Werchter 2002. Een vrijwel onbekend Duits indiegroepje mag The Marquee openen, voor het geweld van Black Rebel Motor Cycle Club en Sonic Youth, die dat jaar hun dan nog even onbekende voorprogramma The White Stripes naar huis spelen. Onwennig vergast The Notwist, die er hun plaat Neon Golden komen presenteren, de nog katerige tent op ijle gitaarpop gemengd met weerbarstige electronica. En daar gaat het mis. Net wanneer ze hun Stubru-singletje Pick Up the Phone willen inzetten, weigert de laptop dienst. Geen nood, onze harten waren al lang veroverd. Zanger Marcus Archer, op promotour voor hun langverwachte nieuwe album Close to the Glass, erkent dat festivals niet hun natuurlijke biotoop zijn: 'Geef me maar een intieme club, waar je het publiek voelt. Handjesgeklap, vlaggenzwaaien en rondvliegende bierbekers? Neen, laat maar. I wanna feel you close.'
...

Werchter 2002. Een vrijwel onbekend Duits indiegroepje mag The Marquee openen, voor het geweld van Black Rebel Motor Cycle Club en Sonic Youth, die dat jaar hun dan nog even onbekende voorprogramma The White Stripes naar huis spelen. Onwennig vergast The Notwist, die er hun plaat Neon Golden komen presenteren, de nog katerige tent op ijle gitaarpop gemengd met weerbarstige electronica. En daar gaat het mis. Net wanneer ze hun Stubru-singletje Pick Up the Phone willen inzetten, weigert de laptop dienst. Geen nood, onze harten waren al lang veroverd. Zanger Marcus Archer, op promotour voor hun langverwachte nieuwe album Close to the Glass, erkent dat festivals niet hun natuurlijke biotoop zijn: 'Geef me maar een intieme club, waar je het publiek voelt. Handjesgeklap, vlaggenzwaaien en rondvliegende bierbekers? Neen, laat maar. I wanna feel you close.' Het is maar een woord. In de sofa schurken we iets dichter bij Archer aan, die er met zijn groene Houellebecq-trenchcoat, jeans, afgetrapte sneakers en zwarte bril meer uitziet als een oudere filosofiestudent dan als de leider van wat ooit een ruige rockband was maar gaandeweg is opgeschoven naar een indietronicensemble dat het experiment niet schuwt. Een band die ook de tijd neemt om een album te maken - ruim vijf jaar is het geleden sinds het magistrale opus The Devil, You + Me (2008). Of daar een reden voor is? Marcus Archer: The Notwist maakt nu al bijna vijfentwintig jaar muziek samen, en na zo'n lange periode ga je je als band telkens opnieuw afvragen: waarom een nieuwe plaat maken? Kunnen we nog een album maken dat ons ook boeit? In onze beginperiode maakten we heel snel platen: oefenen, opnemen en klaar. Tot die electronica erbij kwam en we ook de studio zelf als een instrument gingen benutten. Het speelveld werd groter, temeer omdat we sinds Neon Golden (2002) met enkele nieuwe leden zitten die vooral live een grote impact hebben: een nieuwe drummer, een extra gitarist en een percussionist, en dan is het soms ook moeilijker om alle invloeden te kanaliseren. Uiteindelijk heeft Close to the Glass ons drie jaar gekost - jammen, opnemen, nieuwe arrangementen toevoegen én weer wegfilteren, producen - en tussendoor heb ik even een break genomen. Ik had een pauze nodig om daarna opnieuw met frisse oren naar ons werk te luisteren. Maar we zijn heel tevreden met het resultaat. Archer: Daar houden we wel van, iets zo door de mangel halen dat de oorsprong niet meer te achterhalen valt. Zeker mijn broer Michael plugt zijn gitaar graag al eens in een oude analoge module om te zien wat het effect is. Veel geluiden komen voort uit onkunde: we weten eigenlijk niet goed hoe die apparatuur werkt en juist door die klunzigheid ontdekken we vaak prachtige dingen. Toeval kan je zoveel bieden. Archer: Nou, je bent niet de eerste die me dat komt melden, hoewel ik het zelf nog niet goed vat. Misschien omdat The Devil, You + Me tekstueel zo hermetisch was - het hele album maakte aanhoudend cirkelbewegingen en was ook heel duidelijk als één geheel opgevat, vol muzikale zelfverwijzingen. Close to the Glass is energieker, benadert meer de live-ervaring. Seven Hour Drive is bijvoorbeeld een volbloed rocknummer met openlijke My Bloody Valentine-referenties. Wel, vroeger zouden we die misschien helemaal weggemoffeld hebben - 'gooi er maar wat electronica op, anders klinkt het niet als The Notwist' - maar het was leuk, bevrijdend zelfs, om ons daar deze keer geen zorgen over te maken. Het klonk goed, het rockte, we hadden plezier met dat nummer, dus waarom niet? Misschien klinkt ons jeugdige enthousiasme op deze plaat meer door. Archer:A shattered mirror, dat beeld moet ik onthouden - handig voor in volgende interviews. Wel, alles begint natuurlijk met de melodie, en vaak heb ik maar één of twee regeltjes voor een nummer - zo had ik van Seven Hour Drive enkel de titel - en volgt de rest later. Het is een lang proces, en ik ben zeker geen bard, geen verhalenverteller. Zo herinner ik me het ontstaan van de tekst van Casino. We reden langs zo'n baangokpaleis en buiten stond een koppel, duidelijk dronken, elk met een halve liter in de hand, en je wist: dat duurt niet meer lang, maar op dit moment, op deze kitscherige en tegelijk trieste plek, zijn ze best gelukkig. Uit dat snapshot puur je dan een fragment, dat je weer aanvult met nieuwe woorden die in dezelfde gevoelssfeer zitten. Maar ik haal ook inspiratie uit literatuur - Raymond Carver en Kafka zijn grote invloeden - en kunstboeken zoals Romka, een fotografietijdschrift uit Leipzig. De redactie vraagt fotografen om hun favoriete foto van een onderschrift te voorzien. Dat zijn zelden kunstige foto's, maar persoonlijke kiekjes uit hun privéleven waar ze een paar zinnetjes bij noteren. Een van hen had een hotelkamer gefotografeerd, net na een ruzie met zijn lief, en drukte de hoop uit dat alles weer goed zou komen - heel oprecht, zonder franjes. Die woorden verzamel ik dan en weef ik in andere teksten. Daar hou ik wel van: die milde nostalgie die je onderweg ontmoet. Dat is alvast een groot voordeel aan toeren: die kleine melancholische splinters die je opraapt. Close to the Glass Uit op 24/2 bij City Slang. Door Roderik SixMarcus Archer 'Close to the glass is energieker, benadert meer de live-ervaring.'