De carrière van Springsteen houdt inmiddels al ruim 45 jaar stand. Wereldwijd heeft hij een slordige 135 miljoen platen verkocht en zijn tournees behoren tot de lucratiefste uit de geschiedenis van de populaire muziek. 'Een revolutionaire vernieuwer ben ik nooit geweest', geeft hij toe. 'Mijn creativiteit schuilt in mijn vermogen tot synthese. Noem mij maar een alchemist: ik weet de muziekstijlen waar ik van houd te versmelten met iets dat diep uit mezelf komt'.

Op zijn zevende zag Bruce Springsteen de jonge Elvis Presley optreden tijdens de televisieshow van Ed Sullivan. Het was alsof de bliksem insloeg. Plots besefte hij dat het mogelijk was een identiteit te creëren die hem zou toelaten uit de verstikkende arbeiderswijk in Freehold, New Jersey, waar hij opgroeide, te ontsnappen. En ook: dat zijn afkomst niet per se bepalend hoefde te zijn voor zijn toekomst. Escapisme zou later een belangrijk thema in zijn werk worden. Dat bleek niet alleen uit een titel als Born to Run, maar ook uit typisch Amerikaanse symbolen zoals de cars en highways waar zijn songs mee volgestouwd zaten.

Een ander steeds terugkerend onderwerp, in My Father's House en Independence Day bijvoorbeeld, is de heikele relatie met zijn tirannieke en afstandelijke vader, die hij herhaaldelijk heeft omschreven als een 'psychologisch mijnenveld'. Douglas Springsteen sukkelde van het ene blue colour-baantje in het andere, maar was meestal werkloos en dronken. Als rusteloze adolescent ervoer Bruce diens aanwezigheid als bedreigend en intimiderend: 'Mijn pa was een vulkaan die op ieder moment tot uitbarsting kon komen'.

Jeugdige rebellie

Het zat Douglas kennelijk hoog dat zijn oudste zoon uit heel ander hout was gesneden dan hijzelf. 'Hij beschouwde mij als een nietsnut en een zwakkeling, kon niet verdragen dat ik mijn eigen dromen najoeg. Voor mijn aspiraties had hij enkel misprijzen. Alles wat ik fijn vond, deed hij af als onnozel. Thuis voelde ik dus een gapende leegte. Pas toen ik die met mijn muziek begon te vullen, drong het tot me door dat ik mijn lot in eigen handen kon nemen en echt impact kon hebben op mijn omgeving'.

'Een revolutionaire vernieuwer ben ik nooit geweest', geeft Bruce Springsteen toe. 'Mijn creativiteit schuilt in mijn vermogen tot synthese. Ik weet de muziekstijlen waar ik van houd te versmelten met iets dat diep uit mezelf komt'.

Voor Springsteen Jr. belichaamde rock-'n-roll ook jeugdige rebellie: 'When they said sit down, I stood Up', zong hij in Growin' Up. Toch was de communicatiekloof tussen hem en zijn vader destijds verre van uitzonderlijk. 'Al mijn vrienden hadden een soortgelijk probleem', zegt hij. 'Mijn pa en ik waren erg verschillend, maar onze conflicten kwamen ook voort uit het feit dat we heel wat gemeen hadden. Omdat het onmogelijk was met hem te praten, heb ik later de personages uit mijn songs, vooral die uit de working class, zijn stem gegeven. Misschien hoopte ik op die manier alsnog zijn goedkeuring te krijgen.'

Bruce Springsteen kreeg gelukkig wel de steun van zijn moeder, die geld leende om hem een gitaar te kunnen kopen. Vanaf zijn tienerjaren maakte hij deel uit van diverse bandjes: The Rogues, The Castiles, het powertrio Earth. Echt menens werd het pas met Steel Mill, waarin hij voor het eerst samenwerkte met latere getrouwen als drummer Vini Lopez, toetsenman Danny Federici en (toen nog) bassist Steve Van Zandt, en met Dr. Zoom & The Magic Boom. Samen met Little Steven en Southside Johnny zou hij een van de grondleggers worden van de Jersey Shore Sound. 'We waren gewoon een vriendenclubje dat regelmatig jamde in een plaatselijke club', vertelt Van Zandt. 'Die periode was van onschatbare waarde. We vormden een gemeenschap met slechts één doel: leren hoe je het best communiceert met de toeschouwer en hoe je die vervolgens tot participatie aanzet'.

