RADIOHEAD: Zinnenprikkelend en waanzinnig

Veel hits heeft Radiohead de jongste jaren niet meer gescoord, maar ondanks hun experimenten met glitchy elektronica, krautrock, dub en zelfs hedendaags klassieke muziek, blijft de band, zeker live, een groot publiek aanspreken. Als afsluiter van de tweede festivaldag gaven Thom Yorke en co een zowel in visueel als auditief opzicht zinnenprikkelend concert waar zoveel magie bij kwam kijken dat het de concurrentie ver achter zich liet.
...

Veel hits heeft Radiohead de jongste jaren niet meer gescoord, maar ondanks hun experimenten met glitchy elektronica, krautrock, dub en zelfs hedendaags klassieke muziek, blijft de band, zeker live, een groot publiek aanspreken. Als afsluiter van de tweede festivaldag gaven Thom Yorke en co een zowel in visueel als auditief opzicht zinnenprikkelend concert waar zoveel magie bij kwam kijken dat het de concurrentie ver achter zich liet. De set begon nog vrij toegankelijk (en vijf minuten vroeger dan aangekondigd!) met de intrieste pianoballad Daydreaming en het benauwende Lucky, met zijn beelden van luchtrampen en totalitaire regimes, maar met nerveuze nummers als Ful Stop, 15 Step en Myxomatosis begon Radiohead de definitie van popmuziek dermate op te rekken, dat je er als toeschouwer behoorlijk door werd uitgedaagd.Door de arty, soms wat abstracte visuals op de beeldschermen kon je helaas niet altijd volgen wat er precies op het podium gebeurde en welk bandlid voor wàt verantwoordelijk was. De veelzijdigste muzikant was in ieder geval Jonny Greenwood, die in Pyramid Song zijn gitaar met een strijkstok bewerkte en in de loop van de avond nog een hoop andere instrumenten beroerde.De ruim twee uur durende set zat vol ongrijpbare prachtsongs als Everything In Its Right Place, waarin bijna alle groepsleden elektronische gadgets bedienden; het sobere You and Whose Army; het tussen wanhoop en euforie balancerende Idiotheque en het polyritmische, op tribale beats steunende Bloom. Maar zoals bleek uit Airbag, Reckoner en My Iron Long heeft het vijftal zijn verleden als gitaarband zeker niet afgezworen.Hoogtepunten opsommen is zinloos, want song na song nam Radiohead je mee naar woeste hoogten waar het uitzicht adembenemend was maar waar je ieder moment ten prooi kon vallen aan vertigo. Opvallend was voorts dat er niet minder dan zeven nummers uit OK Computer, de plaat die dezer dagen twintig jaar oud is, op de setlist prijkten. Destijds gold die cd als een mijlpaal, nu klinken melodieuze liedjes als Let Down, No Surprises en Karma Police haast alsof ze van een andere groep afkomstig zijn. Grappig ook dat Thom Yorke de lange suite Paranoid Android aankondigde als 'a little enlightenment'. Het geheim van Oxford's Finest is wellicht dat de band al meer dan dertig jaar in dezelfde bezetting opereert en het een organisme is geworden dat met één hoofd lijkt te denken en te handelen. Radiohead is een groep Buiten Categorie, dit concert een waanzinnige artistieke prestatie. En daar wordt niet over gecorrespondeerd. (DS)'De beste danser van het hele festival', noemde Otto-Jan Ham Sam T. Herring toen hij Future Islands omstreeks zestien uur aankondigde in The Barn. De flamboyante Herring danste zich drie jaar geleden inderdaad richting wereldfaam, toen hij de single Seasons (Waiting On You) kwam voorstellen bij David Letterman. De performance werd op YouTube gezet en behaalde binnen de kortste keren anderhalf miljoen views.Op Rock Werchter was het wéér van dattum. De tweeëndertigjarige zanger waagde zich aan de zotste spinmoves, gaf zichzelf klappen in het gezicht, wiegde ostentatief met zijn heupen