HET CONCERT: Aksak Maboul op het Wunderkammerfestival in CC Strombeek-Bever op 30/9.
...

De locatie was verrassend, want een tweedaagse voor 'wonderbaarlijke muziek', met concerten, performances en installaties, verwacht je niet meteen in een cultureel centrum in Strombeek-Bever. Maar de openingsavond van de eerste editie smaakte alvast naar méér. Zo werden we weggeblazen door Avalanche Kaito, een energiek Belgisch postpunk/no wave-trio, aangevoerd door een griot uit Burkina Faso, dat binnenkort debuteert op het Duitse Glitterbeat-label. Ook boeiend: Builenradar, een eenmansproject van Wouter Vanhaelemeesch die met zijn resonatorgitaar even grofkorrelige als hypnotische soundscapes boetseerde en daarbij een weinig conventionele speeltechniek etaleerde, en Four Hands One Breath, een Frans trio dat quatre mains-stukken speelde op een prepared piano, waar trompettist Pierre Bastien lustig overheen improviseerde. Ook hij vervormde de klank van zijn instrument door er allerlei vreemde voorwerpen in te stoppen. Onze nieuwsgierigheid werd echter vooral geprikkeld door de jongste incarnatie van Aksak Maboul. Die groep werd in 1977 opgericht door Marc Hollander, bezieler van het internationaal gerenommeerde Crammed Discs-label, maar kende sindsdien lange periodes van inactiviteit. In mei 2020, in volle lockdown dus, kwam het vijftal eindelijk op de proppen met Figures, een dubbelaar die tot zijn beste werk behoort en lovende recensies kreeg in toonaangevende webzines als Pitchfork, Popmatters en The Quietus. Aksak Maboul, wat zoiets betekent als 'kreupele gek', is altijd al populairder geweest in het buitenland dan binnen de eigen landsgrenzen: het combo trok bijvoorbeeld de aandacht van de New York Times en ook gereputeerde Britse radio-dj's als John Peel en Giles Peterson staken hun bewondering niet onder stoelen of banken. Gelaagd en speels Aksak Maboul is zijn tijd altijd al ver vooruit geweest. Dat komt omdat Marc Hollander, het enige vaste bandlid, lak heeft aan muzikale conventies en in zijn werk alle denkbare geografische of stilistische grenzen overschrijdt. Zijn voorliefde voor het experiment leidde er bijvoorbeeld toe dat hij op zijn tweede lp, Un peu de l'âme des bandits uit 1980, al samples gebruikte vóór de sampler was uitgevonden. Maar ook de overwegend instrumentale miniatuurtjes op Onze danses pour combattre la migraine ('77) waren een ode aan de artistieke vrijheid en het 'anything goes'-principe. In de vroege eighties vervelde Aksak Maboul even tot The Honeymoon Killers, een band die Frans chanson combineerde met rockabilly, avant-jazz en no wave en zo zelfs de cover van New Musical Express haalde. Op elk onderdeel van zijn vier platen tellende discografie heeft Aksak Maboul, zowel qua line-up als qua sound, drastische gedaanteveranderingen ondergaan. Ook op het recente Figures, waarop onder anderen multi-instrumentalist Fred Frith en Steven Brown van Tuxedomoon te gast zijn, slaagt het kwintet erin uit een onwaarschijnlijk allegaartje van genres een coherent en toegankelijk geluid te puren. Het resultaat is een intelligente, gelaagde en speelse popplaat: de 22 haast uitsluitend in het Frans gezongen nummers vormen een universum waar je naar hartenlust in kunt verdwalen. Marc Hollander, die zich op het podium verschanst achter zijn synths en elektronische apparatuur, omringt zich dezer dagen met zijn vrouw, zangeres-tekstschrijfster Véronique Vincent, en zijn dochter, Faustine Hollander, die afwisselend bas en keyboards speelt. Dat trio wordt aangevuld met gitarist Lucien Fraipont (alias Robbing Millions) en drummer Erik Heestermans (zie ook Sheldon Siegel en Ignatz & De Stervende Honden). Eclectisch Vincent, wier voordracht is beïnvloed door Frans chanson en de yéyé-chanteuses uit de sixties, zong niet altijd even toonvast, maar de band stond als een huis en incorporeerde zowat alles tussen kraut- en progrock, avant-pop, geïmproviseerde jazz, lounge en het hedendaags klassiek van Steve Reich en Philip Glass zonder dat het ook maar één moment geforceerd aandeed. Eclectisch? U zegt het. Op het podium in Strombeek was Aksak Maboul andermaal een toonbeeld van inventiviteit: Marc Hollander goochelde met gevonden geluiden en haalde waanzinnige motiefjes uit zijn klavieren, die in Histoire de Fous door Fraipont werden gedubbeld, terwijl bas en drums voor een even strakke als onweerstaanbare groove zorgden. Met Ductile schudde de groep alweer een gloednieuwe song uit haar mouw, in Taciturne weerklonken tegelijk echo's uit Braziliaanse tropicália en het oeuvre van Soft Machine en in het catchy Un Caïd verschool zich zelfs een potentiële radiohit. In Dramuscule haalde Hollander even zijn free-jazzsax boven en ontstond zowaar een theatrale dialoog tussen de drummer (in het Engels) en de zangeres (in het Frans). Soms werden de songs met elkaar verbonden via spoken word-interludia. Tijdens de lange instrumentale passages maakte Véronique Vincent dan weer illustratieve tekeningen die op een groot scherm werden geprojecteerd. Aksak Maboul zwalkte heen en weer tussen springerig en melancholisch en trok een streep onder zijn set met het toepasselijke Tout a une fin. Dat einde kwam, wat ons betreft, net iets te vroeg, maar dat is nu eenmaal eigen aan optredens in een festivalcontext. In ieder geval zijn we blij Aksak Maboul eindelijk eens live te hebben meegemaakt. Grijp uw kans, voor het te laat is.