New Orleans, 1976. Walker Percy, schrijver en docent 'creative writing' aan de Loyola Universiteit, krijgt telefoon van Thelma Toole, een bejaarde vrouw uit de buurt. Zij vertelt hem dat haar zoon John Kennedy een briljant boek heeft geschreven, maar dat hij er geen uitgever voor kon vinden, en vraagt of hij er eens een blik op kan werpen. Percy wimpelt de dame af, maar als ze hem even later opwacht met een bundel papier onder de arm, ziet hij zich verplicht om het manuscript aan te nemen. 'Ik had maar één hoop', aldus Percy. 'Dat ik een paar pagina's zou lezen en dat die zo slecht zouden zijn dat ik met een gerust hart kon stoppen. Maar ik las door. En door. Eerst vanuit het idee dat het niet slecht genoeg was om te stoppen. Dan uit interesse, daarna met groeiend enthousiasme en tenslotte met een gevoel van ongeloof: Het was toch niet mogelijk dat dit boek zo goed kon zijn?'

Het citaat van Percy komt uit zijn voorwoord op A Confederacy of Dunces, het debuut van John Kennedy Toole dat dankzij de voorspraak van de auteur/ lesgever in 1980 uiteindelijk wél een uitgever vond. Het hilarische boek gaat over ene Ignatius J. Reilly, een winderige dikzak die zichzelf een miskend genie waant en constant tekeergaat tegen de moderne samenleving. Zijn moeder, bij wie hij nog altijd woont, vindt dat haar zoon dringend werk moet zoeken, maar al zijn pogingen draaien onveranderlijk uit op een ramp, de een nog grappiger dan de ander. A Confederacy of Dunces (vertaald als Een samenzwering van idioten) werd een succes en kreeg in 1981 de Pulitzer Prize for Fiction. De stad New Orleans, waar het boek zich afspeelt, zette later zelfs een standbeeld van Reilly in een van haar straten. John Kennedy maakte het echter allemaal niet meer mee: hij had immers al in 1969 op 32-jarige leeftijd zelfmoord gepleegd, gedesillusioneerd door de vele afwijzingen. Zijn faam is dus enkel te danken aan de hardnekkigheid van zijn moeder.

Ironisch genoeg is het enige andere boek van Toole, The Neon Bible uit 1989 (vertaald als De Neon Bijbel), op de markt gekomen tégen de wil van Thelma Toole in. Toole schreef The Neon Bible, een roman over de jonge David die opgroeit in het landelijke Louisiana van de jaren 40, toen hij pas 16 was en hij vond het resultaat te slecht om naar uitgevers op te sturen. Zijn moeder wilde het ook niet publiceren, maar ze moest na een lang juridisch steekspel toch toegeven. The Neon Bible werd in 1998 verfilmd door Terence Davies, op een adaptatie van A Confederacy of Dunces is het nog wachten. Nochtans ligt het boek bij veel regisseurs en acteurs in de bovenste schuif: onder meer John Belushi, Steven Soderbergh en Stephen Fry hadden ooit plannen voor een verfilming. Maar blijkbaar is het even moeilijk om Tooles levenswerk op het grote scherm te krijgen als het was om er een uitgever voor te vinden.