De ziel

The Very Best of Ray Charles, (Rhino, 2000): De quatro staggioni onder de Ray Charles-verzamelaars, met een portie rock-'n-roll (I've Got a Woman), soul (Unchain My Heart), blues (Fool For You) en gospel (Hallelujah, I Love Her So). En ja, Georgia on My Mind en Hit the Road Jack staan er óók op. Proeven, slikken, verteren, en op naar de volgende.
...

The Very Best of Ray Charles, (Rhino, 2000): De quatro staggioni onder de Ray Charles-verzamelaars, met een portie rock-'n-roll (I've Got a Woman), soul (Unchain My Heart), blues (Fool For You) en gospel (Hallelujah, I Love Her So). En ja, Georgia on My Mind en Hit the Road Jack staan er óók op. Proeven, slikken, verteren, en op naar de volgende. The Best of the Atlantic Years, (Rhino, 1994): Een betrouwbare geleidehond voor wie eraan twijfelt of de titel van 'uitvinder van de soul' wel terecht is. Dít is de Brother Ray voor wie Steve Winwood, Joe Cocker en Richard Manuel van The Band jarenlang dikke kaarsen hebben gebrand, met alles tussen Drown in My Own Tears en What'd I Say. The Birth of Soul 1952-1959, (Atlantic, 1991): Staat uw communieziel zo schraal dat alleen twee handen vol karrenvet ze weer soepel kunnen masseren? Of wordt u gewoon opgewonden van die combinatie van de passie van gospel met de seksgeur van de blues? The Birth of Soul levert op 3 cd's alles waar de jonge Ray voor stond: een korrelige bluesstem die liever zingt over joie de vivre dan over scheefschaatserij. Een essentiële box, want Charles' grote 'pop'-hits verschenen vaak uitsluitend op single. De langspelers waren voorbehouden voor blues, jazz en country. The Great Ray Charles, (Atlantic, 1957): Eind de jaren veertig had Charles één doel: de nieuwe Nat 'King' Cole worden. Kleine jazzcombo's pasten hem als een oude jas, maar Charles voelde er niet veel voor om een echt instrumentaal album uit te brengen - ondanks aandringen van platenfirma Atlantic. The Great Ray Charles is het eerste experiment, en laat een knappe bluespianist horen in het gezelschap van saxofonisten David 'Fathead' Newman en Hank Crawford, en trompettist Marcus Belgraeve. Sterke souljazz, al horen strenge jazzliefhebbers er te veel gospel in. The Genius of Ray Charles, (Atlantic, 1959): Twee jaar na The Great Ray Charles sluit het jazzmilieu hem alsnog in de armen. Tijdens de eerste sessie krijgt Charles ondersteuning van topmuzikanten uit de bands van Duke Ellington en Count Basie, met onder meer Clark Terry en Freddie Greene. Voor een tweede opnameronde worden er strijkers en een koor bijgehaald. De combinatie van pop- en blues-standards met een big band en violen bleek een meesterzet. Modern Sounds in Country & Western, (ABC, 1962): In november 1959 ruilt Charles Atlantic in voor ABC, waar hij muzikaal én financieel meer vrijheid zou krijgen. Voor velen is dit het punt waarop Charles zijn passie kwijtspeelt, al gaat dat nadrukkelijk niét op voor de eerste releases in het nieuwe decennium. In 1960 zingt hij zich de geschiedenis in met zijn versie van Hoagy Carmichaels Georgia on My Mind. Twee jaar later stort hij zich in de country. Bye Bye Love en Hey, Good Lookin' krijgen lessen in big band-swing, You Win Again is echte Nashville. Dé kraker is natuurlijk I Can't Stop Loving You. Vanaf de tweede helft van de jaren zestig is het vet van de soep, en wordt Charles een levend strijkerstapijtje. Let's Go Get Stoned en I Don't Need No Doctor laten nog een glimp zien van de oude vlam. Crying Time (1966), zijn eerste album sinds zijn verblijf in het afkickcentrum, kan zelfs de vergelijking met zijn werk voor Atlantic doorstaan. Maar daarna gaat het van kwaad naar erger, tot covers van Yesterday en Eleanor Rigby toe. De jaren zeventig en tachtig brengen geen beterschap: veel countryverzamelaars, een cameo in The Blues Brothers (1980) en een opvallende verschijning in de clip van We Are the World van USA for Africa (1985), daar moeten we het mee stellen. Hoed u vooral voor A Portrait Of Ray (ABC, 1968), Love Country Style (ABC, 1970) en alles op het Columbia-label (o.m. Do I Ever Cross Your Mind (1984) en Just Between Us (1988)). In het laatste decennium van zijn leven kreeg Charles een onverwachte opflakkering. My World (Warner, 1993) en zijn zwanenzang Genius Loves Company (Concord, 2004) kunnen er best mee door. Door Bart Cornand