Ben je doorgaans op tijd voor een afspraak?

Ik moet terugdenken aan een foto van bij de jeugdbeweging. Die werd genomen op het vaste tijdstip waarop we 's morgens om halfacht samenkwamen. Alle 120 jongens staan er in hun net gestreken uniformpje, eentje heeft z'n pyjama nog aan. Ik dus. Ik stond toen al op mijn onafhankelijkheid, maar kijk er met enige schaamte op terug. Ondertussen heb ik het er bij mezelf ingeklopt om op tijd te komen.
...

Ik moet terugdenken aan een foto van bij de jeugdbeweging. Die werd genomen op het vaste tijdstip waarop we 's morgens om halfacht samenkwamen. Alle 120 jongens staan er in hun net gestreken uniformpje, eentje heeft z'n pyjama nog aan. Ik dus. Ik stond toen al op mijn onafhankelijkheid, maar kijk er met enige schaamte op terug. Ondertussen heb ik het er bij mezelf ingeklopt om op tijd te komen. Rond mijn twintigste heb ik me laten inspireren door de film Easy Rider. Dennis Hopper en Peter Fonda gooien in het begin van de film hun horloge weg om helemaal vrij te zijn. Ik wou ook niet dat mijn leven bepaald werd door de prikklok. Een romantische gedachte, maar inmiddels heb ik wel door dat het een grote leugen is en dat je van afspraak naar afspraak holt. Zonder horloge, maar met de blik doorgaans op de kerktoren of de klok van het station. Organiseer een provinciaal kampioenschap schrokken en ik win met twee vingers in m'n neus. Ik ben een absolute kwelling voor mijn tafelgenoten: als zij op hun eerste hap kauwen, is mijn bord al leeg. Maar ik kan ongelooflijk lang nagenieten. Ooit ben ik, na lang sparen, gaan eten in Hof van Cleve en daar heb ik een jaar van nagenoten. Zo is het ook met reizen; dan wil ik zo snel mogelijk álles te weten komen. Dat zou ik graag willen, maar helaas. Ik moet maar beginnen afwassen of ik vind een boek dat ik wil doorbladeren. En wanneer ik dat boek heb teruggezet, voel ik alweer de drang om te kijken of er mail is binnengekomen. Als die paar borden en kopjes na vier uur afgewassen zijn, mag ik al blij zijn. (aarzelt) Eerst zal ik, wellicht zonder mijn fout te beseffen, m'n gelijk proberen te onderbouwen met argumenten. Na een tijdje sluipt de twijfel binnen en voel ik de grond onder mijn voeten verdwijnen. Dan heb ik de neiging om toch nog even door te gaan tot ik de ruiten die ik heb ingeslagen, aan diggelen hoor vallen... Na veel vijven en zessen zal ik dan mijn ongelijk erkennen. Er wordt wel eens gegrapt dat ik vijftien jaar geleden maar wat slimmer had moeten zijn en in een gigantisch mediabedrijf had moeten stappen. Als ik nu naar mijn generatiegenoten kijk, valt me op dat ik het slechtst betaald ben, dat ik het kleinste visitekaartje heb. Ik heb nauwelijks aan de weg getimmerd, maar ben wel met beide voeten in het leven blijven staan. En ik merk ook wel een beetje afgunst omdat ik dat kleine jongetje gebleven ben dat nog speelt. Nee, mijn leuze is: vertrouw iedereen. Daar heb ik nog geen enkel mes in de rug aan overgehouden, of ik moet al zo naïef zijn dat ik het niet voel. Haat of wrok vind ik niet echt een deugd. Jazeker, ik ben gewoon getraind om te luisteren. Toen mijn vader eind vorig jaar stervende was, heb ik heel wat uren aan zijn bed doorgebracht. 'Pat heeft me weer geïnterviewd', zei hij achteraf telkens tegen mijn moeder. Zo voel ik mij ook. Vandaag althans: morgen kan dat weer helemaal anders zijn.DOOR HANS VAN GOETHEM