Eerste zin Het was André Met De Honden die ons voor het eerst over de vondst van het zout vertelde.

In het fictieve Nederlandse dorpje Lende is op het einde van de negentiende eeuw alles peis en vree. Baron van Rüdersdorf Helmstadt zwaait er onder het goedkeurende oog van zijn eega Agnes Christina de verlichte plak terwijl het gewone volk vanuit De Burggraaf de wereld gadeslaat, zwijgend, instemmend en met een fikse jenever in de hand. Tot een buitenstaander zijn intrede doet en de baron erop wijst dat het water dat hij drinkt uit de Buschbeek komt en dat dat ook de beek is waarin fabrieken hun afvalwater lozen en boeren hun beerton spoelen. Tot hier en niet verder, besluit de baron verschrikt, waarna hij zijn knecht Arend beveelt een put te graven, op zoek naar sprankelend fris water. Wat ze vinden, is echter iets heel anders: brakke, muffe modder. De wat simpele André, immer gevolgd door de honden waarvan hij met klem ontkent dat ze van hem zijn, is ervan overtuigd dat het tijdperk der aardse wrake aangebroken is. Hij weet immers dat alle land op de zee drijft, en dat het zoute water ooit terug zal komen.

In Zout laat Marc Reugebrink alle teugels vieren en geeft hij zijn rijke fantasie de sporen. Het resultaat is een spitante ondergangsfabel die je van de ene verbazing in de andere stort. Met heel veel zin voor historisch detail en dilettantistische humor beschrijft hij hoe Lende door toedoen van de steeds maar doorgravende Arend verandert in een landschap vol putten en ondermijnde muren, waarin mensen bij gebrek aan water hun toevlucht nemen tot alcohol en de geruchten over kindermisbruik in de smidse, aangerande schapen en bendes vrouwen die 's nachts mannen verkrachten welig tieren. Zout is een literaire Wunderkammer, een ode aan de excentriciteit en een magazijn vol tot de verbeelding sprekende zinswendingen. 'De mist was als een hoepelrok van een vrouw die langzaam door haar knieën zakt', schrijft Reugebrink, en samen met die mist daalt een algehele morele degeneratie over Lende neer waarvan barones Agnes Christina, naakt achteroverliggend op haar naar lichaamsvocht stinkende fauteuil en lurkend aan een fles citroenjenever, de mascotte wordt. Ze staart door het raam en brabbelt wat voor zich uit, in het besef dat André gelijk had.

Zout ****

Marc Reugebrink, Querido, 149 blz., ? 18,99.