Rijk maar gewoon

Wie stelt dat Bruce Springsteen een begenadigd songwriter is, trapt een open deur in. Maar wat hem vooral tot een icoon heeft gemaakt, zijn z'n even energieke als legendarische marathonconcerten: shows van drie tot vier uur en langer zijn bij hem eerder regel dan uitzondering. Springsteen is een bevlogen performer, die geboren lijkt om op een podium te staan, en daarbij maakt hij vaak een onuitwisbare indruk. Toen de artiest in 1975 tien avonden na elkaar in de New Yorkse Bottom Line speelde, sprak het Amerikaanse blad Rolling Stone over een van 'the 50 moments that changed rock and roll'. Maar Springsteen schreef nog vaker geschiedenis. Toen hij in juli '88 in Oost-Berlijn een concert gaf voor 300.000 toeschouwers die allemaal naar vrijheid snakten, gaf dat de opponenten van het communistische regime van Erich Honnecker een extra boost. Volgens journalist Erik Kirschbaum zou de komst van The Boss bijdragen tot de val van de muur, een jaar later.

Springsteen geeft een stem aan de gewone man die zelden of nooit gehoord wordt, dag na dag moet ploeteren om de eindjes aan elkaar te knopen en voortdurend door het systeem dreigt te worden vermorzeld.

Bruce Springsteen mag in de loop der jaren dan tot een van de rijkste rocksterren zijn uitgegroeid (zijn vermogen wordt door Forbes op 500 miljoen dollar geschat), hij spreekt nog altijd de taal van het volk en werpt zich op als de spreekbuis van small town America. Hij geeft een stem aan de gewone man die zelden of nooit gehoord wordt, dag na dag moet ploeteren om de eindjes aan elkaar te knopen en voortdurend door het systeem dreigt te worden vermorzeld. De zanger vertelt in zijn songs over mensen die in hun wanhoop soms verkeerde beslissingen nemen, met verregaande consequenties voor de rest van hun leven. Maar nog belangrijker, hij geeft Joe en Jane Average een gevoel van waardigheid en zelfrespect.

'Al mijn hele artistieke leven ben ik bezig de afstand te meten tussen de Amerikaanse Droom en de Amerikaanse Werkelijkheid', zegt Springsteen. Of zoals het door tegenslagen en teleurstellingen geplaagde hoofdpersonage van The River zich vertwijfeld afvraagt: 'Is a dream a lie if it don't come true / Or is it something worse?'

Gemeenschapsgevoel

Bruce Springsteens songs wortelen steevast in het dagelijkse leven en zijn dus voor iedereen herkenbaar. Het verklaart meteen de hechte relatie die The Boss met zijn fans onderhoudt. Ze beschouwen hem als een vriend of een grote broer die hen kent, begrijpt en een van hen is. Hij doet er dan ook alles aan om tijdens zijn shows een soort verbond tot stand te brengen. Springsteen verenigt, hij creëert een gemeenschapsgevoel.

Met meebrulbare anthems als Glory Days of No Surrender slaagt hij erin, ook al is het maar voor even, zijn publiek ervan te overtuigen dat álles mogelijk is. Want, zoals hij aangeeft in Badlands: 'It ain't no sin to be glad you're alive'. Wie zich onderdompelt in 's mans universum, vindt hoop, houvast en de moed om, na het incasseren van een uppercut, weer overeind te krabbelen. 'Op haar best is zijn muziek toegankelijk, spiritueel en verheffend', legt gitarist en jeugdvriend Steve Van Zandt uit. 'Ze inspireert, motiveert, verruimt je bewustzijn.' Met andere woorden: Bruce is het beste antidotum tegen de blues.

Wat, naast zijn gedrevenheid en zijn charismatische kwaliteiten als showman, zijn concerten tot onvergetelijke belevenissen maakt, is zeker ook de power en de camaraderie van The E Street Band, een groep die voor Bruce Springsteen net zo onmisbaar is als Crazy Horse voor Neil Young of, vroeger, The Heartbreakers voor Tom Petty. Van Zandt: 'We zijn als familie voor elkaar. We delen dezelfde achtergrond; dezelfde smaak, dezelfde filosofie. We zijn als bloedbroeders. Wanneer de combinatie goed zit, ontstaat er iets magisch'. Het is ook van zijn muzikanten dat Springsteen in 1974 de bijnaam The Boss kreeg, omdat hij de taak op zich nam na ieder concert bij de promotor het honorarium van de E Street Band op te halen en vervolgens onder de bandleden te verdelen.

