Dat de woestijnblues zich niet langer beperkt tot woestijn of blues mag duidelijk zijn. Recent nog maakte u via deze pagina's kennis met de spaghettiwesternvariant van Ahmoudou Madassane en de uit kaduke synths gedistilleerde versie van Hama. Andere, bekendere jonge wolven zijn onder meer Bombino, Imarhan en Mdou Moctar, van wie we het onlangs via Third Man Records verschenen livealbum Blue Stage Session warm aanbevelen.
...

Dat de woestijnblues zich niet langer beperkt tot woestijn of blues mag duidelijk zijn. Recent nog maakte u via deze pagina's kennis met de spaghettiwesternvariant van Ahmoudou Madassane en de uit kaduke synths gedistilleerde versie van Hama. Andere, bekendere jonge wolven zijn onder meer Bombino, Imarhan en Mdou Moctar, van wie we het onlangs via Third Man Records verschenen livealbum Blue Stage Session warm aanbevelen. En dan is er Kel Assouf, onder leiding van de naar Brussel uitgeweken, Nigerese Toearegtelg Anana Harouna. Twee jaar geleden had Harouna al een stevig aandeel in de modernisering van rebel music uit de Sahara met het album Tikounen, door traditionele percussie en vrouwengezang te enten op stevige, door Led Zeppelin en Black Sabbath beïnvloede rockriffs. Met Black Tenere gaat hij een stapje verder. Zangeres Toulou Kiki is niet meer van de partij, het trommelgerei mocht aan de kant en de groep slankte af tot een powertrio van gitaar, drums en synths. De man aan de toetsen (en productieknoppen) heet Sofyann Ben Youssef, een in België residerende Tunesiër die als Ammar 808 en met de band Bargou 08 reeds menig bruggetje sloeg tussen Noord-Afrikaanse folk en westerse electronica. Met hem in een prominentere rol slaat Kel Assouf gensters als nooit tevoren. Tenere bruist als een waterpijp in het vroegere repetitiehok van The Spencer Davis Group, Alyochan is hypnotiserende, op een vliegend tapijt door het zwerk sjezende spacerock. Ook slagwerker Olivier Penu, een Gentenaar met jazzachtergrond, laat zich niet onbetuigd. Halverwege America toont hij zich een stormram van dezelfde orde als Keith Moon bij The Who, en ook in Amghar legt hij er, terwijl Harouna als een slangenbezweerder zijn snaren bepotelt, stevig de zweep op. 'Ik wil ze moderniseren', zei de frontman in 2016, toen we hem vroegen of hij de woestijnbluestraditie wilde breken dan wel voortzetten. Black Tenere is dan ook geen regelrechte revolutie binnen de in woestijnzand gewortelde verzetsmuziek, want trouw aan de Berberse moedertaal en nog steeds verankerd in toonschalen uit het vaderland. Maar wanneer we na de zinderende finale Ubary het stof uit de oren peuteren, blijft één conclusie toch lekker overeind: Kel Assouf zijn rebellen onder de rebellen.