Blur, ooit gestart als een Britse band die een graantje hoopt mee te pikken van de Madchester-rage, ontdekt zijn ware identiteit pas tijdens een desastreuze tournee door de Verenigde Staten. Zanger Damon Albarn en zijn vrienden vergaan er van de heimwee, zeker als het tot hen doordringt dat ze in zowat alles de tegenpool van de Amerikanen zijn. Aan de grunge, het genre dat van Seattle in de vroege nineties even de navel van de muziekwereld maakt, en de daarmee samenhangende slacker-cultuur hebben ze de pest. We raakten geobsedeerd door het Engeland dat we, in een nostalgische bui, gecreëerd hadden in onze eigen verbeelding', zal Albarn later uitleggen. 'Een groen eiland dat troost en geruststelling biedt en waar iedereen zich goed in zijn vel voelt'.
...

Blur, ooit gestart als een Britse band die een graantje hoopt mee te pikken van de Madchester-rage, ontdekt zijn ware identiteit pas tijdens een desastreuze tournee door de Verenigde Staten. Zanger Damon Albarn en zijn vrienden vergaan er van de heimwee, zeker als het tot hen doordringt dat ze in zowat alles de tegenpool van de Amerikanen zijn. Aan de grunge, het genre dat van Seattle in de vroege nineties even de navel van de muziekwereld maakt, en de daarmee samenhangende slacker-cultuur hebben ze de pest. We raakten geobsedeerd door het Engeland dat we, in een nostalgische bui, gecreëerd hadden in onze eigen verbeelding', zal Albarn later uitleggen. 'Een groen eiland dat troost en geruststelling biedt en waar iedereen zich goed in zijn vel voelt'. De groepsleden willen dus iets schrijven over wat het betekent 'Engels' te zijn en meteen ook de meest archetypische Britse popgroep van het decennium worden. Liever dan zich te laten veramerikaniseren hebben ze het in hun songs bij voorkeur over wat ze kennen: de saaiheid van het alledaagse leven in de Britse voorsteden. In die zin beschouwen de leden van Blur zich als de spirituele erfgenamen van The Kinks, The Small Faces, Syd Barrett, de David Bowie van Hunky Dory, XTC, Madness en The Jam: allemaal artiesten die zich nooit hebben geschaamd om hun Britse roots. Voor Damon Albarn - pienter, goed opgeleid en alwetend als het over popmuziek gaat - is het geen taboe trots te zijn op je afkomst. En hij is lang niet de enige muzikant met anglofiele trekjes. Blurs Modern Life Is Rubbish (uit 1993) verschijnt ongeveer gelijktijdig met New Wave van The Auteurs en het langspeeldebuut van Suede, bands die, zowel in thematisch als muzikaal opzicht, koketteren met hun Englishness. Modern Life levert geen hit op, maar is wel een scharnier naar het gevarieerde Parklife, dat dankzij classics als Girls & Boys, End of a Century, This is a Low, To The End en de titeltrack dra een iconische reputatie zal krijgen. Het album klinkt catchier, vitaler en geestiger dan zijn voorganger. Bovendien zijn de liedjes doorwrochter en rijker aan details. Blur is erin geslaagd zijn visie dermate te verfijnen dat ze er een groot publiek mee aanspreekt.Parklife is een perfecte synthese van alle popmuziek die Albion heeft voortgebracht sinds de befaamde British Invasion in de vroege jaren zestig. De bruisende, veerkrachtige, zorgvuldig gearrangeerde popsongs die afwisselend verwijzen afwisselend naar synthpop, disco, punk, new wave, lounge en de music-halltraditie. De recensent van NME vergelijkt de plaat met 'een huisgemaakte compilatie die je in elkaar hebt geknutseld nadat je iets te diep in het glas hebt gekeken', maar ze bevat wél enkele anthems over het grauwe leven in Londen en Engelse provinciesteden, die in een mum van tijd een plek zullen veroveren in het collectieve bewustzijn. De grootste invloed op Blur-nieuwe-stijl is dan ook Ray Davies, volgens Damon Albarn een man die zich als songwriter dicht tegen de perfectie aanschurkt. De voorman van The Kinks beschikt over het vermogen de romantiek van het alledaagse en de charme van het regionale te zien. Net als The Beatles, die ooit hebben verwezen naar Penny Lane en Strawberry Fields, heeft hij oog voor gewone mensen die in het Verenigd Koninkrijk de doordeweekse, lichtjes ingeslapen wijken bevolken. Davies' figuren koesteren hun excentrieke trekjes en brengen hun dagen door zoals de meeste andere Britten: thee drinkend, fish & chips etend of de duiven voerend in het park. Ze nemen dagelijks de metro naar een saaie kantoorbaan, zeuren over het weer of de ochtendfiles, leveren een dagelijkse strijd tegen de verveling en drukken zich, afhankelijk van de sociale klasse waartoe ze behoren, uit in een ontwapenend Cockney-taaltje dat doorspekt is met typisch Britse humor, of in een iets afstandelijker, gereserveerder idioom.KaskrakerOok op Parklife kom je door en door Engelse personages tegen, zoals de uitgebluste ambtenaar Tracy Jacks of de man uit het titelnummer, gespeeld door de Britse acteur Phil Daniels die bekend is