en shaketemet zijn kont - 'en ik heb niet eens een onderbroek aan', voegde hij er fijntjes aan toe. Hoe onbeholpen het er soms ook uitzag, het publiek ging telkens weer uit haar dak.Of er achter die gekke gimmick ook goeie muziek schuilging, vraagt u? Yezzur! Wie niet vies is van scheutjes new wave en discorock werd door Baltimore's best op zijn wenken bediend. De baslijnen rolden, de synths zweefden en de discobeats loeiden in songs als Ran, A Dream of You and Me en Long Flight. En wanneer de eenvormigheid om de hoek dreigde te komen loeren, zorgde een brullende Herring er wel voor dat u weer helemaal mee was. Zelden iemand met zo veel passie en overgave over gemis, onbeantwoorde liefde, onverwerkte relatiebreuken en ander hartzeer zien zingen. Niet slecht voor een danser. (MI)Royal Blood bracht onlangs met How Did We Get So Dark? zijn tweede langspeler uit. En die voegt op het eerste gehoor weinig toe aan de harde stonerrocksound die het duo eerder al op zijn debuut had ontwikkeld. De heren stuiten duidelijk op hun compositorische grenzen, waardoor de songs een tikje eenvormig aandoen. Maar voor de fans - en die zijn met zéér velen- is dat, althans live, volstrekt geen bezwaar.'Blijven klauwen!' lazen we op het bordje van een fan. En wees er maar zeker van dat zanger-bassist Mike Kerr en drummer Ben Thatcher die raad ter harte namen. Tijdens hun show in Werchter -hun vierde al- kon je letterlijk over de koppen lopen. Of vliegen, want ook de crowdsurfers lieten zich niet onbetuigd. Terwijl Kerr de ene vette riff na de andere afvuurde en Kerr bewees dat hij het soort houthakker is waar zelfs sequoia's niet veilig voor zijn, ging het er in de moshpit vóór het podium bijzonder heftig aan toe.Telkens wanneer een oude hit werd ingezet - Come On Over, Little Monster, Figure It Out, Loose Change - gaf Royal Blood blijk van zo veel overdonderende power, dat er tegen de resulterende energie-opstoot bij het publiek voorlopig geen medicijn bestaat. Zelfs de nieuwe songs (Lights Out, I Only Lie When I Love You en het door een gehamerde piano ingeleide Hole In Your Heart) waren door de aanwezigen al liefdevol geadopteerd.'Merry christmas', riep Mike Kerr doodleuk. Welja, je zou van minder gedesoriënteerd raken. Er volgde nog een rondje volksmennerij, waarna drummer Ben Thatcher een duik in de massa waagde. Royal Blood heeft slechts één missie in het leven: zoveel mogelijk lawaai maken. Dit was geen concert, het was een veldslag. Natuurlijk zouden we nog door kunnen bomen over de beperkingen van de formule, maar aan de bottom line valt geen iota meer te veranderen: Royal Blood heeft Rock Werchter vakkundig plat gespeeld. Tot spijt van wie het benijdt. (DS)A man with a dream, stond er op de rug van Thieu Seynaeve, samen met Jergan Callebaut de ruggengraat van Vuurwerk. De Belgische elektroformatie had Pukkelpop, South by Southwest en David Lynch' Silencio-club al achter de kiezen, maar op Rock Werchter stond ze nog nooit. Het werd meteen eerste keer, goeie keer.Evident was het nochtans niet, Klub C trotseren zonder ook maar één fullalbum op de teller. En dan speelde Vuurwerk behalve de recente singles Face It (met Khazali) en New Flow (met Glints) ook nog eens uitsluitend onuitgegeven werk, te verwachten op hun dit najaar te verschijnen plaat. Het zou nochtans makkelijk zijn geweest om Max Colombie en Sylvie Kreusch - gaststemmen op hun vroegere ep's, en met respectievelijk Oscar and the Wolf en Warhaus ook aanwezig op deze tweede Werchterdag - even te laten opdraven. Maar Vuurwerk doet niet aan makkelijk.Vorig jaar gingen Seynaeve en Callebaut in Londen wonen, en het is rond de vruchten die ze daar geplukt hebben dat ze hun set gebouwd hadden. Een set vol elektro, soms zweverig, soms dreunend, maar altijd met een kloppend hart. De finale heette I'm Free, en hij was zweterig. Er werd gefeest als was het middernacht. 