Eerste zin Dageraad. Er is geen zonsopkomst, geen vogelzang.
...

Eerste zin Dageraad. Er is geen zonsopkomst, geen vogelzang. Natte zomers, het is geen louter Belgisch fenomeen. Zeker in Schotland durft het al eens te regenen, zelfs op de langste dag van het jaar. Terwijl het water uit de hemel tuimelt, proberen twaalf bewoners van een vervallen vakantiepark er het beste van te maken. Justine bijvoorbeeld poogt even te ontsnappen aan de echtelijke en moederlijke plichten middels een ochtendlijk rondje hardlopen. Ook de gepensioneerde arts David is een vroege vogel: eerst een kopje thee en dan een bergwandeling - dat kan hij zeker nog aan, in tegenstelling tot zijn krakkemikkige vrouw Mary. En wat te denken van die Roemenen die de hele nacht door fuiven? Iedere vakantieganger wil hardnekkig plezier maken, maar in deze nieuwe roman van Sarah Moss - eerder met Geestgrond genomineerd voor The Women's Prize for Fiction - voel je de bui al van bij de eerste pagina hangen. Sluipt er een seriemoordenaar rond het loch, of hebben de kinderen zich bezondigd aan uit de hand gelopen kattenkwaad? Aan huiselijke geheimen geen gebrek in deze verwaterde thriller, maar echt spannend wordt het nooit. Moss besteedt te veel aandacht aan de kleinburgerlijke gedachten van haar personages en vergeet het druilerige verhaal op scherp te zetten.