van zijn hoofdrol in de film Quadrophenia. De leden van Blur werpen zich op als chroniqueurs van de zeden en gewoonten van hun landgenoten en doen dat zo goed dat de meeste Britten er zich in herkennen. Parklife groeit uit tot een kaskraker die wereldwijd meer dan vijf miljoen keer over de toonbank zal gaan.Zo banen Albarn, gitarist Graham Coxon, bassist Alex James en drummer Dave Rowntree de weg voor de lad-culture van Oasis, de groep uit Manchester die pas op 29 augustus haar debuut Definitely Maybe uitbrengt en tot de grootste rivaal van Blur zal uitgroeien. De twee populairste britpopbands van de nineties staan vaak met getrokken messen tegenover elkaar en belichamen samen de typisch Engelse sociale tegenstellingen. Oasis manifesteert zich nadrukkelijk als working class, terwijl Blur tot de middenklasse behoort. Maar waar de ene groep de sound van The Beatles klakkeloos imiteert, spiegelt de andere zich vooral aan de inventiviteit en het vakmanschap van The Fab Four.Popmuziek is in Groot-Brittannië zowat het belangrijkste exportproduct en britpop, het fenomeen dat halverwege de nineties in het VK tot hernieuwd zelfvertrouwen en nationale trots leidt, wordt binnen de kortste keren ook door Downing Street aan de boezem gedrukt. Zeker wanneer, na elf donkere jaren onder Margaret Thatcher, New Labour aan de macht komt en de nieuwbakken premier Tony Blair zowel Damon Albarn als de broers Gallagher op de koffie vraagt. De nieuwe politieke situatie luidt een periode in van economische vooruitgang, optimisme en een geloof in eigen kunnen. Als symbool van dat nieuwe chauvinisme hullen Oasis en de Spice Girls zich op het podium zelfs in de Union Jack. Cool Britannia wordt de nieuwe merknaam waarmee de Britse jongerencultuur in de markt wordt gezet. Alleen: die nieuwe nationalistische reflex leidt tegelijk tot een zelfgekozen isolement dat, zo schrijft cultuurhistoricus Jon Savage, de mentaliteit voedt die een aanzienlijk deel van de bevolking op zichzelf doet terugplooien. Een en ander zal uiteindelijk culmineren in het brexit-referendum waarmee de Britten alle bruggen met Europa opblazen.Toch is het wereldbeeld dat in Parklife wordt gepresenteerd veel complexer dan sommigen graag zouden geloven. Albarn en de zijnen zijn weliswaar gefascineerd door hun eigen culturele erfenis (de hoesfoto, die aan de typische Engelse windhondenrennen refereert, spreekt in dat verband boekdelen), maar tegelijk steken ze er onbekommerd de draak mee. Het springerige Girls & Boys handelt bijvoorbeeld over seksuele verwarring en de hedonistische uitgaanscultuur die niet zelden ontaardt in comazuipen. Ook To The End, een melancholische hommage aan John Barry en The Walker Brothers, gaat over iemand die zijn partner enkel nog tolereert als hij genoeg alcohol in zijn bloed heeft. En als we uit London Loves al één boodschap moeten onthouden, dan is het wel dat het leven klote is. Albarn noemt Parklife een conceptplaat vol losse verhaaltjes die samen één universum vormen.In End of a Century voel je de spanningen van het fin de siècle, het door Devo en glamrock geïnspireerde Trouble in the Message Centre gaat over machtsgeilheid en ook punknummers als Bank Holiday (over een uitzichtloze werksituatie) of Lot 105 stemmen niet bepaald tot vrolijkheid. Toch slagen de heren van Blur er altijd in zelfs hun zwaarwichtigste verhalen verteerbaar te maken door ze onder een laagje humor te verstoppen. Tot onze persoonlijke favorieten behoren zeker ook Badhead, een bitterzoet popliedje in een licht psychedelische verpakking en met naar Burt Bacharach wijzende blazers, waarin de verteller zich schuldig voelt tegenover een vroegere geliefde. Far Out geeft aan dat de vroege Pink Floyd beslist niet aan Blur voorbij is gegaan. En dan is er nog het epische This Is a Low, waarin Damon Albarn de weersvoorspellingen voor de scheepvaart aangrijpt om het over wanhoop en eenzaamheid te hebben. Met een instrumentaal interludium als The Debt Collector verwijst het kwartet dan weer rechtstreeks naar Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band. Zo geeft Blur meteen aan dat het de ambitie heeft zich enkel met de allergrootsten uit de popmuziek te meten.In Groot-Brittannië doet Parklife de kassa in alle toonaarden rinkelen, maar in de Verenigde Staten blijft de plaat een undergroundverschijnsel. De typisch Britse referenties zijn voor de doorsnee Amerikaan nu eenmaal moeilijk te begrijpen. Niettemin drukt Blur met zijn derde langspeler een onuitwisbare stempel op de Britse popcultuur, waardoor ze als een mijlpaal de geschiedenis in zal gaan. Het is een collectie die een hele natie haar zelfvertrouwen teruggeeft, of zoals het online-magazine Allmusic het verwoordt: 'an epoch defining record'. Dat Damon Albarn later een wereldster zal worden met Gorillaz, kan op dat moment nog niemand bevroeden.