Eerste zin Ik dacht dat we zomaar een stukje gingen rijden.
...

Eerste zin Ik dacht dat we zomaar een stukje gingen rijden. Van tijd tot tijd - maar veel te weinig - gaat de dertienjarige Brian samen met zijn vader Maurice op bezoek bij zijn drie jaar oudere broer Julien. Die zit in een psychiatrische instelling waar een kettinkje verhindert dat de ramen meer dan een paar centimeter open kunnen en de vloer gedweild wordt met de geur van zwembad. Veel meer dan op zijn bed liggen en 'Moe-wah-wah' kreunen doet Julien niet, al kan hij soms ook agressief uit de hoek komen. Brian houdt er een uitgescheurde oorlel aan over. Tijdens verbouwingen zou een aantal kinderen thuis opvang moeten krijgen, legt de directeur Maurice uit, die daar niets voor voelt, tot hij hoort dat er een financiële compensatie wordt voorzien. Julien is daarop heel erg welkom, waarna Maurice de hulpbehoevende jongen overlevert aan de zorgen van zijn broer en de andere aangespoelden op de camping waar ze wonen. Brian ontfermt zich zich naar best vermogen over zijn broer en fantaseert intussen over seks met Selma, een zwakzinnig meisje van negentien dat heel graag met hem wil 'buiken'. Intussen gaat het steeds steiler bergaf met Maurice, zowel financieel als psychologisch. In zijn bekroonde en meer dan 50.000 keer verkochte debuut Birk nam Jaap Robben de lezer mee naar een kleine eilandgemeenschap waar de grens tussen moederliefde en incest flinterdun bleek. In Zomervacht schrijft hij over gelijkaardige mensen, geïsoleerd van de wereld, die er een eigen naïef-gewelddadige moraal op na houden. Robben schrijft snel en gevat, met korte, scherpe dialogen en creëert scènes die je een paar dagen bijblijven. Zoals die waarin Maurice 's ochtends met een beurs geslagen kop wakker wordt op de betonnen vloer van het hondenhok. Brian opent de deur van de kooi, waarna Julien binnenslipt en al gierend en onder het krijsen van 'Feffe... feffe' flessen in gruzelementen begint te gooien, waarbij hij door de scherven loopt en een steeds dikker bloedspoor achterlaat. Zomervacht is soms goor en rauw. Andere keren is het boek teder en breekbaar. Het speelt aan de zelfkant van de maatschappij, waar een aai en een neep slechts een zucht van elkaar verwijderd zijn en een vader graag met zijn zwakzinnige zoon gaat winkelen omdat zo'n jongen onstrafbaar is, wat de winkeldetective ook in zijn zakken moge aantreffen.