In den beginne schiep Chokri één dag Pukkelpop, en toen hij er na een dikke vijftien jaar wroeten drie uit de Hasseltse grond had gestampt, sprak hij: 'Daar kan nog wel een feestje bij, menne man.' Wat toen begon als een woensdagavondje boîten met de vroege piekers tegen 130 beats per minuut, is vandaag stilaan een volwaardige festivaldag geworden, waarop vooral Belgische artiesten het mooie weer maken.

De aftrap was voor de Hasseltse Ruby Grace (***). Een thuisspeelster dus, maar dan wel eentje die hoopt op een internationale transfer. Alles aan de singles die ze tot nu toe loste en de manier waarop ze in Kiewit op het podium stond - wit ensemble met roze voile, knalwitte buffalo's, platinablond pagekapsel - ademt buitenlandse ambitie en de drang om in één adem genoemd te worden met Banks of Charli XCX.

Ruby Grace op Pukkelpop 2019 © Wouter Van Vaerenbergh

Om die laatste ooit te evenaren, moet Grace vooral aan haar songs werken. Singles Lipgloss en Glitter zijn kundig geproducet, maar glijden nog te gemakkelijk uit het oor en verloren op Pukkelpop wat van hun pluimen door onder meer de matige geluidsmix. Wat wel blijft hangen, is dat Grace kan zingen en in de lage registers met de strot van wijlen Amy Winehouse flirt, dat de jonge popzangeres een prima band in haar rug heeft en dat ze visueel kilometers voorligt op andere debutanten. Er was niet alleen haar eigen verschijning, maar ook die van haar getekende evenbeeld op het scherm, vergezeld van een konijn met vlindervleugels. Niemand weet waarom, maar dat we deze dame nog eens willen zien spelen, staat nu al vast.

Ook Miss Angel (***) leverde een sterk Pukkelpopdebuut af. De Antwerpse rapster bevestigde haar goeie shows op onder meer Rock Werchter en de Lokerse Feesten met een compacte set die geen moment verveelde. Vaste dj Black Mamba, die ook onder eigen vlag vaart, joeg afwisselend boombap, grime en reggaeton door haar draaitafels, terwijl Angel en haar hypelady over het podium stuiterden. Wat spelletjes met het publiek, wat kekke danspasjes en hop: in een halfuur had deze Angel alweer haar hemel verdiend.

Dat heet dan de beuk erin gooien. Of, als je een sludgepoptrio uit Hoeselt bent, de Peuk (****) erin. Ook voor de band rond Nele Janssen was het de eerste keer Pukkelpop in deze bezetting - drummer Dave Schroyen brak hier ooit de boel af met Evil Superstars. Door het pendelen tussen de tenten misten we het begin van de set, maar we hadden niet meer dan een minuut van Cave Person nodig om te weten, en met dank aan de bas van frontvrouw Nele Janssen, te vóelen dat het goed zat. Janssen verstaat bovendien de kunst om iets uit te stralen zonder nodeloos de aandacht op te eisen. Nooit raakt het trio uit evenwicht, op geen enkel moment speelt er een ego op. Solo's? Laat ons maar samenspelen, meneer. Een houding die het publiek, vooral veertigers en vijftigers, zichtbaar kon smaken. Als dit nog maar de peuk is, waar kunnen we dan nú een hele slof bestellen?

Bizzey op Pukkelpop 2019 © Wouter Van Vaerenbergh

Het contrast met de show van Bizzey (**) in de Dance Hall, tot de nok gevuld met tieners en jonge twintigers, kon niet groter zijn. Het Nederlandse rapkanon kwam naar Kiewit met zijn Iconic Show en joeg er volgens onze schatting ongeveer veertien keer het budget van pakweg Peuk door. De vlammenwerpers en het confettikanon draaiden overuren, net als de vier danseressen in Bizzeys rug. Achter hem werden afwisselend dollarbiljetten en de hoogtepunten uit zijn videoclips geprojecteerd. Meestal was dat ofwel Bizzeys eigen gezicht, ofwel een paar twerkende vrouwenbillen.

Muzikaal gezien is zijn formule kristalhelder: pompende reggaeton met daarover teksten waar meisjes bronstig van worden en ouders klachtenbrieven van gaan schrijven, liefst met een songtitel van één woord die dan kan herhaald worden bij wijze van refrein. 'Doe het voor me, doe het laag / het is niet moeilijk voor je, doe het traag / traag traag traag traag traag traag traag', om maar een voorbeeld te geven. Waarop uw kroost, die vorige week nog braaf met u op vakantie ging naar de Zwitserse bergen, antwoordt: 'Doe ik het goe-hoed? Papi, papi, papi.' U mag dat geweldig vinden, u mag dat vreselijk vinden, maar het moet gezegd: de Dance Hall daverde op zijn grondvesten. Zeggen dat Bizzey zich te midden van al die patserij niet altijd de sterkste rapper toonde, is roepen in de woestijn.

De oudere Pukkelpoppers kregen hun eigen portie Nederlandse hoop in de vorm van De Heideroosjes (***). De Limburgse punkers - 'bonus-Belgen!', volgens zanger Marco Roelofs - maakten er zeven jaar geleden een einde aan, maar konden het niet laten om er voor de dertigste verjaardag van de band nog een tourneetje tegenaan te gooien. Op hier en daar een half kilootje extra na waren de vier heren geen spat veranderd en ook de show was wat ie in 2012 ook al was: eerst de Urbanus-sketch waar de groep haar naam aan te danken heeft, vervolgens een uur snoeiharde poppunk, afwisselend in het Nederlands en het Engels. Time is Ticking Away, Sjonnie en Anita, Ik zie je later, Damclub Hooligan: allemaal passeerden ze de revue. Voor de volledigheid moeten we erbij zeggen dat we een paar nummers ooit al in strakkere uitvoeringen hebben gehoord, maar dan hebben we het over de cijfers na de komma. Niks dat ons uit onze hum kon brengen tijdens deze trip down memory lane.