'Jij geeft me vonken en Vuurwerk', lazen we op een pancarte. Vuurwerk is op kousenvoeten de mainstream aan het binnendringen, en zo wordt die droom almaar meer werkelijkheid. (MI)Mocht shoegaze een film zijn geweest, dan is er in 2017 een sequel uitgekomen. Het genre is, dank zij de heropstanding van bands als My Bloody Valentine, Swervedriver en Ride, aan een tweede adem toe, en ook Slowdive bracht net, voor het eerst in 22 jaar, weer een langspeler uit. De band, te elfder ure opgetrommeld om Kaleo te vervangen, werd in Werchter al om twee uur 's middags voor de leeuwen gegooid. Beetje ongelukkig, want zijn ijle, in reverb gedrenkte droompop gedijt beter bij duisternis en in een intieme ruimte dan op klaarlichte dag op een groot podium. Voor ons blijven de Britten een beetje de Bende van Nevel: ze schrijven songs als laaghangende mistbanken waarop steevast een forse wall of sound wordt neergepoot.Slowdive nam in Werchter alle tijd om zijn verhaal te vertellen. Oudere nummers als Catch the Breeze, Crazy For You, When the Sun Hits of Alison, waarin de gitaristen Rachel Goswell en Neil Halstead om beurten vocaal op de voorgrond traden, werden lang uitgesponnen, maar steunden op melodieën die zich snel onder je huid nestelden.Vreemd genoeg zaten er met No Longer Making Time en Star Roving slechts twee nieuwe songs in de set. Vooral het laatste klonk zo poppy en catchy dat u gerust mag concluderen dat de groep anno 2017 met beide benen op de grond staat. Het van Syd Barrett geleende Golden Hair deed dienst als psychedelische hekkensluiter. Fraai concert, daar niet van, maar wie het kwintet in de best mogelijke omstandigheden aan het werk wil zien, moet dit najaar toch absoluut naar de Brusselse Botanique. (DS)Je moet het maar doen: als twintigjarige debutant moederziel alleen de tweede festivaldag van Rock Werchter openen. Maar Tamino, een Antwerpenaar met Egyptische roots, laat zich niet zo gauw intimideren. Tenslotte won hij al De Nieuwe Lichting van Studio Brussel en scoorde hij twee stevige radiohits. Het gaat snel met deze jongen.Dat we te maken hebben met een uniek talent, werd al bevestigd door zijn titelloze ep: Tamino heeft een soepele stem die schijnbaar moeiteloos van laag naar hoog fladdert en hij schrijft songs waarin romantiek en melancholie worden bijgekleurd met een vleugje exotiek. Maar naar de gillende meisjes in het publiek te oordelen, dragen zijn looks minstens evenveel bij tot zijn appeal als zijn songs.Na solo gebrachte nummers als Tummy en Reverse, waarin Tamino aangaf dat het werk van Thom Yorke en Jeff Buckley niet ongemerkt aan hem voorbij was gegaan, kreeg de zanger het gezelschap van een drummer en een keyboardspeler, die Cigar een iets voller geluid meegaven. In het op dobro gespeelde Will of This Heart werd het ritme enigszins opgedreven, maar tijdens zijn eigenzinnige cover van I Bet You Look Good on the Dancefloor -u kent het van Arctic Monkeys- nam Tamino weer gas terug, om vocaal naar de sterren te reiken met het nu al klassieke Habibi. Verrukte kreetjes alom. Met de vakantie in het vooruitzicht, heeft Tamino alvast zijn vliegtuigticket richting Toekomst geboekt. Maar eerst komt hij u deze zomer nog enkele keren wegblazen op diverse Vlaamse festivals. Stop voor alle zekerheid maar een paar keien in uw zakken. (DS)De twee grootste recente hypes uit indiepoppend Vlaanderen stonden fijntjes