Zoals het klokje thuis tikt, tikt het doorgaans enkele straten verder exact hetzelfde. En haast en spoed is zelden goed, zolang de treinen vlot blijven rijden en niemand op je zit te wachten. Tijd is enkel relatief wanneer je er zelf de baas over bent. Muzikanten als Paul Webb kunnen ervan meespreken.
...

Zoals het klokje thuis tikt, tikt het doorgaans enkele straten verder exact hetzelfde. En haast en spoed is zelden goed, zolang de treinen vlot blijven rijden en niemand op je zit te wachten. Tijd is enkel relatief wanneer je er zelf de baas over bent. Muzikanten als Paul Webb kunnen ervan meespreken. Van 1981 tot 1991 was Webb actief bij Talk Talk, en na hun split pikte hij pas in 2002 weer de draad op als Rustin Man, samen met Portishead-zangeres Beth Gibbons op het toepasselijk getitelde album Out of Season. De daaropvolgende zeventien jaar trok hij zich met zijn gezin terug in een hoeve op het Britse platteland, waar enkel het verzamelde stof op zijn instrumenten wist hoe laat het was. En nu gaat het plots snel, want nauwelijks een jaar na zijn uitstekende retour Drift Code is daar Clockdust. Van haast of drang echter geen spoor. Webb, een gemoedelijke eind-de-vijftiger, maakt enkel muziek op het ritme van zijn eigen pols, een hartslag die de hoogte in schiet bij het behoedzaam knuffelen van antieke microfoons en afgetakelde, soms obscure instrumenten. In Carousel Days wipt een tenortuba mee op het nostalgische ritme van een krakende kermismolen, elders zorgen oriëntaalse of Zuid-Amerikaanse percussiespeeltjes voor de frivole noot in zijn archaïsche, in een bronzen gloed badende folkrock. Zo fladdert het idyllische Gold & Tinsel richting sixtiestroubadour Tim Hardin, en met Jackie's Room waagt Webb zich in fluwelen pantoffels op de overloop van Scott Walker naar David Bowie. Vanaf het instrumentale Rubicon Song slaat Clockdust een bladzijde om, en bevinden we ons in de schemerzone tussen het cabaret van Kurt Weill en absintblues à la Tom Waits. Vooral Kinky Living, met zijn fanfarecadans en een gitaar die Marc Ribot achternazindert, swingt en rolt als een natte hond door los zand. Het door dub ingetukte, uitgesponnen Night in the Evening roept dan weer herinneringen op aan het sleutelmoment van Talk Talk, toen die eind jaren tachtig hun smash hits inruilden voor experimentele postrock op albums als Spirit Of Eden. Clockdust klit minder egaal en coherent samen dan zijn voorganger en is minder een document, meer een collectie elegante kanttekeningen. Toch mogen we hopen dat deze zacht roestende man nog een tijdlang zelf baas blijft over de seizoenen. Die zijn tenslotte ook niet meer wat ze geweest zijn.