De naam Ray Kroc zegt u, in tegenstelling tot die van Donald Trump, mogelijk niets, hoewel die eerste een succesvol zakenimperium opbouwde terwijl The Donald er bij zijn geboorte gewoon een van zijn pa erfde. Kroc schopte het in de fifties van een sukkelende deur-aan-deurverkoper tot de zakenman die McDonald's wereldbekend maakte. En toeval of niet, maar op de dag van Trumps inauguratie verscheen de film over zijn succesverhaal in de Amerikaanse bioscoopzalen.
...

De naam Ray Kroc zegt u, in tegenstelling tot die van Donald Trump, mogelijk niets, hoewel die eerste een succesvol zakenimperium opbouwde terwijl The Donald er bij zijn geboorte gewoon een van zijn pa erfde. Kroc schopte het in de fifties van een sukkelende deur-aan-deurverkoper tot de zakenman die McDonald's wereldbekend maakte. En toeval of niet, maar op de dag van Trumps inauguratie verscheen de film over zijn succesverhaal in de Amerikaanse bioscoopzalen. In de biopic The Founder kiezen regisseur John Lee Hancock en scenarist Robert Siegel voor een winner takes all-aanpak, een filosofie waar duidelijk ook Trump oren naar heeft. Tijdens zijn frustrerende omzwervingen als verkoper van milkshakemixers ontdekt Kroc (Michael Keaton) in 1954 de Californische eettent van de broers Mac en Dick McDonald, waar je snel en lekker kunt eten. Kroc ruikt niet alleen geroosterde uitjes en gegrilde hamburgers, maar vooral grof geld. Hij stelt de broers voor om hun restaurantconcept nationaal uit te rollen. Tenminste: tot de dollars binnenwaaien en hij Mac en Dick aan de kant schuift om het zaakje zelf over te nemen. Voor de ene is het een venijnige streek, voor de andere business as usual. Voor zakenmannen als Ray Kroc en Donald Trump schuilt in dat spanningsveld net de winst en voor Hollywood de fun. Op het grote scherm worden grijpgrage, onverzadigbare, ijdele en visionaire ondernemers dan ook al lang verheerlijkt als glimmende incarnaties van de Amerikaanse droom. De megalomane mediamagnaat in de überklassieker Citizen Kane, waarvoor Randolph Hearst model stond. De meedogenloze beursmakelaar Gordon 'Greed is good' Gekko in Wall Street. Facebook- goeroe Mark Zuckerberg in The Social Network. Het zijn maar enkele titels uit een obese catalogus aan films die leren dat zakelijk succes maakbaar is, maar dat de weg ernaartoe bezaaid is met obstakels. Zo'n prikkelende en populaire - of is het populistische? - premisse smeekt om een held die minstens zo mediageniek is als Trump. En met zijn bizarre haar, brede gebaren, grote mond en grove oneliners lijkt die laatste zelf wel een Hollywoodcreatuur. Mocht The Donaldniet bestaan, dan zou een of andere scenarist die niet vies is van een cliché meer of minder hem allicht verzonnen hebben. En ook al is het de jongste tijd niet echt dikke mik tussen Trump en Hollywood - zoals het ook niet echt botert met China, Europa, de CIA, de moslimwereld, de Democraten, de Republikeinen, en nog wat marginale groepen links en rechts -, toen hij nog niet de ambitie koesterde om niet alleen zijn bankrekening maar ook Amerika weer great te maken en het Witte Huis op te nemen in zijn vastgoedimperium, was Trump er een graag geziene gast. In films als Home Alone 2, Zoolander en Two Weeks Notice vertolkte hij vol branie zichzelf als de succesvolle hotshot uit Manhattan. Op televisie was hij nog veel vaker te zien. Niet enkel als cartoonpersonage in The Simpsons, waarin hij - toen weliswaar als grap - al in 2000 als president Trump werd opgevoerd. Maar ook als host van een handvol realityshows waaronder The Apprentice, waarin hij op zoek ging naar de ultieme sollicitant voor een van zijn bedrijven. Trump presenteerde het programma van 2004 tot 2015, maar toen de kijkcijfers na de succesvolle start kelderden, deed de zelfverklaarde ratingmachinedat af als kwaadaardige leugens. Voor dat vele televisiewerk kreeg Trump zijn eigen ster op de Hollywood Walk of Fame, ook al poogden vandalen - of waren het misnoegde kijkers? - die er eind vorig jaar weer uit te wrikken. Trumps invloed op de film- en entertainmentindustrie gaat trouwens veel verder dan wat kleine rolletjes en entertainmentprogramma's. Zo was Trumps nieuwbakken chef-strateeg Steve Bannon tot voor kort niet enkel de drijvende kracht achter de rechtse nieuwssite Breitbart News, hij trad ook op als geldschieter voor heel wat Hollywoodproducties waaronder Sean Penns The Indian