Het is van zijn muzikanten dat Springsteen de bijnaam The Boss kreeg, omdat hij na ieder concert bij de promotor het honorarium van de E Street Band ophaalde en vervolgens onder de bandleden verdeelde.

Bombast versus soberheid

Ten tijde van zijn debuutplaat Greetings from Asbury Park, NJ (1973), werd de zanger, om zijn onstuitbare woordenvloed, nog als een Dylankloon gebrandmerkt (iets wat ook zijn generatiegenoot Elliott Murphy overkwam). Ten onrechte, al was de invloed van Bawb onmiskenbaar: 'Toen ik zijn songs hoorde, kreeg ik voor het eerst een beeld van Amerika aangereikt dat ik als waarachtig herkende', verklaarde Bruce Springsteen onlangs aan de BBC. Maar zoals zou blijken uit zijn doorbraakplaat Born to Run, zaten er nog een hoop andere invloeden in zijn muziek: het twangy gitaarspel van Duane Eddy, de dramatische mini-opera's van Roy Orbison, de r&b- en soulclassics van Motown of Stax en de sixtiesproducties van Phil Spector (zie ook zijn latere hit Hungry Heart). Vanaf The River toonde Springsteen zich ook schatplichtig aan Chuck Berry (luister maar naar Cadillac Ranch of Ramrod).

Toen een juridisch geschil met zijn eerste manager, Mike Appel, ervoor zorgde dat hij in de drie jaar tussen Born to Run en het sombere Darkness on the Edge of Town geen platen kon uitbrengen, gaf Bruce Springsteen zijn songs weg aan andere artiesten die er, in commercieel opzicht, allemaal hun voordeel mee deden. The Pointer Sisters hadden een hit met Fire, Patti Smith met Because the Night, Southside Johnny met het fraaie Hearts of Stone. Later bezorgde de zanger zijn oude held Gary U.S. Bonds een comeback met This Little Girl, katapulteerde hij Natalie Cole naar de toptien met Pink Cadillac en deed hij Donna Summer het nummer Protection cadeau.

De lp die Bruce Springsteen definitief tot een megaster maakte, was uiteraard Born in the USA uit 1984, die wereldwijd dertig miljoen keer over de toonbank ging en hem zeven hits opleverde. Een criticus schreef dat 'de plaat hem groter maakte dan Coca-Cola'. Tegenover de bombast van die kaskraker stonden echter sobere, afgekloven soloplaten zoals Nebraska (met zijn verwijzingen naar seriemoordenaars en een samenleving die in een economisch braakland was veranderd), het folky, meditatieve The Ghost of Tom Joad (met echo's van Woody Guthrie en John Steinbeck) en het door de oorlog in Irak ingegeven Devils & Dust.

Depressie

Springsteen, die zich in de voorbije decennia inzette voor Amnesty International, schone energie, de aanvaarding van het homohuwelijk en die de presidentscampagnes van Barack Obama en Hillary Clinton ondersteunde, heeft wel vaker protestsongs geschreven. Zo leverde hij met Born in the USA bittere commentaar op de manier waarop de VS zijn Vietnamveteranen behandelde en schreef hij, uit verontwaardiging, American Skin (41 Shots) toen de New Yorkse politie op straat de ongewapende Afrikaanse immigrant Amadou Diallo doodschoot. Donald Trump is in zijn ogen dan weer een demagoog en bedrieger die de democratie ondermijnt en het Amerikaanse volk verdeelt.

Zeker, Bruce Springsteen heeft ook mindere periodes gekend, maar op zijn zeventigste gaat het hem toch nog behoorlijk voor de wind. Zijn autobiografie Born to Run, waarin hij voor het eerst sprak over zijn strijd tegen depressie, werd een bestseller. Zijn The River Tour uit 2016 bracht een recordbedrag van 125 miljoen dollar op, zijn theatershow Springsteen on Broadway die in de herfst van '17 in première ging en oorspronkelijk acht weken zou lopen, klokte uiteindelijk af op 236 voorstellingen. En ook zijn onlangs verschenen twintigste langspeler, Western Stars, werd goed ontvangen. Er zou zelfs weer een concertreis met The E Street Band in de steigers staan. U kunt er dus gif op innemen: The Boss gaat nog wel een extra decennium mee.

© Reuters