Andy Gill, de gitarist van de Britse postpunkband Gang of Four, is overleden. Dat melden Gills bandgenoten via de socialemediaprofielen van Gang of Four. De muzikant overleed 'na een korte ziekte aan de luchtwegen'.

Tot op het laatst bleef Gill aan nieuwe muziek werken, schrijven zijn collega's. 'Op zijn ziekbed zat hij nog naar mixes voor ons nieuwe album te luisteren en plande hij onze volgende tournee', zeggen ze. 'We zullen hem herinneren voor zijn vriendelijkheid en generositeit, zijn bevrezende intelligentie, zijn slechte grappen, maffe verhalen en eindeloos veel kopjes Darjeeling-thee.'

De gitarist richtte Gang of Four in 1976 op samen met zanger Jon King, bassist Dave Allen en drummer Hugo Burnham. In de loop der jaren wisselde de bezetting geregeld en ging de groep ook een paar keer uit elkaar, maar Gills puntige gitaarspel, verwant aan funk en disco, bleef de enige constante in het geluid van de groep. Wie naar culthits luistert als Damaged Goods, uit hun debuutalbum Entertainment! (1979), of I Love A Man in A Uniform (1982) herkent de staccato riffs en noisecapriolen van Gill op het eerste gehoor. Vorig jaar bracht Gang of Four nog het album Happy Now uit.

Gang of Four rijgde nooit in haar bestaan de radiohits aan elkaar, maar de invloed van de groep op de rockgeschiedenis is groot. Zowel Michael Stipe van R.E.M. als Flea, de bassist van Red Hot Chili Peppers, zien de band als een belangrijke inspiratie. Kurt Cobain zei ooit dat Nirvana begon als een 'rip-off van Gang of Four'. En dan is er nog de postpunkrevival van begin deze eeuw met bands als Franz Ferdinand en Bloc Party die voor hun riffs gretig in de trukendoos van Gill draaiden. Daarnaast was hij ook een producer: hij stond achter de knoppen voor enkele platen van Gang of Four, maar werkte ook voor Red Hot Chili Peppers en Killing Joke.

Op sociale media bewijzen heel wat bekende muzikanten Gill de laatste eer. 'Hij was really, really fucking great', schrijft Tom Morello van Rage Against The Machine. 'Andy was een uniek talent', vindt Gary Numan.

Andy Gill, de gitarist van de Britse postpunkband Gang of Four, is overleden. Dat melden Gills bandgenoten via de socialemediaprofielen van Gang of Four. De muzikant overleed 'na een korte ziekte aan de luchtwegen'.Tot op het laatst bleef Gill aan nieuwe muziek werken, schrijven zijn collega's. 'Op zijn ziekbed zat hij nog naar mixes voor ons nieuwe album te luisteren en plande hij onze volgende tournee', zeggen ze. 'We zullen hem herinneren voor zijn vriendelijkheid en generositeit, zijn bevrezende intelligentie, zijn slechte grappen, maffe verhalen en eindeloos veel kopjes Darjeeling-thee.'De gitarist richtte Gang of Four in 1976 op samen met zanger Jon King, bassist Dave Allen en drummer Hugo Burnham. In de loop der jaren wisselde de bezetting geregeld en ging de groep ook een paar keer uit elkaar, maar Gills puntige gitaarspel, verwant aan funk en disco, bleef de enige constante in het geluid van de groep. Wie naar culthits luistert als Damaged Goods, uit hun debuutalbum Entertainment! (1979), of I Love A Man in A Uniform (1982) herkent de staccato riffs en noisecapriolen van Gill op het eerste gehoor. Vorig jaar bracht Gang of Four nog het album Happy Now uit. Gang of Four rijgde nooit in haar bestaan de radiohits aan elkaar, maar de invloed van de groep op de rockgeschiedenis is groot. Zowel Michael Stipe van R.E.M. als Flea, de bassist van Red Hot Chili Peppers, zien de band als een belangrijke inspiratie. Kurt Cobain zei ooit dat Nirvana begon als een 'rip-off van Gang of Four'. En dan is er nog de postpunkrevival van begin deze eeuw met bands als Franz Ferdinand en Bloc Party die voor hun riffs gretig in de trukendoos van Gill draaiden. Daarnaast was hij ook een producer: hij stond achter de knoppen voor enkele platen van Gang of Four, maar werkte ook voor Red Hot Chili Peppers en Killing Joke. Op sociale media bewijzen heel wat bekende muzikanten Gill de laatste eer. 'Hij was really, really fucking great', schrijft Tom Morello van Rage Against The Machine. 'Andy was een uniek talent', vindt Gary Numan.