Runner en de populaire sitcom Seinfeld. Ook achter de camera deed hij zijn duit in het zakje. Zo schreef hij een script voor de op Shakespeare gebaseerde hiphopmusical Coriolanus - be or not be, bro! - en regisseerde hij enkele conservatieve documentaires zoals Battle for America en Occupy Unmasked. Daarnaast heeft Bannon financiële belangen bij organisaties die meerdere acteurs uit de Star Wars-, Breaking Bad- en The Fast & the Furious- franchises vertegenwoordigen. En hij is niet de enige Trumpvertrouweling met connecties die tot in het hart van Tinseltown reiken. Ook minister van Financiën Steven Mnuchin, die net als Bannon zijn strepen en nog veel meer dollars verdiende bij investeringsbank Goldman Sachs, heeft een succesvolle voorgeschiedenis in Hollywood. In 2004 richtte hij RatPac-Dune Entertainment op, het filmproductiebedrijf dat de aftiteling van kaskrakers als Avatar, American Sniper, Mad Max: Fury Road en Sully siert. Alleen al in 2016 produceerde Mnuchin vijftien internationaal verdeelde films en tijdens de kredietcrisis kocht hij ook nog een failliete hypotheekbank op, om die via enkele twijfelachtige transacties binnen het jaar weer winstgevend te maken. Als daar geen goede beurssatire in zit. Het is dus niet verwonderlijk dat sommigen zich nu al afvragen of filmmakers die kritisch staan ten opzichte van de regering-Trump nog wel aan de bak zullen komen - zeker met een kleinzerige opperbevelhebber die al over de rooie gaat bij de minste vorm van kritiek en met Bannon en Mnuchin bovendien twee invloedrijke Hollywood-insiders als waakhonden in dienst heeft. Sinds Trumps Twittertirade aan het adres van Meryl Streep houden sommigen hun hart en ook andere organen vast. Toen Streep zich tijdens haar Golden Globes-speech impliciet uitsprak tegen Trump reageerde die verbolgen op Twitter dat de drievoudige Oscarwinnares 'een van de meest overschatte Hollywoodactrices' is, en een hielenlikster van Hillary Clinton. Met uitzondering van Lou 'Hulk' Ferrigno, Hulk Hogan en andere reumatische spierbundels lijkt heel Hollywood front te vormen tegenTrump. Maar de kans dat Cate Blanchett, Jennifer Lawrence, Robert De Niro en anderen die zich on the record tegen hem uitspraken binnenkort om den brode rondleidingen voor toeristen door Beverly Hills moeten begeleiden, is even klein als dat Hollywood straks een radicaal-progressieve enclave wordt waar elke dag uit volle siliconenborst de Internationale gezongen wordt. In de filmindustrie draait alles van oudsher tenslotte om money money money, en niet om politiek of ideologie. Als films die kritisch zijn voor Trump straks geld blijken op te brengen zullen Bannon en Mnuchin, met hun verleden als wolves of Wall Street, die misschien zelfs graag produceren. Alleen al om die reden bepaalt het Amerikaanse presidentschap wel degelijk mee welke koers Hollywood straks zal varen. De door geld gedreven tango van politiek en Hollywood werd al gedanst toen Fred en Ginger er nog het populairste dansduo waren. Zelfs Joe Kennedy, de vader van JFK, hield zich tijdens de jaren twintig bezig met de opkomende filmindustrie, en stak zijn antisemitisme daarbij niet onder stoelen of banken. Tegen een collega zei hij: 'Kijk naar die bende broekstrijkers in Hollywood die miljoenen verdienen. Ik zou hen de hele zaak uit handen kunnen nemen.' Om maar te zeggen: plat politiek opportunisme bestond al toen Twitter nog moest worden uitgevonden, en toen Trump, die met de hulp van Bannon uiteindelijk de hele zaak van de Republikeinen uit handen nam, zichzelf nog moest uitvinden. Dat de zeitgeist weleens in de pellicule kruipt, weet iedereen al lang. The Conversation, All The President's Men en Chinatown reflecteerden de paranoïde angstcultuur in de nasleep van Nixons Watergateschandaal. Taxi Driver en The Deer Hunter ademden de wanhoop en apathie van de Ford- en Carterjaren uit. En in de spannende mediasatire Network opperde het gedesillusioneerde nieuwsanker Howard Beale al de mogelijkheid van een celebrity als president omdat hun macht die van politici overstijgt. Volgens Beale was tv de meest awesome goddamn kracht ter wereld, die presidenten maakt of kraakt, en die voor velen de enige bron van waarheid is. Filterbubbel en fake news, iemand? Als iemand wist wat de kracht van populair entertainment was omdat hij het Hollywoodspel zelf gespeeld had en de spelregels ervan kende, dan was