na elkaar geprogrammeerd, vrijdagavond in The Barn. De kroniek van een aangekondigde, dubbele triomf.Eerst was het aan Bazart, vorig jaar nog debutant op Rock Werchter, nu al een halve headliner. Geen wonder, als je met niet meer dan één plaat twee Lotto Arena's kunt uitverkopen, en als alles wat je aanraakt hitparadegewijs in goud verandert.De spanning van De Eerste Keer, de verrassing bij het publiek: het was allemaal wat weggeëbt. En toch: in vele opzichten was Bazart beter dan vorig jaar. De band was meer geroteerd, pakte uit met knappe visuals (drie grote lichtbalken vormden samen een III) en kon putten uit een ruimere selectie songs. Er was zelfs plaats voor nieuwe nummers als Contra (met Oliver Symons op vocoder) en Era (met een verrassend potige outro). En de rest was geschiedenis. Nacht, Lux, Chaos: bij zowat elke single ging de gil-o-meter in het rood. Al mocht het voor Terryn nog iets meer zijn: 'Ik wil bier zien vliegen, ik wil mensen zien vliegen. Ik wil een vólksfeest.' En dat voltrok zich ook, op de tonen van de confettiklassieker Goud, ja. De vloer ging aan het trillen tot de tent het haast leek te begeven. Game, set, madness - alweer.Kon Oscar and the Wolf daar nog over? Een backdrop zo indrukwekkend als die van Max Colombie en co. hadden we alleszins nog niet gezien op deze Rock Werchtereditie. De drie Wolven zaten in een reusachtige, van flashy projecties voorziene kooi te spelen, waar Oscar himself pal bovenop stond, heen en weer huppelend in een extravagante outfit die zo uit de kleerkast van wijlen Zijne Purperen Hoogheid leek te zijn gekomen. Het zag er, in combinatie met die confettikanonnen, vlammenwerpers en zeepbellen, haast onwerelds uit. En toch zong Colombie in de openingstrack: 'This is so real'.In muzikaal opzicht deed Oscar and the Wolf wat u van hen kon verwachten: het midden zoeken tussen melancholie en manie in vertrouwde tracks als The Game, You're Mine, Joaquim en Undress. Maar de band liet niet na ook een handvol nieuwe songs te spelen, uit hun eind september te verschijnen tweede langspeler Infinity. Al waren die nog lang niet zo doeltreffend als het smartphonelampjes-in-de-luchtmoment Moonshine en het afsluitende koningskoppel Princes en Strange Entity. Ging die gil-o-meter tijdens dat laatste toch wéér niet in het rood zeker?Bazart - Oscar and the Wolf: 1-1. Beproefde recepten zijn vaak het lekkerst. Nathaniel Rateliff en zijn Night Sweats hadden zich vast voorgenomen dat in Werchter te bewijzen. Bij deze lieden uit Denver niets nieuws onder de zon, maar probeer die heupen en dat middenrif maar eens in bedwang te houden bij dit bandje.Voorman Rateliff, een even sympathieke als bescheiden voorman met een stem die afwisselend deed denken aan Sam Cooke en Ernie K-Doe, diepte stuiterende r&b-deuntjes op, type Look It Here (dat swingende orgeltje!) en I Did It.Veel volk op het podium bij The Nightsweats en minstens drie van de bandleden waren helemaal betoeterd. Al dat pruttelende koper had een weldadige invloed op je humeur. Nu eens hoorde je echo's van The Band (Wasting Time), dan weer toonde Nathaniel Rateliff zich een erfgenaam van wijlen Chuck Berry ('If you have a bad day, then now that the ultimate duckwalker is looking down on us').'Het is een eer deel te mogen uitmaken van jullie leven, folks', meldde de zanger nog, na veerkrachtige liedjes als Shake en Out on the Weekend. Om zich meteen daarna de rol van een southern preacher aan te meten en met het door gospel bevruchte S.O.B. - Son of a Bitch dus- het publiek nog eens massaal aan het zingen en klappen te krijgen. Lekker concertje. Of hádden we dat al gezegd? (DS)