Anders Trentemøller stottert een beetje. Maar paradoxaal genoeg is hij ook een praatvaar die bevlogenheid en passie uitstraalt. Geen toeval dus dat de man overal ter wereld voor uitverkochte zalen speelt.
...

Anders Trentemøller stottert een beetje. Maar paradoxaal genoeg is hij ook een praatvaar die bevlogenheid en passie uitstraalt. Geen toeval dus dat de man overal ter wereld voor uitverkochte zalen speelt. Lost herinnert qua opzet en sfeer aan de Late Night Tales-compilatie die hij samenstelde in 2011. Die bevatte tracks van zijn favoriete artiesten uit diverse genres en liet zich beluisteren als een gevarieerde maar sfeerrijke radioshow. 'De gelijkenis is puur toevallig', vindt de muzikale veelvraat uit Kopenhagen. 'Ik plan zo weinig mogelijk vooraf, zodat ik mezelf kan verrassen. Ik was al maanden aan mijn cd bezig, toen het tot me doordrong dat ik me deze keer hoofdzakelijk van songstructuren bediende. Die leken bovendien perfect te passen bij de stemmen van enkele van mijn muzikale voorbeelden. Toen ik hen contacteerde, deed ik dat schoorvoetend en met een bang hart. Per slot van rekening probeerde ik mijn indierockhelden nu mijn eigen universum binnen te lokken. Want ook al waren de nummers als eerbetoon bedoeld, ze dwongen de zangers en zangeressen in kwestie wél uit hun comfortzone te treden.' ANDERS TRENTEMØLLER: Zelf ben ik dol op de sound van The Drums en The Raveonettes. Alleen zou het saai zijn mocht ik proberen net als zij te klinken. Deceive had ik al voor mijn vorige cd opgenomen en toen leek het nog te veel op een doorslagje van Wagners eigen Raveonettes. Uiteindelijk besloot ik alle gitaren te wissen en er een simpele beat onder te zetten. De juiste ingreep, blijkbaar: plots sprak het echt tot de verbeelding. TRENTEMØLLER: Net als ik neigen ze allemaal naar melancholie. Zelfs The Raveonettes hebben iets bitterzoets. Niettemin was het een serieuze uitdaging een langspeler te maken met persoonlijkheden die onderling zo sterk verschillen, zonder dat het een allegaartje werd. Ik hou van platen die de luisteraar op sleeptouw nemen, die een reis suggereren. Ik heb er dus lang over gedaan om de tracks in de juiste volgorde te krijgen. TRENTEMØLLER: Niet in de strikte zin. Wél hoop ik dat er een logische flow in zit. Het was een gewaagde zet de cd te openen met Low, maar het klopt: na The Dream kun je in principe alle kanten uit. Vroeger begon ik mijn concerten doorgaans met een overdonderende instrumental - filmisch, beetje donker - en plots bedacht ik: hé, misschien heb ik dat al een keer te vaak gedaan? Vroeger keek ik nooit op een laagje meer of minder. Ik moest mezelf geweld aandoen om mijn tracks niet vol te proppen met allerlei details. Intussen weet ik dat je met iets verfijnds en ingetogens evenveel effect kunt sorteren. Lost was voor mij een les in zelfbeheersing. TRENTEMØLLER: Dat was de snelste en goedkoopste oplossing. De meeste artiesten die ik aanzocht, wonen nu eenmaal aan de overkant van de Atlantische Oceaan. Zingen heeft iets intiems, het is dus niet vanzelfsprekend je stem te lenen aan iemand die je nauwelijks kent. Anderzijds, in een echte studio is er prestatiedruk mee gemoeid. Dat werkt wel eens verlammend. Nu kon iedereen rustig thuis, zonder pottenkijkers, zijn partij inblikken. Kazu Makino van Blonde Redhead gebruikte bijvoorbeeld de natuurlijke echo van haar badkamer. Ook de nacht waarop de bijdrage van Lows Mimi Parker binnenliep, staat me nog levendig voor de geest. De eerste keer dat ik ze hoorde, was pure magie. Kippenvel all over. TRENTEMØLLER: Gelukkig niet. De songs waren zo geschreven dat ze, zonder de stemmen die ik in gedachten had, geen bestaansrecht hadden. De enige bijdrage die ik niet heb gebruikt, was die van Nik Colk van de Britse electroband Factory Floor. Het is nooit leuk tegen iemand te moeten zeggen: 'Sorry hoor, maar wat je hebt afgeleverd beantwoordt niet aan mijn verwachtingen.' Gelukkig maakte ze er geen probleem van. We hebben afgesproken