het Ronald Reagan wel, net als Trump een rechts-liberale populist en een beroerde acteur. Om die reden was de impact van de Hollywoodcowboy die het tot in het Witte Huis schopte op de Amerikaanse cinema van de jaren tachtig ook groter dan bij andere presidenten. Zoals Reagan korte metten maakte met de genuanceerde retoriek van zijn voorgangers, zocht ook de Amerikaanse cinema van toen naar eenvoudige oplossingen voor complexe politieke problemen. Veel films uit die periode, waarin de Koude Oorlog in volle hevigheid woedde en Russen nog gewoon de slechteriken waren, zijn dan ook in één slogan te vatten: goed versus kwaad. Tijdens de Reaganjaren werd de generische mainstreamcinema gedomineerd door wapen- en knokgeile actiehelden als Chuck Norris, Arnold Schwarzenegger, Sylvester Stallone en Jean-Claude Van Damme. Wist u trouwens dat Bloodsport van 'the mussels from hell hole Brussels' naar verluidt Trumps lievelingsfilm is? Bij deze dan. Veel plaats voor de gedurfde, sociaalkritische auteurscinema die Hollywood in de jaren zeventig produceerde was er niet meer en cultuurpessimisten vrezen daarom dat de Amerikaanse cinema onder Trumps presidentschap, met zijn voorkeur voor simplistische slogans en bijbehorende leut, hetzelfde lot zal ondergaan. Net als Reagan wil Trump de traditionele Amerikaanse waarden herstellen, of wat daarvoor moet doorgaan. En in conservatieve kringen worden die op doek bij voorkeur uitgedragen en verdedigd - het liefst met een vrij verkrijgbaar wapen - door blanke mannelijke helden. Volgens dat scenario ligt een mooie toekomst in het verschiet voor de xenofobische machocinema van Michael Bay en voor Gerard Butler, die in London Has Fallen onlangsmet Rambo-achtige klasse bewees de Amerikaanse president met zowel daden als woorden tegen Arabische terroristen te kunnen beschermen: 'Go back to Fuckheadistan, or wherever it is you're from.' Graag, als daar betere scenaristen wonen. Nu het tijdperk van The Donald en de alternatieve feiten is aangebroken, mogen we onze borst natmaken voor nog meer van dat dommig, luid Hollywoodvertier. Maar daarom hoeft een mens nog niet te wanhopen. Ten eerste duurt het meestal enkele jaren, en wie weet zelfs twee ambtstermijnen, vooraleer politieke impact op de filmproductie merkbaar is. En ten tweede: ook tijdens de Reaganjaren werden er nog altijd goede films gemaakt. Vanuit de buik van het studiosysteem kwam toen een tegenreactie in de vorm van John Hughes-komedies als The Breakfast Club, die de rebelse anti-autoritaire spirit van jongeren verheerlijken. Daarnaast ontstond er een bloeiend onafhankelijk circuit waarin dat rebelse ook explicieter tot uiting kwam. Progressieve cineasten als David Lynch, de broers Coen, Spike Lee en Steven Soderbergh effenden het pad voor nieuwe filmmakers en - uiteindelijk - een ruimdenkender Hollywood. Aangezien de geschiedenis zich herhaalt, zal hetzelfde allicht ook de komende jaren gebeuren. Zoals de indiepioniers in de jaren tachtig aan een meer inclusieve cinema timmerden, zo zullen er vanuit het alternatieve filmcircuit ook de komende jaren interessante, kritische stemmen blijven opduiken. En aangezien heus niet iedereen voor Trump heeft gestemd - hoewel hij daar zelf nog steeds niet helemaal van overtuigd lijkt - zal er ook voor hen een groot, betalend publiek blijven bestaan. Om het met het enige Amerikaanse spreekwoord te zeggen dat het DNA van the land of the free volledig vat: money talks, bullshit walks. Citizen Kane wist het, Gordon Gekko wist het, en ook Ray Kroc, die zelfs van de Big Mac een wapen van het imperialisme maakte. Is The Founder dan de smaakmaker voor Trumpcinema, mocht zoiets überhaupt bestaan? Het is vooral een smaakmaker voor the trump, een personage dat al decennialang in verschillende soorten en gedaantes opduikt in allerlei films en waar Hollywood, en de rest van de kapitalistische, op blanke, mannelijke succesfantasieën geilende wereld maar niet genoeg van krijgt. Fastfood, snelle dollars en snelle macht. You're lovin' it!THE FOUNDER Vanaf 8/2 in de bioscoop. door Johannes De BreukerSinds Trumps Twittertirade aan het adres van Meryl Streep houden sommigen hun hart en ook andere organen vast. Bloodsport van 'the mussels from hell hole Brussels' zou naar verluidt Trumps lievelingsfilm zijn. Politiek en Hollywood dansten al de tango toen Fred en Ginger nog het populairste dansduo waren.