Peter Doggett, Bodley Head, 357 blz., euro22
...

Peter Doggett, Bodley Head, 357 blz., euro22 Waarschuwing: Fab Fourfans die hun helden tot elke prijs op een piëdestal willen houden, lopen het best met een grote boog om dit boek heen. Schrijver-journalist Peter Doggett laat geen spaander heel van de aura van liefde, vrede en harmonie waarmee The Beatles zich tijdens hun hoogdagen zo graag in fonkelend technicolor omringden. Als popgroep kenden de vier hun gelijke niet, maar op zakelijk vlak waren ze hulpeloze kinderen, overgeleverd aan hun eigen rampzalige beslissingen, en natuurlijk ook aan de haaien - de New Yorkse manager Allen Klein op kop - die ze zo blindelings vertrouwden. Voor één keer stelt de achterflap de zaken niet heldhaftiger voor dan ze zijn: You Never Give Me Your Money is inderdaad geschreven als een shakespeareaans koningsdrama, en barst van de intriges, broedermoorden en oorlogen, ook al werden die veelal vanuit de loopgraven van de rechtbank uitgevochten, of, nog vaker, tijdens meetings die stijf stonden van hebzucht, cynisme en scheldpartijen. Als je daardoor geregeld wordt overmand door de trieste gedachte dat de groepsleden onmogelijk nóg dieper hadden kunnen vallen, dan hebben/hadden John, Paul,George en Richard (zoals Ringo hier consequent wordt genoemd) dat in de eerste plaats aan zichzelf te wijten. Zo utopisch waren de vooruitzichten waarmee het Beatlesbedrijf Apple in 1967 werd opgericht - vrede op aarde, het doorprikken van het kapitalisme, complete vrijheid voor alle artiesten - dat de knal waarmee die ballon aan flarden ging nog jaren en jaren bleef echoën. In al zijn minutieuze ijver schuwt Doggett de cijfers en financiële doorlichtingen van Apple Corps, muziekuitgeverij Northern Songs of de deals met platenfirma EMI/Capitol uiteraard niet. Maar essentiëler voor zijn verhaal is dat hij binnendringt in de psyche van de vijf hoofdpersonages: Lennon, de lost soul die vaker van principes wisselde dan u en ik van onderbroek; McCartney, die veel meer dan Lennon besefte dat hij zonder zijn schrijfpartner nooit meer dezelfde creatieve pieken zou bereiken; de sarcastische, gekrenkte derde songschrijver Harrison; de volgzame, onschadelijke, maar ook doelloze Starkey; en niet te vergeten de omnipresente, zelfzuchtige Yoko Ono. 'Er is een oosterse invloed die er niet echt zou moeten zijn', kloeg McCartney in 1969 over een demoversie van Lennons Across The Universe, en hij deed alsof hij het over de muziek had. Comedy is tragedy plus time,indeed. KURT BLONDEEL