zinsnede als een mantra terug, gecroond over dissonante strijkers en sombere orgelklanken. Tussen die twee boeksteunen observeert en contempleert hij erop los. Over containerschepen, een aalscholver en een vuurtoren in het mistige The Cormorant. Over tot sneeuw transformerende nattigheid in Royal Morning Blue, dravend over een droge drumcomputer. Over plastic meubilair onder een windmolen en onder sneeuw begraven vuurpijlen tussen de uitgestrekte pianoharmonieën van Daft Wader. Het zijn kleine, geïsoleerde tableaus op oude polaroids. De liedjesfontein als geiser, al bij al vredig borrelend.