En toch wonnen de Belgen dag 0 van Pukkelpop, of moeten we de mafketels van Gestapo Knallmuzik (****) Duitsers noemen? Voor wie niet mee is: het trio beweert zelf dat het na een mislukte zijstap als panfluitensemble uit Berlijn naar de Kempen is gevlucht en daar een carrière probeert op te bouwen met nummers over piemeleczeem, Angela Merkel, Sabine Hagedoren en met je vingers door het toiletpapier zitten. Een band in de traditie van de Clement Peerens Explosition, om het zo maar eens te zeggen, al zien wij de popkenner uit Antwerpen er niet toe in staat om een volle Dance Hall Frank Deboosere te laten uitjouwen. 'Morgen ben ich daar weer, mit mehr wehr': u lacht nu, maar wacht tot u het tienduizend man hoort meebrullen.

Gestapo Knallmuzik begon als een grap, werd door veel te spelen in het studentenmilieu een goede grap en is nu gewoon goed. Een begrip als post-ironie verdwijnt nu eenmaal snel in de vuilnisbak eenmaal je jezelf erop hebt betrapt dat je teksten over strontvliegtuigen zit mee te zingen in een Duits waar Jean-Marie Pfaff zijn gehandschoende duim voor zou opsteken. De klap op de vuurpijl was de verschijning van fraue Angela Merkel zelf, al had die wat weg van actrice Joke Emmers. De samenvatting: kom niet zeggen dat we u niet hebben gewaarschuwd als deze gekken ooit écht grote zalen uitverkopen.

Nog een Belg met de G van Graaf, Grime en Grimmig: Glints (****), die voor het derde jaar op rij een dagje Kiewit in zijn agenda mocht zetten. Wie er ook bij was toen hij in 2017 de Castello vulde, kon in de Dance Hall zoek-de-verschillen spelen. Wij vonden er al meteen drie: zijn wilde haren zijn gemillimeterd, een band heeft hij niet meer nodig en de muzikale afstand tussen hem en pakweg Kate Tempest is stilaan onoverbrugbaar geworden. Hoorden we wel: brute rhymes met perfect Brits accent zoals Slowthai en Stormzy die bezigen, aangelengd met moddervette trap en het fluitje dat de rapper van Ennio Morricone leende voor Gold Veins - eet paardenkak, Old Town Road.

Visueel hield Glints het minimaler dan minimaal, met niet meer dan een scherm, een lichtstreep en een sample-pad waarmee de rapper zelf de nummers opstartte. Toen op het scherm het woord Bugatti verscheen, wist Pukkelpop hoe laat het was: alle moshers op post voor Glints' gelijknamige grootste hit, nadat ook special guests Dvtch Norris en Martha Da'ro de temperatuur al danig de hoogte hadden ingejaagd. We roepen het al drie jaar op rij, maar nog één keer voor de mensen achteraan: Glints, dat is ook met de G van Grote meneer.

The Van Jets op Pukkelpop 2019 © Wouter Van Vaerenbergh

Logischerwijs was dit de dag van de eerste shows, de eerste pintjes en de eerste moshpits, maar er was ook een laatste keer: The Van Jets (***), die er eind dit jaar de brui aan geven, kwamen afscheid nemen van de wei waar ze daarvoor al zes keer hadden gespeeld. Niet altijd op even dankbare tijdstippen - wie hen wilde zien, moest vaak al vroeg uit de veren - maar deze keer had niemand een excuus. De Club stond dan ook ram- en ramvol voor de Oostendenaars, die Pukkelpop uitzwaaiden met een kloeke set, waarin weinig plaats was voor goedkope emoties. De band had namelijk te veel hits te spelen. Pink & Blue, Boy To Beastie, Two Tides of Ice en natuurlijk The Future: pas als je ze allemaal achter elkaar hoort, besef je hoe diep de door synths aangedreven rock van Johannes Verschaeve en de zijnen zich in het collectieve geheugen heeft genesteld. Geen idee wat Verschaeve na het laatste concert van plan is met zijn onafscheidelijke hoed, maar wij nemen alvast de onze af.

Het slotakkoord van The Van Jets viel samen met de openingsnoten van een andere Belgische trots, maar het laatste halfuur van Black Box Revelation (****) pikten we wel nog mee. 'I'm a war horse', gromde Jan Paternoster bij onze entree, alsof we nog niet wisten dat hij en drummer Dries Van Dijck eersteklas renpaarden zijn. De twee, live bijgestaan door een toetsenist, speelden ontspannen, maar gretig en lieten hun songs lekker lang uitwaaieren. Paternoster was zijn Brusselse zelve, lekker à l'aise, en liet zijn heerlijk bluesy gitaarspel weer heel gemakkelijk lijken, terwijl Van Dijck, de tong uit de mond, afwisselend zijn cimbalen molesteerde en diep over zijn floor toms hing. Vakwerk alweer, dat meteen de lat hoog legt voor dat andere rockduo dat we dit weekend in Kiewit verwachten: Royal Blood. Dat geldt trouwens voor alle artiesten dit weekend: wie over de bloody Belgians wil raken, zal z'n tenen mogen uitkuisen.

Black Box Revelation op Pukkelpop 2019 © Wouter Van Vaerenbergh