'Ik studeer hier. Ik heb mijn vrienden hier. Mijn toekomst ligt hier. Ik snap niet waarom ik dat allemaal zou moeten opgeven', fronst een zestienjarige Bryan Mugande niet-begrijpend vanachter een zwaar brilmontuur voor de camera van de Luxemburgse regionale tv.
...

'Ik studeer hier. Ik heb mijn vrienden hier. Mijn toekomst ligt hier. Ik snap niet waarom ik dat allemaal zou moeten opgeven', fronst een zestienjarige Bryan Mugande niet-begrijpend vanachter een zwaar brilmontuur voor de camera van de Luxemburgse regionale tv. We schrijven 2015. De Rwandese Bryan, zijn broer José Prince en hun vader Jean-Paul verblijven sinds 2013 in het asielcentrum van Bovigny, een negorij met gehuchtsambities nabij Vielsalm. Ze hebben net te horen gekregen dat ze binnenkort uitgezet zullen worden. De klasgenoten van de broers op het atheneum denken daar anders over. En dat heeft effect. Twee jaar, een beroepsprocedure, een collecte voor een degelijke advocaat en 2500 handtekeningen op het bureau van toenmalig staatssecretaris Theo Francken later krijgen ze alsnog de nodige papieren. Vandaag laat Bryan zich Bryn noemen - spreek uit: Brain - en timmert hij vanuit Brussel aan zijn muziekcarrière. Wat stilaan aardig lijkt te lukken. Vorig jaar opende hij met zijn synthpop voor de minder bekende Gnash in de Botanique, vandaag ziet het ernaar uit dat hij dat in januari nog eens mag doen voor Lous and the Yakuza. En in minder infectueuze tijden had hij aanstaande vrijdag naast Martha Da'ro op het Antwerp Queer Arts Festival gestaan. Begin volgende maand verschijnt Middle 8, zijn debuut-ep, een coming-of-ageverhaal van een twintiger die noodgedwongen al jaren geleden volwassen is moeten worden. 'Eigenlijk is die plaat al bijna twee jaar afgewerkt', geeft Mugande toe. 'Ik ben ondertussen ook eenentwintig, het werd dus stilaan tijd. Niemand zit te wachten op een coming-of-ageverhaal van een late twintiger, vermoed ik. Mijn eerste single, Take Me There, maakte echter zo weinig golven dat ik de ep liever nog even in de kast liet. Ik heb geen anderhalf jaar dagelijks wafels en churros verkocht om een plaat te financieren die helemaal tussen de plooien valt. (lacht)' De Schot Lewis Gardiner, die onder meer met Ellie Goulding en Megan Thee Stallion werkte, heeft Middle 8 geproducet. Hoe belandt een achttienjarige churrosventer uit Vielsalm in Glasgow? Bryn: Ik had mezelf initieel wijsgemaakt dat ik mijn ep ook wel gewoon zelf zou kunnen producen. Dan kon ik alles in handen houden en de kosten wat drukken. Alleen, na een paar maanden in de muziekopleiding aan het SAE Institute in Brussel bleek dat ik minstens drie jaar nodig zou hebben om een enigszins degelijke producer te worden. (lacht) Maar het bleek lastig om in Brussel iemand te vinden die snapte waar ik heen wilde. Ik stuurde producers dan poppy voorbeelden door, zoals Lorde of Alessia Cara, waarop zij mij keer op keer trapbeats doorspeelden. Uiteindelijk kwam ik bij Lewis uit nadat ik in het voorprogramma van Charlie Puth de Schotse zangeres Kloe had gezien, wier ep hij ook geproducet had. Dus stuurde ik hem een berichtje via Instagram. Ongetwijfeld gruwelijk onprofessioneel, maar blijkbaar was hij geïntrigeerd. Het lijkt erop dat je in januari in de Botanique de support voor Lous and the Yakuza mag doen, nadat je haar stomweg in Brussel op straat aangesproken had. Bryn: Ik wacht nog op de definitieve bevestiging van haar manager, maar ze heeft het recent nog eens op Twitter bevestigd. Dat lijkt me wel wettelijk bindend, nee? (lacht) Ik hoop dat ze me de hele tour meeneemt, maar ik ben blij met elke kruimel die ik krijg. Eind vorig jaar mocht je in de Parijse Olympia openen voor de Franse Eurosongalumnus Bilal Hassani. Ook dat optreden