Film: **** Extra's: * (DFW)
...

Film: **** Extra's: * (DFW) Film. Leven, liefde, leed, geluk, verdriet, spijt bij drie generaties uit een familie in het hedendaagse Taipei. Het zou voer voor een goedkope soap kunnen zijn (wat het in Vlaanderen onvermijdelijk geworden was). In de handen van Edward Yang wordt het sublieme cinema, op het oog uit het leven gegrepen maar desalniettemin wonderbaarlijk gestileerd. De talrijke personages in deze kroniek van ruim drie uur zijn geen pionnen of sjablonen, zoals hun handelingen ook geen verplichte plot points in geforceerde verhaallijnen zijn. Het zijn integendeel mensen die trillend tot leven komen, die zonder dat de regisseur emotionele chantage pleegt op de toeschouwer, afwisselend grappig, hartverscheurend, aandoenlijk, raadselachtig en herkenbaar zijn. Dit veelomvattende familieportret begint met een trouwpartij, eindigt met een begrafenis en toont tussendoor allerlei problemen, crisissen en ontgoochelingen waar de diverse gezinsleden mee te kampen hebben. Dit alles tegen de achtergrond van de wankele economie van een hoogtechnologische samenleving waar de westerse invloeden voor identiteitsstoornissen hebben gezorgd. Voor de protagonist, Ni Jian begint alles in het honderd te lopen wanneer zijn schoonmoeder in een coma geraakt, zijn computerbedrijf failliet gaat en hij tijdens een reis naar Tokio de draad weer opneemt met zijn vriendin van dertig jaar geleden. Zijn eigen vrouw vlucht weg in een religieuze sekte, zijn pasgetrouwde schoonbroer zit diep in de schulden en zijn tienerdochter voelt voor het eerst de vreugde en pijn van de liefde. Het achtjarig zoontje Yang-Yang merkt de agonie van de volwassenen rond hem niet eens op. Maar ook dit jochie is al contemplatief en introspectief ingesteld. Omdat hij wil begrijpen waarom we maar één kant van onszelf kennen (en bijgevolg maar één kant van de waarheid, suggereert Yang), fotografeert hij hardnekkig het achterhoofd van mensen, de kant die ze zelf nooit te zien krijgen. Ondanks de vele ellende is de overheersende toon van Yi Yi nooit somber en is er zelfs plaats voor discrete slapstick. Veel heeft natuurlijk ook te maken met de adembenemend transparante vormgeving. Yang paart een rijke emotionele onderstroom aan een onopvallend en ingetogen esthetisch raffinement. Vooral zijn gevoel voor beeldcompositie is schitterend: niet alleen in de zorgvuldig geplande shots (waarin hij vaak gebruik maakt van spiegels, met deuropeningen en ramen kaders binnen het beeldkader creëert of van op afstand de handeling observeert), maar ook in de onopvallende terzijdes, de wegwerpshots die plotseling een relevant detail vangen, een ontroerend moment van waarheid onthullen. Dit meesterwerk van de nieuwe Taiwanese cinema werd meteen ook een van de eerste grote films van het nieuwe millennium. Extra's. Zero bonusmateriaal, maar de film zit wel in een fraai doosje met een informatief foldertje. Minpunt is dat de film full frame (4: 3) wordt getoond, wat natuurlijk de oorspronkelijke 1.85: 1-beeldkaders om zeep helpt. De veeleisende cinefiel moet eens te meer bij de Criterion Collection terecht, die het originele formaat wel respecteert en de film omkadert met een commentaartrack en achtergrondinformatie over de Taiwanese new wave. Patrick Duynslaegher