...

'De allereerste keer dat ik Luc De Vos in levenden lijve zag, was in de Muntstraat in Leuven. Hij liep daar met zijn toenmalige nieuwe lief en toekomstige echtgenote Sandra, die we - ikzelf, Bart Vanneste en Piet De Praitere dus - kenden van op kot. De Rock Rally waar Gorky tweede of derde werd, was toen nog niet zo lang achter de rug (Gorky werd derde, in 1990, nvdr.). Zo werd Luc dus officieel de eerste bekende Vlaming in ons midden, en daar hebben we gretig gebruik van gemaakt.''Hij zat zowat in elk proefprogramma en iedere pilootaflevering die we aan Studio Brussel of de tv-zenders probeerden te slijten. Op de tape staan ongebruikte of minder bekende fragmenten. Zo hebben we voor het StuBru-programma Microkosmos ooit een Duitstalige versie van Mia geschreven, en uit de tijd van Studio Kafka heb ik nog onnozele interviewtjes met Luc liggen. Dat was het fijne: je hoefde hem maar te bellen en hij kwam met plezier mee onnozel doen. Hij zei nooit nee. Hij was er op elk project dat we bedachten voor de Gentse Feesten, en ook toen ik in 1999 mijn eerste stand-upshows deed, in het zaaltje van de Charlatan. Supporteren voor anderen, dat deed hij graag.'Later werd hij zelf vaak opgevoerd als grappenmaker in allerlei panelshows of quizzen, en hij voelde zich daar blijkbaar wat schuldig over. Alsof hij het werk van ons, 'echte' humoristen, afpakte. 'Vandelamoote!' zei hij dan, want dat was zijn bijnaam voor mij, 'dat is toch niet eerlijk? Jullie zijn zo goed bezig en worden nooit gevraagd voor die tv-toestanden.' De laatste keer dat ik hem zag, was in september 2014, tijdens de Schippersfeesten, een festivalletje in Lauwe. Hij zat zich backstage op een oude Atari-console te amuseren met het spelletje Pong, en vroeg me om mee te doen. Ik was waarschijnlijk al te wild in de whisky gevlogen en had er echt geen zin in. Had ik geweten dat ik hem toen nooit meer zou zien, dan had ik natuurlijk wél meegespeeld. Sorry, Luc!''Toen ik de eerste keer de muziek van Gorki hoorde, wist ik meteen: hier is veel aan de hand. Een uitschieter, zo voelde het, en dat is het ook gebleken. Luc was een groot artiest, zonder twijfel. Hij had de zeldzame gave om uitstekende poëzie te rijmen met eenvoud, en de rijkdom van zijn melodieën was erg groot.''We hebben voor het eerst uitgebreid kennisgemaakt toen we - ik schat een jaar of tien geleden - toevallig naast elkaar stonden, ter hoogte van Klein Turkije, om naar de openingsstoet van de Gentse Feesten te kijken. We konden het goed met elkaar vinden. Toen ik in 2013 Love Songs, mijn boek over liefdesliedjes, geschreven had, is Luc zo vriendelijk geweest om tijdens de presentatie een inleidend woordje te doen. Een halfuur lang hing iedereen aan zijn lippen, zó begeesterend kon hij vertellen. "We schrijven allebei een beetje over hetzelfde, nietwaar?" zei hij toen tegen me. "Tegen de hypocrisie." Als schrijver heb ik hem altijd wat miskend gevonden. Er werd nogal betuttelend omgegaan met zijn oeuvre. Pas na zijn dood stond voor het eerst een van zijn boeken, Paddenkoppenland, in de top tien. Dat zegt genoeg.''Ik heb er op Zondag Vosdag vorig jaar een stukje uit voorlezen, hetzelfde stukje dat hij een jaar eerder, op mijn aandringen, heeft voorgelezen in een Gentse boekhandel, toen we daar samen uitgenodigd waren. Hij om Paddenkoppenland te promoten, en ik met Ondeugend ouder worden. De interviewer van dienst was wegens familiale redenen niet komen opdagen, dus hebben we elkaar maar geïnterviewd. Ik bewaar goede herinneringen aan die dag, en ik hoop dat Zondag Vosdag in de eerste plaats een leuke bijeenkomst van vrienden zal blijven, geen afstandelijke, stille herdenking. Roepen naar een lang weggevaren schip, zoals ik het noem.''Weet je, de beste herdenking van Vos gebeurt elke week op de tribunes van de Ghelamco-arena, wanneer de Buffalosupporters tijdens de 52e minuut Mia zingen. Daar zou hij het trotst op zijn, dat weet ik zeker.''Persoonlijk heb ik Luc niet zo heel erg goed gekend, mijn collega-Neveneffect Koen De Poorter was beter bevriend met hem en zijn gezin. Ik heb wel een goede band met zijn nu veertienjarige zoon Bruno, een geweldige, geboren entertainer, een appel die niet ver van de boom gevallen is.' 'Ten tijde van Basta - zes jaar geleden, zoiets? - zat hij in de sketch 'Lenen bij Mevrouw Leemans', waarin hij mijn zogezegde zoon speelde die ik ten kantore Leemans - 'lenen bij mevrouw Leemans is zoals lenen bij een vriendin!' - ging droppen voor een uurtje gratis kinderopvang. Hij kent geen gêne, geen remmingen, echt de miniversie van Luc.' 