BRUCE PAVITT EN JONATHAN PONEMAN

De oprichters van het in Seattle gevestigde Sub Pop haalden de mosterd bij Amerikaanse undergroundlabels zoals SST (Californië), Touch And Go (Chicago) en Dischord (Washington D.C.), maar evengoed bij Stax en Motown - platenfirma's die bloeiden dankzij lokaal talent, maar toch een nationale aantrek genoten. Na het monstersucces van Nevermind maakten Pavitt en Poneman de haast fatale fout om het opbodspel van de grijpgrage majors mee te spelen. Pavitt trok zich terug, maar Sub Pop overleefde. Vandaag heeft het veelbelovend jong grut als Pissed Jeans, No Age en Avi Buffalo onder de pannen.
...

De oprichters van het in Seattle gevestigde Sub Pop haalden de mosterd bij Amerikaanse undergroundlabels zoals SST (Californië), Touch And Go (Chicago) en Dischord (Washington D.C.), maar evengoed bij Stax en Motown - platenfirma's die bloeiden dankzij lokaal talent, maar toch een nationale aantrek genoten. Na het monstersucces van Nevermind maakten Pavitt en Poneman de haast fatale fout om het opbodspel van de grijpgrage majors mee te spelen. Pavitt trok zich terug, maar Sub Pop overleefde. Vandaag heeft het veelbelovend jong grut als Pissed Jeans, No Age en Avi Buffalo onder de pannen. Net zoals Glen E. Friedman dat voor de eerste Amerikaanse hardcoregolf had gedaan, stortte Charles Peterson zich in het zweet, snot en schuim dat in de claustrofobische kelderclubjes in en om Seattle werd geplengd. Er was geen frontstage, alleen een frontlinie. Zijn zwart-witfoto's legden door plakband bijeengehouden gitaren en drums vast, en de kolkende mêlee van bands en toehoorders, verenigd in een dress code van gescheurde jeans, Conversesneakers en opengerukte hemden. Overal explodeerde lang ongewassen haar, in een blizzard van noise en energie en jeugdig ' fuck everything'. Doe uzelf Petersons fotoboek Touch Me I'm Sick (2003) maar voor uw eigen verjaardag cadeau. De producer die een omwenteling in de rock teweegbracht, en dat voor een karige vijftig dollar per uur. Endino zat niet alleen achter de knoppen bij Nirvana's debuutplaat Bleach, maar bij zowat alle vroege Sub Popplaten. Zijn werktuig? Een achtsporenmengpaneel. Zijn opdracht? De intensiteit van de live-shows op tape vatten. Het resultaat? Ongekookte platen zoals Dry As A Bone van Green River, Screaming Life van Soundgarden, Superfuzz Bigmuff van Mudhoney en God's Balls van Tad. Hoezo, met grunge kon niet worden gelachen? Cartoonist Peter Bagge woonde al in Seattle nog vóór de termen 'slacker', 'generation X' en 'grunge' gemeengoed waren. Toch wordt zijn hilarische undergroundstrip Hate tot vandaag op één hoop gegooid met de opkomst van grunge. Nochtans had Bagge van die muziek allerminst een hoge pet op, vandaar dat hij er in Hate de draak mee stak. Hoofdpersonage is Buddy Bradley, een cynische twintiger die maar geen job of lief te pakken krijgt, en met niets dan dedain staat te kijken naar de grungegroep waarvan zijn maat Stinky de manager is. Of hoe de kritiek op een generatie er tegelijk de kroniek van werd. Noem deze in 1954 geboren grafisch ontwerper gerust de typograaf van de grunge. Als directeur van Ray Gun Magazine doorbrak hij begin jaren 90 de rigide regels van hoe tekst er op papier moet uitzien. Zijn lay-outs kun je als vuil, slordig en gestoord beschrijven - complimenten, jazeker! De visuele aantrekkingskracht van Carsons rafelige esthetiek - vaak gewoon met lijm en schaar bij elkaar gegooid - vormde een echo van de gekwelde je m'en fous-muziek die toen de ether innam, alsook van de bijbehorende drang naar zelfexpressie. Carsons beruchtste stunt in Ray Gun was de opmaak van een naar zijn mening stomvervelend interview met Bryan Ferry, dat hij helemaal in het abstracte lettertype Zapf Dingbats omzette. Toch wat flauw om het achteraan hetzelfde nummer alsnog in leesbare vorm af te drukken. De geluidstechnicus die door Kurt Cobain persoonlijk werd uitgekozen om Nevermind te mixen; zijn werk voor Slayer had de doorslag gegeven. Het was Wallace die Nirvana uit het sonische moeras trok, en Nevermind zijn krachtige, heldere punch meegaf. Cobain was enthousiast, tot de verkoopcijfers door het dak gingen, en hij - alsof Wallace hem iets rampzaligs had aangedaan - klaagde dat de plaat meer als Mötley Crüe dan als Black Flag klonk. Wallace maakte met zijn knalheldere, martiale drumgeluid later nog het mooie weer bij Sonic Youth, Rage Against The Machine en At The Drive-In. Ook gaf hij de carrières van Silverchair en Limp Bizkit een duw - van mensen iets aandoen gesproken.