Omstreeks Halloween 2018 trok Angel Olsen, geblutst en gebuild na een liefdesbreuk en de inbegrepen verpieterde vriendschappen, naar het afgelegen zeegat Anacortes in de afgelegen staat Washington. In een door Phil Elverum (Mount Eerie, The Microphones) tot studio omgebouwde kerk liet ze, gebogen over een gitaar, haar neerslachtigheid de vrije loop. Zo intens en spookachtig klonken Olsens uitgebeende liedjes dat de enige andere aanwezige, producer Michael Harris, het niet altijd droog hield. Zo ontstond ...

Omstreeks Halloween 2018 trok Angel Olsen, geblutst en gebuild na een liefdesbreuk en de inbegrepen verpieterde vriendschappen, naar het afgelegen zeegat Anacortes in de afgelegen staat Washington. In een door Phil Elverum (Mount Eerie, The Microphones) tot studio omgebouwde kerk liet ze, gebogen over een gitaar, haar neerslachtigheid de vrije loop. Zo intens en spookachtig klonken Olsens uitgebeende liedjes dat de enige andere aanwezige, producer Michael Harris, het niet altijd droog hield. Zo ontstond in tien dagen een plaat. Maar in plaats van dat tamelijk kale werkstuk meteen uit te brengen, zocht Olsen liever uit hoe ver ze de songs de tegenovergestelde richting op kon drijven. Haar bevindingen kon u horen op het weelderige en theatrale All Mirrors (2019), waarbij een elfkoppige strijkersbatterij en broeierige discosynths zich schuimend op de klippen mochten storten. Met daarboven, als onverzettelijke vuurtoren, Olsens weeklagende stem. Het is net die krachtige, karakteristieke sirene die maakt dat sober voor Angel Olsen toch nog iets anders betekent dan voor Meskerem Mees. Ondanks de verwevenheid met de voorganger heft Whole New Mess aan met het volkomen nieuwe titelnummer, waarin Olsen haar overslaande keelgeluid over dramatische pieken en dalen stuwt. Vergeleken met hun orkestraal-elektronische versies stijgt uit (New Love) Cassette of (We Are All Mirrors) - ja, licht gewijzigde songtitels en vooral veel haakjes in de aanbieding hier - zelfs méér galm op. Niet verwonderlijk, want het kleine hoekje waarin Olsen zich nestelde, was dat van een lege trappenhal. In laatstgenoemd lied zweeft uitzonderlijk een ijzingwekkend orgel, maar ook zonder zo'n extra effect klinkt een nummer als Lark Song zo gothic als wanneer iemand Siouxsie Sioux tot een americanaplaat zou hebben aangepord. In Impasse (Workin' for the Name) en Chance (Forever Love) scheert Olsens timbre dan weer dicht bij dat van Mary Weiss van The Shangri-Las, nog zo'n zangeres die een handvol muzieknoten pardoes kon omtoveren tot een laaghangend wolkendek. Waarlijk kleinschalige momenten vindt men wel degelijk in het eveneens nieuwe Waving, Smiling en stilletjes gekermde (Summer Song). De hamvraag: geeft Whole New Mess ook inhoudelijk een draai aan de al gekende nummers? Veeleer niet, maar je hoort wel hoe Olsens woede én kwetsbaarheid anders zijn gedoseerd, accenten zijn verlegd. All Mirrors plus Whole New Mess: een mooie, onechte dubbelplaat.