David Fincher met Jake Gyllenhaal, Mark Ruffalo, Robert Downey Junior, Anthony Edwards, Brian Cox
...

David Fincher met Jake Gyllenhaal, Mark Ruffalo, Robert Downey Junior, Anthony Edwards, Brian Cox 'Saai en langdradig', zo kopten nogal wat populaire Amerikaanse kranten over de nieuwe David Fincher ( Se7en,Fight Club, Panic Room), wat - de transatlantische druksels onderhand een beetje kennende - ten kantore Focus alvast het beste deed vermoeden. En inderdaad: Zodiac is wel degelijk een van de intelligentste en meest intrigerende films van het jaar. In plaats van een doorslagje van Se7en te brouwen, kiest Fincher deze keer voor een meer (auto)reflexieve aanpak, waardoor zijn tweede seriemoordenaarskroniek dichter in de slipstream sluipt van klassieke dossierdrama's à la All the President's Men dan in die van de gemiddelde psychopatenfilm, die zich welwillend in allerlei gore details en sensationele slachtpartijen wentelt. Het échte, subtekstuele onderwerp van Zodiac is - ondanks de precieze, bijna documentaire uitwerking van het dossier - dan ook niet de speurtocht naar de Zodiac-killer, de seriemoordenaar die in de late sixties en seventies San Francisco terroriseerde en zijn brieven met bekentenissen in geheimschrift naar lokale kranten stuurde. Wat Fincher en scenarist James Vanderbilt (die zich op de memoires van Robert Gray-smith baseerden) écht interesseert, zijn het mediatieke mechanisme waarmee een klimaat van angst en paranoia (twee van de drie protagonisten zijn niet toevallig journalisten) wordt gecreeerd, het afglijden van gezonde ambitie richting maniakale obsessie en de instinctieve sensatiehonger die zowel Robert Graysmith (Gyllenhaal) - de jonge cartoonist en hobby-cryptoloog van de San Francisco Chronicle - als inspecteur Dave Toschi (Ruffalo) - ertoe drijft om doodsangsten uit te staan en hun privéleven op te offeren in de hoop het pure, mythische kwaad ooit in de ogen te kunnen kijken. Dat het gros van de film is opgetrokken uit redactievergaderingen en ondervragingen waarin blikken en gestes evenveel zeggen als woorden, dat de kijker net als de speurders meermaals op het verkeerde spoor wordt gezet en zonder oplossing huiswaarts wordt gestuurd en dat er ondertussen ook subtiel van protagonist wordt gewisseld - de focus verschuift van Ruffalo, over Downey naar Gyllenhaal - past dan ook perfect in Finchers plagerige, licht provocatieve plaatje, al worden de spanning en frustratie die daaruit voortvloeien door minder geduldige kijkers blijkbaar met saai en langdradig verward. Gelukkig zijn er voor de adrena-linejunks nog altijd de subliem geregisseerde en klinisch kil geregistreerde moordpartijen - één in een auto en één on the road - waarmee Fincher je probleemloos de stuipen op het lijf jaagt. En ook die ene scène waarin Gray-smith tot in de kelder van een van de verdachten - een louche filmprojectionist - afdaalt, behoort tot het akeligste wat dit jaar al op doek werd geprojec-teerd. Een tip: ban Se7en uit je hoofd, zet je hersenen op scherp en laat je door Fincher rondgidsen in dit claustrofobische labyrint van primaire angsten en dode sporen. Dave Mestdach