'Want zo herinner ik me hem deels, als de kerel in bloot bovenlijf op het podium van Dranouter. Maar ook als een soort Gentse übernonkel, een soort lieve godfather. Hij was overal, en dat is waarom iedereen hem kan claimen.''Tijdens de nieuwjaarsfestiviteiten na zijn dood was het vuurwerk in Gent opgedragen aan Luc, en ook in onze intieme kring deden we daaraan mee. Een soort privéherdenking. Als je bij het woord 'privéherdenking' moet denken aan 'met te veel cava in onze botten zijn liedjes meekwelen', tenminste. Het was, en is, zo moeilijk te vatten gewoon, een wereld zonder Luc De Vos en Gorki. Ik ben er bijna zeker van dat iedereen van mijn generatie daar zo over denkt.''Ik wil het woord 'vriend' niet te snel in de mond nemen, want het was zeker niet zo dat Luc en ik elkaars deur platliepen, regelmatig samen voor de tv zaten of wat dan ook dat vrienden tegenwoordig samen horen te doen. Maar we kwamen elkaar graag tegen. Wat ook veel gebeurde, want hij woonde praktisch bij me om de hoek. 's Ochtends vroeg met een kater, of 's avonds laat met een glas op: hoe oppervlakkig die ontmoetingen soms ook waren, de dag tilde zich telkens een beetje boven zichzelf uit wanneer je Luc tegen het lijf liep. Misschien waren we eerder zielsverwanten dan vrienden. Zo deelden we een afkomst uit eenzelfde soort milieu, een milieu dat haaks op de stadse werkelijkheid en cultuur stond. We voelden elkaar goed aan.''Op zijn eerste herdenking heb ik een van zijn columns voorlezen, en die begint met de zin: 'Ik trok vorige zaterdag naar de Vooruit.' Luc heeft er zo'n zevenhonderd geschreven, en ik heb een soort bloemlezing samengesteld die gepubliceerd is onder de titel De roes van het heden. Luc verheerlijkte én vervloekte het verleden. In zijn columns valt goed op wat voor een veelzijdig schrijver hij was. Hij kon cursiefjes schrijven, opiniestukken, langgerekte, hetzij flauwe of goeie moppen, bekentenissen enzoverder. In zijn columns was hij vaak intiemer dan in zijn boeken. Hij durfde verder te gaan dan zijn bedrieglijk of gespeeld eenvoudige taalgebruik, en ging af en toe de ironie voorbij.''De avond van Lucs overlijden kreeg ik een sms'je van een gemeenschappelijke vriend. 'Nu Luc gestorven is, moeten we misschien sneller afspreken dan gepland. En is er iets dat we voor Sandra kunnen doen?' Ik wist nog van niks. Wat er door mijn hoofd ging? Niks, het ging recht door het hart. Ik herinner me verder ook weinig over de rest van de avond, enkel nog dat ik de ochtend nadien schreiend wakker ben geworden. Voor het eerst in mijn leven, een heel vreemde sensatie.''Ik zat nog in het vijfde middelbaar toen ik Gorki - Gorky, destijds - leerde kennen, met dat fantastische debuutalbum uit 1992. Het was de eerste keer dat Nederlandstalige muziek hip was op onze school, die plaat maakte echt indruk. Later, toen ik Germaanse studeerde, had ik een prof fonetiek die net als ik zot was van Lucs teksten. Massa's van die teksten heb ik getranscribeerd, non-stop! Daarna ben ik hem wat uit het oog verloren, tot de dag dat ik het clipje zag bij de single Joeri, over de kosmonaut Joeri Gagarin. Dat was zó schoon, zo nostalgisch en melancholisch.' 'Toen ik besliste om voor mijn album Anatomie van de melancholie als rode draad artiesten te gebruiken in wier werk ik melancholie herkende, was Luc de eerste aan wie ik dacht. De prent waarop hij staat afgebeeld, is een van de portretten die deel uitmaken van het artwork bij dat album, gemaakt door illustrator Stijn Felix. De song die erbij hoort, heet Meer is er niet, een citaat uitJoeri.''Tijdens de albumvoorstelling in de AB kon Luc er niet bij zijn, maar hij is wel naar een volgend concert, in het Stuk in Leuven, komen kijken. Toen hij me daar vroeg om zijn exemplaar van het album te signeren, was dat een héél vreemd moment voor me. Nadien heb ik hem nog één keer gezien, toen we de clip bij Meer is er niet draaiden, in Oostduinkerke. Als persoon, of als bekendheid, was Luc heel laagdrempelig en informeel. Dat charmeerde me enorm. Aan die opnames bewaar ik mooie herinneringen. We hebben veel zitten babbelen, onder meer over zijn moeder, met wie hij een sterke band had. Maar ook over hoe jammer hij het vond dat er weinig verjonging in zijn publiek zat. 'Ik hoor er niet meer bij', zei hij. Niet jankerig of zo, maar het stak duidelijk wel, dat hij geen extreem relevante kunstenaar meer was.'