had je zelf via Twitter geritseld. Je bent behoorlijk ondernemend. Bryn: Is het geluk? Proactiviteit? Serendipiteit? Ik weet het ook niet. Dingen overkomen mij gewoon. Maar ik hoop dat het blijft duren. In een YouTube-filmpje over die laatste show bedenkt een fan zich hoe sterk jouw muziek en podiumact haar aan Troye Sivan doet denken. Een niet onlogische vergelijking, die jij zelf wel liever uit de weg lijkt te gaan. Bryn: Die wordt wel vaker gemaakt. Ik zeg ook niet dat ik ze niet snap - we hebben een gelijkaardige sound en een gelijkaardige bouw - maar ik spiegel me niet aan hem. Ik ben gewoon het kind van Taylor Swift, Beyoncé en Lorde, net zoals Sivan dat waarschijnlijk ook is. En ik hoop vooral dat ik ooit zulke straffe teksten kan schrijven als Lorde. Hoe vlot schrijf je? Bryn: Ik schrijf enkel als ik iets te vertellen heb. Dat wil dus ook al eens tegenvallen. Vorig jaar had een Frans label me met een paar schrijvers in een vergaderzaaltje gedropt: 'Oké, laat ons nu een song schrijven.' Hoezo, nú iets schrijven? Ik kan dat echt niet on the spot. Ik ben jaloers op mensen die op commando kunnen schrijven, maar daar ben ik nog niet: in de eerste plaats schrijf ik nog steeds voor mezelf, om mijn gedachten op een rijtje te zetten. Dat label heeft me, met veel moeite, ook overtuigd om een paar nummers in het Frans te schrijven. Ik stond daar eerder weigerachtig tegenover, want dat betekent dat echt mijn hele familie plots één op één begrijpt waarover ik zing. Het Engels werkt toch als een soort filter. En dat is best comfortabel wanneer je, zoals in Love That I Want Your Love, bijvoorbeeld zingt over je eerste keer met een man. (grinnikt)'Mijn hele jeugd is nogal vaag', bedacht je je op je achttiende in een open brief. Op welke manier? Bryn: Ik weet dat ik op mijn zesde uit Rwanda gevlucht ben, en daarna op vele plaatsen gewoond heb, maar alles loopt sterk door elkaar. Je bent geboren in Kigali, ontvluchtte het land toen je zes was en vroeg op je dertiende in België asiel aan, dat weet ik. Maar ik weet niet hoe het jou verging in de jaren daartussen. Bryn:Bryn the Movie wordt echt spectaculair. (lachje) Als ik het me tenminste nog allemaal kan herinneren. Bizar, want ik ben heel snel volwassen moeten worden en heb alles dus zeer bewust meegemaakt. Maar er lijkt een waas over mijn jeugd te hangen. Het zal wel een verwerkingsmechanisme zijn. Mijn ouders hebben ook liever dat ik niet te veel over die tijd praat. Met hen, bedoel je? Bryn: Vooral niet met jou. (grinnikt) Ze vinden - ongetwijfeld terecht - dat er dingen zijn die we beter voor onszelf houden. Mijn ouders hebben ook wel lang gezwegen over die donkere periode, wat ik als puber nogal vreemd vond. Pas tijdens de eerste lockdown hebben we voor het eerst echt als volwassenen gepraat over hoe zij bijvoorbeeld opgegroeid zijn in Rwanda en over de gruwel van de genocide. Ondertussen snap ik het ook wel: ik heb het zelf allemaal verdrongen, waarom zouden zij niet hetzelfde mogen doen? We kijken gewoon vooruit, zonder in het verleden te blijven hangen. Ik denk dat dat de juiste manier is. Al bestaat de kans dat die herinneringen later weer komen spoken. Hoe kijk je terug op de jaren in het asielcentrum? Bryn: Ik kwam in 2013 in België aan en werd eerst ondergebracht in een ander centrum alvorens ik met mijn vader herenigd werd in het centrum van Bovigny. Daar verbleven we tot 2017. (schouderophalend) Zo'n centrum is een soort wachtkamer van het leven, hè. Alles staat op pauze, en je kunt maar hopen dat je ooit echt aan je leven mag beginnen. A Degree gaat daar ook over. Ik was een heel goede student - misschien zat ik zelfs te veel met mijn neus in de boeken - maar toen ik afstudeerde, koos ik voor muziek