'Dat is erg moedig van hen', reageerde componist Philip Glass toen hij hoorde dat vier Brusselaars Koyaanisqatsi van een nieuwe soundtrack wilden voorzien. Glass' muziek voor die experimentele documentaire van Godfrey Reggio werd destijds minstens even bekend als de film zelf.
...

'Dat is erg moedig van hen', reageerde componist Philip Glass toen hij hoorde dat vier Brusselaars Koyaanisqatsi van een nieuwe soundtrack wilden voorzien. Glass' muziek voor die experimentele documentaire van Godfrey Reggio werd destijds minstens even bekend als de film zelf. 'Natuurlijk hadden we schrik,' dixit Judith Hoorens, pianiste van We Stood Like Kings, 'maar we vóélden die film. Dus hebben we de sprong gewaagd, mét de intentie om helemaal ons eigen ding te doen. Daarom hebben we Koyaanisqatsi nooit volledig met geluid bekeken, opdat we niet zouden weten hoe Glass het precies had aangepakt. De film heeft ook geen dialogen of voice-over, dus konden we volledig vertrekken van de beelden en de emoties die ze bij ons opriepen.' Koyaanisqatsi was in de jaren tachtig niet alleen een buitenbeentje door de spectaculaire time-lapsebeelden van landschappen en steden, maar ook door de boodschap. 'Koyaanisqatsi', een woord van de Hopi-indianen, betekent 'leven uit balans', en volgens Hoorens is dat sinds de release alleen maar relevanter geworden. 'Reggio toont hoe onze manier van leven de aarde uit evenwicht aan het brengen is. We consumeren, verbruiken, vervuilen en gooien weg zonder al te veel stil te staan bij de gevolgen. In Amerika is dat natuurlijk nog veel extremer, maar wij Belgen dragen daar zeker ook aan bij. Nu, vijfendertig jaar later, is onze levensstijl nog steeds niet radicaal veranderd. Ik hoop dat mensen na onze filmconcerten bewuster zullen omgaan met onze planeet.' Godfrey Reggio deelt die hoop en zei, naar aanleiding van het project van We Stood Like Kings, dat hij nieuwe interpretaties van de film niet zal tegenhouden. 'Daarom hebben we niet veel moeten betalen aan auteursrechten voor de film. Reggio wil dat zo veel mogelijk mensen Koyaanisqatsi zien.' We Stood Like Kings had eerder al A Sixth Part of the World (1926) van sovjetpionier Dziga Vertov en Walther Ruttmanns modernistische documentaire Berlin - Die Sinfonie der Großstadt (1927) van geluid voorzien. 'We hebben toen geleerd dat we ons live strikt aan de structuur van de songs moeten houden, anders komt de film niet tot zijn recht. Verder leerden we actief inspelen op de beelden, zonder terug te vallen op het cliché van de pianist die pakweg elke beweging van Charlie Chaplin imiteert. We voegen emotie toe, werken met lange spanningsbogen en maken contrasten.' 'Zo spelen we in Koyaanisqatsi op een gegeven moment heel traag terwijl de beelden net razendsnel gaan. Boven alles willen we buiten de lijntjes kleuren. Je zult ons misschien niet meteen op de radio horen, maar we doen wél iets dat helemaal van ons is.'