het later nog eens te proberen. TRENTEMØLLER: Platen opnemen en optreden zijn voor mij twee verschillende dingen. De meeste songs uit mijn cd kun je probleemloos op gitaar of piano spelen, dus heb ik de Deense zangeres Marie Fisker, met wie ik al vaker heb samengewerkt, gevraagd alle zangpartijen voor haar rekening te nemen en er haar eigen ding mee te doen. Marie maakt ook platen onder haar eigen naam en is echt fantastisch: haar stem straalt zowel kracht als kwetsbaarheid uit. Maar vanzelfsprekend zal mijn vierkoppige liveband evenzeer van de partij zijn. TRENTEMØLLER: Momenteel geef ik prioriteit aan mijn eigen muziek maken, want daar ligt mijn grootste passie. Dj'en was een uit de hand gelopen hobby. Dat heb ik dus drastisch teruggeschroefd. Het is een kwestie van doseren. Na veertien maanden in de studio is het wel leuk met een band de hort op te gaan. Want door zo lang in volkomen isolement te opereren, krijg je de neiging te gaan egotrippen. Zeer ongezond. Maar mocht ik dag in dag uit op tournee zijn, dan zou ik evengoed gek worden. Als ik te lang hetzelfde doe, raak ik verveeld. Ik heb die verschillende werelden echt nodig. TRENTEMØLLER: Ik loods een nummer graag naar een nieuwe plek, zonder afbreuk te doen aan het origineel. En omdat het niet om mijn eigen muziek gaat, kan ik er makkelijker afstand van nemen, me er meer vrijheden mee permitteren, ook al stop ik er veel energie en passie in. De jongste jaren begon het remixen echter te veel van mijn tijd op te slorpen en daarom houd ik nu vaak de boot af. Zelfs verzoeken van Moby en David Lynch heb ik afgeketst. Ik doe het alleen nog als ik een nummer krijg aangeboden dat me echt raakt of een fantastische melodielijn heeft. TRENTEMØLLER: Absoluut. Ik weet dat het melig klinkt, maar muziek maken is therapeutisch voor mij. Het houdt me vitaal. Zodra ik in mijn studio zit, gaan al mijn zorgen in rook op. Negentig procent van de instrumenten die je op de cd hoort, heb ik zelf ingespeeld en analoog opgenomen. Mijn computer komt er pas in het laatste, beslissende stadium aan te pas. Het schrijven zelf is wel een worsteling, zeker wanneer het me niet lukt wat ik in mijn hoofd hoor in muziek te vertalen. Frustrerend. Maar aangezien ik alleen werk in de studio, is er niemand om mij feedback te geven. Dat dwingt mij me voortdurend op glad ijs te begeven en zelf alle knopen door te hakken. Pakt het slecht uit, dan kan ik het enkel mezelf verwijten. Ik zoek graag de uitdaging op, maar tracht ook een zekere onbevangenheid te bewaren. Begint wat ik doe te veel op een baan te gelijken, dan weet ik dat ik op het verkeerde spoor zit. TRENTEMØLLER: Ik ben een vat vol tegenstrijdigheden en in mijn werk tracht ik die extremen met elkaar te verzoenen. Soms schuilt achter een klank een andere klank, achter een beeld een ander beeld, zonder dat je dat meteen in de gaten hebt. Ik hou dan ook van de manier waarop David Lynch in een film als Mulholland Drive verschillende verhalen verweeft die elkaar tegenspreken. Soms komt hij met iets op de proppen dat kant noch wal raakt, maar je het geheel toch in een ander licht doet zien. Hij dwingt je je verbeelding te gebruiken. Dat wil ik ook doen met de mensen die naar mijn muziek luisteren. De dingen mogen nooit te vanzelfsprekend zijn. TRENTEMØLLER: In wezen ben ik altijd een indierocker gebleven, ook toen ik me op synths en computers stortte. Op een zeker ogenblik voelde ik me gevangen in de minimal techno. Daarom zag ik mijn debuut-cd The Last Resort als een bevrijding. Het was elektronische muziek, maar er zaten ook veel andere ingrediënten in. Die plaat was het lanceerplatform voor wat ik vandaag nog altijd doe. Eigenlijk denk ik niet in genres: ik geef ieder nummer gewoon wat het nodig heeft.LOST Uit via NEWS. Trentemøller concerteert op 8/11 in de Brusselse AB.DOOR DIRK STEENHAUTANDERS TRENTEMØLLER 'IK BEN DOL OP DE SOUND VAN THE DRUMS EN THE RAVEONETTES, MAAR HET MOCHT NIET ALS EEN DOORSLAGJE VAN HEN KLINKEN.'