in plaats van een universitair diploma. Mijn ouders begrepen er niks van, maar mijn leven had al lang genoeg op pauze gestaan. En ik had vroeger nooit gedacht dat een muziekcarrière voor iemand als ik binnen handbereik lag. Ik zou het mezelf eeuwig kwalijk hebben genomen als ik het op zijn minst niet had geprobeerd. (denkt na) Ik heb allesbehalve een normale kindertijd gehad, maar in vergelijking met de kinderen om me heen zijn mijn broer en ik misschien wel het dichtst bij een normale jeugd kunnen komen. Ons Frans was goed, dus wij mochten naar een normale school in de buurt. Tot we uitgewezen zouden worden en de directie iedereen inlichtte, hadden mijn klasgenoten zelfs niet door dat mijn broer en ik asielzoekers waren. Wij waren zwarte jongens die 'toevallig' in Vielsalm verzeild waren. Wij gingen ook naar feestjes en pikten al eens een film mee. Alleen, wanneer de rest naar huis ging, keerden wij terug naar dat centrum. Zoiets verandert je wel. Maar ik prijs me al bij al gelukkig: ik heb daar mensen leren kennen die nog steeds op papieren wachten. Sammy Mahdi, de nieuwe CD&V-staatsecretaris voor Asiel en Migratie, wil nu de procedure versnellen. Binnen de zes maanden moet een asielzoeker weten waar hij aan toe is. Bryn:Ik hoor het hem graag zeggen, maar eerst zien, dan geloven. Bovendien moet zo'n asielaanvraag niet snel, maar vooral góéd gebeuren. (denkt na) Ik herinner me bijvoorbeeld hoe ik op mijn vijftiende, op het donkerste punt van onze procedure, mijn vader vroeg om de kamer even te verlaten zodat ik privé kon overleggen met onze advocaat. Ik was nog niet uit de kast, maar ik wist wel al zeker dat ik homo was - en dat ik dus echt niet meer terug kon naar mijn thuisland, waar ik nooit out and proud gay zou kunnen zijn. Maar volgens die advocaat was er niks dat ik kon doen, tenzij ik kon bewijzen dat ik homo was. Met foto's van vorige partners bijvoorbeeld. Ik had me nog niet eens geout, laat staan dan ik 'bewijzen' op tafel kon leggen. Voor iemand met zo'n donkere achtergrond en - hoe cynisch dat ook klinkt - de bijbehorende verhalenrijkdom, blijf je opvallend aan de oppervlakte in je teksten. Bryn: Je klinkt net als mijn vader. (lacht) Hij vindt dat ik een uniek verhaal te vertellen heb. 'Praat en zing daarover en hoe het jou gevormd heeft.' Jullie hebben waarschijnlijk gelijk, maar ik zoek nog naar de juiste vorm. Het mag ook geen exploitatie van mijn verleden worden. Maar zo komt er eventueel wel nog íéts goeds uit een absolute rotsituatie voort. Bryn: Ik wil eerst mijn tijd nemen om die dingen zelf te verwerken. Ik héb onze vlucht uit Rwanda en onze tijd in het centrum al een paar keer van mij af proberen te schrijven, maar wat therapeutische pensées maken nog geen goed popnummer. Ooit giet ik het waarschijnlijk allemaal in een conceptalbum. Losse singles lijken me daar te beperkt voor, ik wil een groter verhaal vertellen. Enkel in City Kid lijk je heel even publiek in de coulissen toe te laten. 'I chase the sun for my own health, 'cause I can't get out of bed', klinkt het daarin. Dat gaat vermoedelijk niet over een tekort aan vitamine D. Bryn: Ondertussen gaat het beter, maar ik heb mijn part aan depressies en angststoornissen wel gehad. Ik wilde dat even aanraken in een tekst, maar dan zonder er echt over door te bomen of al te letterlijk te worden. In essentie gaat dat over mijn eerste jaar in Brussel, en over plezier proberen te hebben terwijl je knettertriest bent: ik werkte tien uur per dag, had vrienden noch sociaal leven, kampte met depressie en ging uit omdat dat het enige was wat ik nog kon doen. (denkt na) City Kid is een zeer vrolijke, dansbare song met een donker randje, zoals ik het graag heb. Zoals ik eigenlijk zelf ook ben.